AVONACU
© AVONACU 2013
Frankrijk
Is eigenlijk de Vogezen pagina
Vogezen augustus 2003. Met het verlengde weekend van 15 augustus gingen we eindelijk eens naar de Vogezen. We hadden er al veel over gehoord maar steeds uitgesteld en nu ons budget door onze Peru-reis tochRefuge les trois fours. bijna opgesoupeerd was...bleek refuge "les trois fours" nabij de Col de la Schlucht dè oplossing. Een echte aanrader: goed eten, vriendelijke wirt en ideaal gelegen voor adembenemende wandelingen. Na het ontbijt in Gerardmer, een prachtig stadje op 16 km van onze bestemming begonnen we vanuit de refuge aan de eerste tocht. Eerst ging het stijl naar omlaag richting Frankental om vervolgens de Col de FalimontCol de Falimont. te bereiken, een redelijk stijle klim van 200 hoogtemeters. Van daaruit is de top van de Hohneck maar 10 minuutjes. Tussen de Hohneck en le Petit Hohneck zijn we dan afgedaald om het beroemde "sentier des roches aan te vangen. Dit is een pad waar het opletten geblazenMartinswand met de Petit Cervin is want ook al lijkt het goed te doen (dat is het ook), hier gebeuren veel ongelukken. (De dag erna moest de helicopter uitrukken voor iemand die gevallen was in de steenhelling net onder de refuge, het was de derde keer die week.) Uiteindelijk bereik je terug de Col de la Schlucht van waaruit je in een klein uurtje terug in de refuge staat. Langs het sentier de roches. Het kan zelfs nog vlugger als je de stoeltjeslift neemt. De hut zat afgeladen vol en de wirt vergastte ons op een verrukkelijke "choucroute garni". Op zaterdag maakten we een tocht die ons vanop de Col de la Schlucht in noordelijke richting langs  de refuge de Schupferen bracht (op de kaart 3618 OT van IGN volg je de blauweTussen Stosswihr en Col de la Schlucht. rechthoekjes) om dan in oostelijke richting Stosswihr aan te doen. Vanuit Stosswihr sta je dan in twee uurtjes via de "rood-wit-rood" terug op de Col de la Schlucht. Dit is in zijn totaal toch een tocht van een zevental stapuren als je van les trois fours ook te voet naar Col de la Schlucht gaat en vise versa. Op de terugweg bezoeken we ook nog de ferme des trois fours waar je kunt degusteren van de authentieke "munster"-kaas. Na een verkwikkende douche en een praatje met de wirt doen we ons te goed aan een overlekkere "tartiflette". Daar we toch wel, mede door het bloedhete weer,  de tocht in de benen voelen zitten we om 21.30 uur al in onze slaapzak, 't is te zeggen liggen we er bovenop want ook 's nachts blijft het warm. Op zondag gaan we met de wagen naar het Lac Blanc Zicht op Lac blanc. waar ik eigenlijk op prospectie ga voor deze winter. Naar verluid is hier een prachtige ijsklimsite. We nemen de nodige foto's en gaan dan via de Gazon- Faing naar het Lac Noir waar we ons middagmaal nuttigen. Van daaruit sta je in een dik uur terug aan het Lac Blanc om daarna af te zakken naar Gerardmer en nog een beetje te "genieten" van de zon aan het Lac de GerardmerVogezen_36.JPG (19850 bytes). Dit was een meer dan geslaagde korte trip en één ding staat vast: naar de vogezen gaan we zeker nog en het zal niet te lang duren. Dit is een echt wandelparadijs.
Vogezen begin december 2003. Samen met Erik had ik besloten om eens niet naar Italië te gaan wegens te grote sneeuwval maar ons heil te zoeken in de Vogezen. De weersverwachtingen waren ideaal voor enkele dagtochten en een partijtje klimmen op de martinswand. Helaas was het nog niet koud genoeg om te gaan ijsklimmen langs het Lac Blanc. Het is donderdag 4 uur in de morgen en ik pik Erik op Boven de wolken. om in één rush naar refuge "les trois fours" te rijden. Deze oase van stilte is een echte aanrader om eens een paar dagen te ontkomen van de dagelijkse sleur. Rond 9 uur krijgen we van de uitbaatster een kamer toegewezen, eentje van 4 personen lekker voor ons 2. We  maken onze rugzak en trekken op pad. Onze eerste tocht begint met een stevige wandeling naar de top van de Hohneck. Daarna gaat het bergaf richting Schiessroth waar we van de stilte genieten terwijl we in de zon lunchen. Na onze verdiende pauze begeven we ons naar Le Gaschney om erna terug omhoog te klimmen naar Schaefertal. Terug stijl naar omlaag om via een stukje van het "sentier des roches" te lopen tot waar het bordje van dit prachtige pad aan een boom hangt. Op dezeEen prachtig pad onderweg naar Schiessroth. plek moeten we linksaf en terug stijl omhoog naar de refuge, een echt pittige klim. We gaan ook nog eventjes op prospectie naar de martinswand welke maar een kwartiertje gelegen is van "les trois fours". Uiteindelijk zijn we met zijn zessen voor het tevens zeer lekkere avondmaal en onze verdiende nachtrust. Om 21 uur steken we reeds in onze slaapzak want het was een lange dag. Bij dag 2 willen we gaan klimmen op de martinswand maar omdat het toch wel frisjes is besluiten we om in de voormiddag eerst het "sentier des roches" te doen. Ik heb het reeds in augustus afgestapt maar voor Erik is dit een echte openbaring: bij momenten waan je je echt in het hooggebergte. Bij de "luchtige" picnictafel nemen we een korte pauze en ontmoeten onze hutgenoten van gisteren. Zij gaan via dit pad naar Le Gaschney waar ze gaan overnachten in een andere refuge. We arriveren uiteindelijk op de Col de la Schlucht waar Erik het obligate souvenir koopt dochterlief. Een half uurtje later staan we terug aan de refuge waar we onze spullen ophalen om te gaan klimmen. In de zon is het goed maar in het lommer is het berekoud aan de handen. De martinswand is een prachtig stukje graniet waar elke klimmer zijn gading Erik op de martinswand.vindt en bij ons zeker voor herhaling vatbaar. Terwijl we aan het klimmen zijn vertel ik Erik over de spitzkoepfe, een alpiene zone vlakbij de Hohneck. Eigenlijk is het een graatoverschreiding die volgens een paar bronnen zeker de moeite waard is. Het kost me dan ook geen moeite om hem te overtuigen. In een vlaag van enthousiasme stappen we nog maar eens naar de top van de Hohneck om de spitzkoepfe te bekijken. Alles wordt gekeurd en Ok bevonden, we hebben weeral een project voor de volgende dag. Moe maar voldaan keren we terug naar de hut waar we helemaal alleen zijn op vrijdag avond. De spitzkoepfe dus. Via Schiessroth gaat het echt stijl naar beneden naar de barage van het meer. Over de barage linksaf terug naar beneden richting het kleine maar prachtige Lac de Fischboedle waar we onze suikerwafel naar binnen werken. We zullen het nodig hebben want erna volgt een stijle klim van 300 meter naar Kerbholz. Voor deze  tocht volg je het blauwe kruisje. Juist voor de refuge gaan we rechtsaf om het blauwe rechthoekje te volgen. Tot onze verbazing hangt er aan een boom dat dit pad gesloten is. Toch hangt de markering er en we vervolgen onze weg. Dit pad is toch we een tikkeltje "harder" dan het sentier des roches en ik kan me voorstellen dat dit in meer winterse omstandigheden als "not done" beschouwd wordt. Het is een aaneenschakeling van rotspassages met ijzeren treden en voetsteunen welke toch wel een uiterste concentratie vereisen. Uiteindelijk belanden we in het couloir van de spitzkoepfe welke we snel traverseren wegens gevaar voor steenslag. De opgeschrikte chamois verwachten rond deze tijd van het jaar blijkbaar geen bezoek. 500 meter verder achter een een bocht naar links begint de eigenlijke alpiene zone van de spitzkoepfe. Een stijl pad loopt omhoog en slingert zich tussen en over de rotstoppen. Voor deze tocht zijn gordel en touw zeker aangewezen, er zijn zeker een paar plaatsen waar vallen gelijk staat met de dood indien je niet gezekerd bent. Ondertussen zitten we al een ganse namiddag in de erwtensoep welke de tocht een speciaal tintje geeft.De spitzkoepfe zijn bedwongen. Uiteindelijk staan we boven en genieten van de geleverde inspanning. We bergen ons materiaal in onze rugzakken en begeven ons naar de refuge waar een lekker wijntje op ons wacht. dit hebben we heus verdiend. Bij het avondmaal zijn we terug met 4, door de dichte mist is er dus geen volk komen opdagen voor het weekend. Wij treuren hier zeker niet om. Op zondag morgen is het weer omgeslagen: de wind blaast als een orkaan over de cretes en zelfs uit de wind is het -9°C. Voor we naar huis gaan willen we toch nog eens in dit hondenweer gaan stappen maar op de col de falimont maken we na enkel foto's rechtsomkeer. We waaien dan juist niet weg. Met een goed en voldaan gevoel keren we terug naar de heimat. In Luxemburg eerst nog sigaretten en Chocolade kopen voor onze respectieve vrouwtjes, een kwestie van enkele bonuspunten op te sparen want het ijsklimseizoen komt er aan...Cogne here we come.
Vogezen kerstmis 2003. In oktober hadden we reeds gepland kerstmis eens niet te vieren thuis maar in refuge "les trois fours" in de Vogezen. Op woensdagmiddag waren we op pad zodat we even na 16 uur in Gerardmer arriveren. Na een korte break rijden we omhoog via Col de la Schlucht naar "les trois fours". Vanaf de col is de baan niet meer sneeuwvrij maar we geraken zonder de kettingen op te leggen moeiteloos boven. Vanaf de weg is het nog een slordige 600 M naar de refuge, in de winter stop je dus best alles in je rugzak  in tegenstelling tot in de zomer als je tot aan de refuge kan rijden. Na een hartelijke ontvangst worden onze slaapplaatsen aangewezen en we hebben het geluk dat we op een kamer van 4 liggen en dat het andere koppel niet komt opdagen. We zullen enkel op zaterdagavond gezelschap krijgen. Nadat alles op zijn plaats ligt is het tijd voor de kerstmaaltijd: beginnende bij  hapjes gaat het via slakken op een bedje van prei naar de traditionele kerstkalkoen met kastanjes, pruimen en groene boontjes met spek. Daarna nog een stukje munsterkaas en ijstaart. Voldaan kruipen we in ons stapelbed want het was een lange dag.Zonsopgang met kerstdag. De volgende ochtend zijn we al vroeg op pad maar na een tochtje naar de Hohneck keren we toch eerst eens terug naar de refuge om wat kleren meer aan te doen. Ook al is het zonnig, de wind blaast er duchtig op los en aangepaste kledij is hier zeker nodig. In de namiddag is er mist opgekomen en erg ver gaan we niet meer op stap. Het is dan ook onze eerste dag. Toch hebben we er een flink aantal kilometers opzitten. Het avondeten gaat er dan ook vlotjes in, zeker de voortreffelijke wortelsoep. We zitten alweer vroeg in onze slaapzak want de warmte van de hut maakt ons loom. De volgende ochtend gaan we op pad richting Gaschney. We vertrekken langs de Hohneck en via het pad naar Schiessroth, onder de kleine Hohneck bereiken we ons doel. Het weer is stralend en we picknicken in het zonnetje aan de skilift, dewelke trouwens nog gesloten is. Van Gaschney gaat het via het smalleLekker frisjes. paadje door de sneeuw richting schaefertal, wat toch niet zonder gevaar is. Van het schaefertal dalen we steil af naar het frankental waar we nog een korte stop maken. Daarna via het begin van het sentier des roches naar les trois fours. Als we aan de refuge komen hebben we er een tochtje van een dikke 7 uur opzitten. We zitten dan ook weeral vroeg onder de veren. Op zaterdag ziet het weer er nogal dreigend uit. We maken een dagtocht naar Stosswihr langs de waterval van Stolz Ablass maar eens beneden de 800M begint het te regenen. Als we in Stosswihr aankomen giet het water zodat we besluiten met de bus terug naar Col de la Schlucht te gaan. Dat is buiten de waard gerekend want de eerste en enige bus vertrekt om 17.00H. Dan maar terug te voet. Voor de grap doen we autostop langs onze terugweg en de derde wagen die voorbijrijdt stopt wel zeker! Drie kilometer verder is deze echter al ter plaatse maar een kranige zestiger heeft er geen probleem ons verder mee te nemen al is het terug maar 2 kilometer. Uiteindelijk neemt een jonge duitse die gaat skiën naar Noodweer op zaterdagnamiddag. La Bresse ons mee tot op de col. De wind waait er tegen een slordige 9O km per uur en het sneeuwt onophoudelijk. Gelukkig weten we de weg naar de refuge blindelings want zo is het ongeveer verder vorderen. Ik ga nog even naar de auto kijken eens we boven zijn maar vanaf 15.00H houden we het bij het lezen van een goed boek in de warmte. 's Nachts buldert de wind met orkaankracht en op zondag nemen we het wijselijk besluit van beter nog eens naar Gerardmer te gaan winkelen en ons dan maar af te laten zakken richting belgenland. Meer moet dat echt niet zijn voor ons.
Vogezen februari 2004 De vogezen hebben zoveel te bieden. Elk jaargetijde valt er iets te beleven, zodoende waren Erik en ikzelf niet meer te houden om wat winterpret te beleven. De bedoeling was om langs het Lac Blanc enkele ijswatervallen te beklimmen maar de weersomstandigheden beslisten daar anders over: een ganse week positieve temperaturen maakten ijsklimmen onmogelijk. Dit kon echter de pret niet bederven. Reeds lang wilden we de tocht langs de hirschsteine eens doen en de winterse omstandigheden gaven er een speciaal cachet aan. De ganse dag zagen we niemand, elke meter moest gespoord worden, een zalige tocht door de eindeloze kristalijne stilte. Afzien, dat wel maar de beloning hiervoor is hemels, gewoon genieten. Langs de "hirschsteine par escalier"  is het toch wel even opletten geblazen, de sneeuw ligt hier nog een dikke halve meter zodat de kabels zowat aan onze voeten hangen, ideaal om het pad te volgen maar voor de rest onbruikbaar. Langs de trap/ladder druipt het water constant van de rotsen en worden we getracteerd op een koude douche, een reden te meer om daar niet te veel te treuzelen. Eens boven vervolgen we de weg naar refuge Schupferen, een lang en lastig pad door de zon die van de sneeuw een 30 cm dikke roomlaag gemaakt heeft. Bij de refuge nemen we een korte rustpauze en eten we onze meegenomen broodjes op. In een nabijgelegen wei staan een paar een  paar koeien, ik denk schotse hooglanders. Deze dieren passen perfect in dit heuvelachtig parcours  en verdienen een kiekje. Terug op stap gaat het nog steeds omhoog tot we op de crête rechtsomkeer maken. We blijven op hoogte en vervolgen via een paar mooie rotspartijen onze weg terug naar  de Col de la Schlucht. Moe maar voldaan rijden we het korte stukje omhoog naar refuge Les Trois Fours. Sylvie, de gardienne laat ons nog maar eens op een kamer met 4 bedden slapen, wat toch wel wat meer confort biedt dan de lager. Na een voortreffelijk haantje in de riesling en een stuk munsterkaas kruipen we in onze 2-meterbak want we zijn al op van 3.30 H. Na een stevig ontbijt dalen we de volgende dag af naar het Frankental waar we naar de Col de Falimont willen via een of andere couloir we kiezen de linkse van de col. Het vriest niet zodat je gemakkelijk treden kan schoppen zonder crampons. Eigenlijk jammer want wat is er mooier om horen dan het knoerpen in de sneeuw van italiaans ijzerwerk? Niet sentimenteel worden hé! De laatste meters zijn toch wel een graad of zestig en bovenaan is er door de dooi een scheur ontstaan waar je gemakkelijk een pony in kan verstoppen. Terug op de col gaan we over de Hohneck terug naar beneden maar nu naar het Lac de Schiessrothried om via het pad wormspel uit te komen naast de Spitzkoepfe. Eigenlijk willen we langs een goulotte omhoog tussen de Spitzkoepfe maar het is echt te warm om dit zonder te veel risico af te maken. Wel gaan we recht op recht het couloir door, avontuur verzekerd. Een ganse dag sporen in natte sneeuw is toch wel best lastig zodat ik blij ben als we terug op de Hohneck staan. Het is ondertussen beginnen sneeuwhagelen en deze tijstert onze gezichten zodanig dat we ver terugkruipen in onze capuchon  achter de mildheid van onze buff-sjaal. Terug in de refuge maken we liters thee en ontmoeten we een groep van de bergpallieters die een weekendje snowshoe-trekking bezig zijn. Eigenlijk wordt daar meer nederlands gesproken dan frans. s'Avonds verwent Sylvie ons nog eens met een verrukelijke "choucroute d'Alsace" en als toetje een stuk ijstaart zodat al het afzien van de voorbije dag allang vergeten is. Op zondag is het echt noodweer: sneeuw en snerpende wind van ongeveer 100Km/H. We rijden direct naar de Col de la Schlucht zodat we toch al op de hoofdbaan zijn met de wagen. Daarna gaan we omhoog noordwaards naar de crête mmar na een half uurtje geven we het op wegens de zeer beperkte zichtbaarheid. We besluiten om het nog eens in de andere richting te proberen omdat dit toch wel meer gekend terrein is naar de refuge toe. Toch is het zo goed als onbegonnen werk en om 11.00 H zijn we terug aan de auro om de vrij lange terugrit aan te vangen. Niet alleen op de col ligt er sneeuw maar zowat tot in Epinal is het stapvoets rijden. In Belgie worden we bij het doorkruisen van de Ardennen ook nog eens getracteerd op een portie verse sneeuw waarbij verschillende truckers nog maar eens wegpiraat spelen door doodleuk op het tweede vak te gaan rijden tegen een snelheid om U tegen te zegen. Ieder zijn hobby hé!
Vogezen Augustus 2004. Het is vrijdag 20 augustus 9.10H en we zijn net aangekomen in Gerardmer. We zijn Erik, Jeannique en ikzelf,Peter. We zijn naar hier gekomen om te stappen en te biken. In de lokale toeristeninfo bekomen we vrij veel informatie over de mountainbikeroutes uit de streek, vooral rond Xonrupt en La Bresse valt het één en ander te beleven. Daar het echter gans de nacht geregend heeft besluiten we om op de baan te blijven vandaag. Na het obligate broodje salami met augurkjes voor Erik rijden we door naar onze thuisbasis:" Les Trois Fours" op de Col de la Schlucht. We krijgen weeral een kamer van Sylvie wat toch wel praktischer is dan de lager. We installeren ons en trekken meteen onze fietskledij aan, Jeannique geniet van een heerlijk voormiddagje lezen. Van aan de refuge gaat het meteen naar de Hohneck wat niet van de poes is; mijn hart klopt in mijn nekt en duidt 184 slagen per minuut aan op het steilste stuk. Daarna gaat het bergaf via de "route des crètes" volle bak naar beneden richting La Bresse. Van La Bresse gaat het naar Gerardmer via de Col de Grosse Pierre: van 630M naar 950M en terug naar 650M. Vanuit Gerardmer gaat het dan via de Col de la Schlucht naar de refuge: in één ruk, nou ja ruk, van 650M naar 1245M. Ik voel nu toch wel dat ik dit jaar nog niet zoveel gefietst heb dan andere jaren. Genoeg gereden voor vandaag want we zijn toch al van voor 4 uur deze morgen op pad. Na wat versnaperingen picken we Jeannique op en doen we er nog een fikse wandeling bovenop.Deze wandeling eindigt met de klim aan de achterkant van de refuge waar we nog eens alles uit de kast halen. Jeannique verbaast ons aangenaam door het tempo dat ze aanhoudt; haar wekelijkse spinning-beurt werp wel degelijk zijn vruchten af. Rest ons nog een verkwikkende douche en een heerlijke maaltijd en al gauw zitten we in onze slaapzak want de dag was lang. Op zaterdag is het echt noodweer op de crète: het is 8° en het giet werkelijk water. Wat nu? Sylvie raadt ons aan om richting Alsace te trekken want daar is het meestal droger. Colmar is één van de droogste steden van Frankrijk. We volgen haar raad en niet zonder resultaat: we zullen van gans de dag geen spatje regen zien. Erik stelt voor om naar Riquewihr te gaan, een toeristisch dorpje met tal van wandelingen errond. Met de wagen gaat het over de Col de Bonhomme en belanden we in Kayserberg, eveneens een fraai dorp in de Alsace, en...het regent niet! Een korte rondgang door het dorp, waar de ooievaars op hun nesten zitten, leert ons dat je ook van hieruit te voet naar Riquewihr kan gaan in een kleine 2 uur. Ondertussen schijnt de zon en gaan we door eindeloze wijngaarden. Riquewihr is een mooi, authentiek dorpje, leuk om er eens te komenRiquewihr. maar oh zo toeristisch. De macerons zijn er onverbeterbaar en we leren er ook tarte flambé eten: een soort pizza maar met witte kaas erop ipv tomatensaus. Verdere ingrediënten zijn uiensnippers en spekjes samen met thijm en een paar andere kruiden. We keren terug naar Kayserberg via een andere weg over de heuvel door de bossen om dan in één rush af te dalen bij de burcht van het dorp. Als we terug op de Col de la Schlucht komen in de namiddag is het nog steeds 8° en motregent het. Jeannique gaat een beetje rusten op de kamer maar doordat Erik en ikzelf niet stil kunnen zitten gaan we nog een tochtje wandelen. Het wordt een "tochtje" aan een hels tempo: achter de refuge naar  beneden richting Frankental en langs de Col de Falimont terug omhoog om over de crète terug af te zakken naar Les Trois Fours. Voor de insiders: we waren uit en thuis in 1 uur en 24 minuten. Het spreekt dan ook vanzelf dat de tartiflette en de vin d'alsace welkom was na de douche. Op zondagmorgen schijnt terug de zon en is het biken geblazen, om half negen zitten we al op de fiets richting La Bresse waar we ter hoogte van Col des Faignes sous Vologne het VTT parcours nr 23 volgen: een prachtige tocht die er na al die regen toch verrassend droog bijligt. Je passeert er oa langs "Les Champis" een sfeervolle onbemande refuge waarlangs een sneeuwrakettocht passert. Dit wordt zeker iets voor deze winter en 2900 caloriën armer gaat aan de refuge de fiets terug de wagen in. We rijden naar Col de la Schlucht waar we als toetje voor deze trip de "Hirschsteine" wandelen. Voor Jeannique is dit een nieuwe tocht, Erik en ikzelf hadden hem al gedaan in de winter met pakken sneeuw. Ook in de zomer is dit echt een spectaculaire tocht met kabelbeveiligingen en prachtige vergezichten, echt een aanrader. Het is trouwens bloedheet vandaag en op de crète waan je je zowaar in de provence. Spijtig genoeg zijn we een weinig later terug aan de wagen en moeten we terug afzakken naar "the city of Aalst". Gelukkig is het toch een geruststelling dat je deze wondermooie streek in een dikke 4 uur kan bereiken, met kerstmis komen we zeker terug.
Vogezen Kerstmis 2004 Het is vrijdag 24 december 11.30H en tijd om de baas een vrolijke kerst te wensen want we zijn weg naar de Vogezen, destination "Les Trois Fours". Daar we vroeg kunnen vertrekken en het verkeer nogal meevalt zijn we rond 15.00H al in Epinal zodat we nog wat centen kunnen opmaken in de plaatselijke decathlon. Toch niet te lang vertoeven want men verwacht sneeuw en als het even kan zou ik toch zonder kettingen de route de crètes willen nemen. Zonder verdere problemen arriveren we om 17.OOH bij Sylvie in de refuge. De hut zit vrij vol maar de meesten genieten van een zelfgemaakte kaasfondue op het gelijkvloers zodat we enkel met 4 personen de familie assisteren om de foie gras, de escargots, de kalkoen, de kaasschotel en de ijstaart naar binnen te werken. Op kerstdag sneeuwt het nog steeds en we vertrekken naar beneden richting Belle Hutte, het skistation van La Bresse. Er liggen echt wel pakken sneeuw en de raketten komen op zijn minst gezegd goed van pas. In Belle Hutte houden we een korte stop, verkennen de plaatselijke intersport en "genieten" van een suikerwafel in een openstaande garage. Halverwege de terugweg krijgen we telefoon dat Nico en Sofie, een bevriend koppel die ook wel eens kerstmis in de sneeuw wil meemaken, aangekomen zijn op de parking. 's Avonds zijn w terug maar met zijn vieren en genieten van de rust in deze oase van "wellness". Op tweede kerst zit de lucht terug potdicht, het waait zeer hevig en er valt nog steeds sneeuw. Toch vertrekken we richting Hohneck maar al gauw blijkt dat de omstandigheden vrij zwaar zijn, vooral voor Sofie, terwijl beiden niet echt aangepaste kledij hebben voor deze barre toestand. Vooral een water- en winddichte broek en, zeker gamaschen zouden hier zeker van pas komen. Mede hierdoor dalen we de Hohneck af langs de "straat", niet echt een gepaste term met ongeveer een halve meter sneeuw. Na een welgekomen warme choco  op de route des cretes gaan we nog even door tot aan de skipistes om dan terug te gaan naar de refuge. De rest van de namiddag kaarten we er duchtig op los. Daar enkel Jeannique en ikzelf over raketten beschikken trekken we er de dag erna met zijn tweetjes op uit. Terug over de Hohneck bij zicht 0,0 om achter de kleine Hohneck af te dalen naar Le Gashney. Nergens is er langs het buitenpad gespoord wat de tocht loodzwaar maakt, de tweede helft tot Le Gashney komen we zelfs vrij veel mensen tegen die "genieten" van de wintertijd. Van onze middagstop nemen we niet het blauwe driehoekje terug maar het blauwe rechthoekje, eigenlijk de voorloper van het "sentier des roches", en dat zullen we geweten hebben. Na de helft van de tocht gaan de raketten onverbiddelijk uit want ladders en kabelzekeringen zijn nu schering en inslag. Op een vrij steil stuk zijn er ook een paar kolossen van bomen  uitgewaaid en ik weet nog steeds niet hoe Jeannique het klaargespeeld heeft deze hindernis te omzeilen maar om half vijf zijn we terug aan de refuge na een "tochtje" van zeven uur. We ontmoeten nog een uiterst intressante Duitser (ja, ze bestaan echt) die oa twee jaar door Azië getrokken heeft, iemand met een visie. De laatste dag sneeuwt het nog steeds waardoor we beslissen om de wagen uit te graven en op het gemak af te dalen naar Gerardmer. Het weer wordt steeds slechter en na de middag keren we huiswaards want er is maar één rijvak beschikbaar op de autoweg en dit tot bijna in Namen. Eind goed, al goed en het is nu aftellen tot eind januari. Dan gaan we ijsklimmen bij en met Paulo Grobel in La Grave.
Vogezen Augustus 2005. Eindelijk nog eens naar "Les trois Fours", het lijkt wel een eeuw geleden dat we in de hemel van de Vogezen verbleven hebben. Ook al ziet het weer er voor de komende dagen niet zo best uit, toch trekken we ons daar niets van aan en we, dat zijn Erik, Jeannique en ikzelf, gaan ervoor. Daar het nog vrij kalm is bij Procura NV, Jeannique en Erik zijn in verlof, ben ik in staat om rond 11 uur al op weg te zijn op vrijdagmiddag. Hierdoor kunnen we voor de spits en de files naar het zuiden blijven want we zijn immers half maand. Zelfs de werken in Metz en Thionville brengen ons niet van de wijs en om 15 uur parkeren we de wagen in een overvol Gerardmer. Het weer is inderdaad niet echt top want na 10 minuten krijgen we een flinke vlaag regen op onze donder. Toch is het geluk een beetje aan onze zijde want nadat de altijd goedlachse Sylvie onze kamer getoond heeft schijnt de zon als geen ander. 1 Elzas vanuit Frankental. We maken nog een tochtje naar Frankental, eten onze "casse croute" beneden op met een lekkere verse melk grenadine of cassis, en genieten op het terras van de laatste warmte van de dag. Eigenlijk is het daar zo rustig en prachtig om te zitten dat we een beetje de tijd uit het oog verliezen en we moeten toch nog de stijle en voor de eerste dag vrij zware Col Jeannique bijna boven op de Col de Falimont. de Falimont op naar de crete. Onderweg maken de enkele chamois die er rustig grazen en stoeien onze tocht helemaal compleet waardoor ons afzien bijna in de vergeethoek verdwijnt. Als we op de crete arriveren zijn we net op tijd voor een stevig onweer wat meebrengt dat we gauw nog een tandje bijsteken want de warme douches en het avondeten wachten. Meer moet dat niet zijn voor de eerste dag. DaarChamois nabij de Falimont. ik niets meer van Mat (hiking) gehoord heb gisteren of deze morgen besluiten we er eens stevig in te vliegen, het is trouwens prachtig weer en daar moeten we van profiteren. Via de route des couloirs gaan we naar Schiessroth waar we afdalen naar het meer van Schiessrothried. Van daaruit gaat het nog eenLangs het sentier des couloirs. trapje lager naar het meer van Fischboedle waar we genieten van onze meegebrachte spijs en drank wantGeluk aan het meer van Schiessrothried. van hieruit gaat het bijna enkel nog bergop. Jammer dat er zoveel wandelaars de weg naar dit meertje reeds gevonden hebben want je waant je hier echt in Zwitserland. Na onze versteviging van de innerlijke mens beginnen we aan een klim van meer dan 300 hoogtemeters naar de hut van Kerbholz die zoals Fischboedle. steeds gesloten en afgegrendeld is. Dan gaat het dwars door het wormsawald over een vrij geëxponeerd pad naar de onderkant van de Spitzkoepfe, Koorden, stalen kabels, brugjes, ladders, stalen pedalen in de rots,...vanalles kom je er tegen. Dit is echt één van onze favorieten. Waar de rode bollen van de Spitzkoepfe beginnen rusten Jeannique en ikzelf even uit, Erik gaat nog even omhoog op verkenning want ondertussen heeft Mat gebeld en morgen gaan we de voor hem reeds lang op zijn agenda staande beklimming aanvangen. Nog even gaatIn het Wormsawald. het naar beneden om dan via het "wormspiel" terug naar de crete te klimmen en eigenlijk is klimmen geen ongepast woord. na de vijf uur die we al in onze benen hebben is deze kuitenbijter een mooie apotheose van deze prachtige dag. Eens boven op de crete volgen we het pad dat over de Hohneck loopt maar er bovenop genieten we eerst van een lekkere ricard, we zijn tenslotte toch in Frankrijk hé. Bij het afdalen van de Hohneck komen we Mat en Audrey tegen en maken we uiteindelijk ook eens in levende lijve met elkaar kennis.Alles bijeengerekend zijn we een dikke 8 uur onderweg geweest en één ding is zeker: de Vogezen zijn the place to be voor de kortere vakanties. Nergens beleef je het alpengevoel zo dichtbij huis als hier. Op zondag hebben we afgesproken met Mat en Audrey bovenop de Hohneck om van daaruit met hem naar de Spitzkoepfe te gaan. Als we echter de Col de Falimont naderen is het zo hard aan het waaien en regenen dat we allen moeten afzien van onze plannen. Eigenlijk is dit geen weer om een hond door te laten, toch beslissen we om via de Col de la Schlucht de wandeling van de Hirschsteine te doen. De ganse tocht giet het water en we zijn door en door nat. Na een paar koffies / warme choko's op de Col de la Schlucht voert Mat Jeannique terug naar de refuge, Erik en ikzelf gaan te voet langs het pad naast de skipiste want we zijn nu toch nat en zo warmen we nog eens lekker op. In de refuge heeft Sylvie verse soep gemaakt en na deze delicatesse vertrekken Mat en Audrey naar Leuven waar marktrock op hen wacht. In de late namiddag klaart het terug op zodat Erik en ikzelf een klimgebiedje gaan verkennen op de kleine Hohneck. We besluiten om hier morgen te komen klimmen en nemen gauw nog even de "top" van deze bult mee. We zijn nog maar pas aan het terugkeren of we worden terug kleddernat, de weergoden zijn ons dit weekend echt niet goed gezind. Gelukkig maakt de tartiflette van Sylvie in combinatie me een litertje Côtes du Rhône veel goed... Maandagmorgen en het is nog steeds aan het regenen. We proberen er nog wat van te maken maar als ook de mist nog opsteekt en we amper onze weg nog vinden houden we ons verlengde weekend vroegtijdig voor bekeken. Na onze gebruikelijke shopping in Gerardmer rijden we rustig huiswaarts en kunnen we terug beginnen plannen voor de komende dagen, weken, maanden, jaren....
Vogezen Kerstmis 2005 Vrijdag 23 december. Het is middag en we beginnen aan onze jaarlijkse trip naar de Vogezen. Dit jaar gaat dit gepaard met gemengde gevoelens wetende dat eind november Jeannique nog in het ziekenhuis lag met een vrij zware rugblessure. Stappen gaat steeds beter maar verre van optimaal dus hebben we ons geen doel vooropgesteld en zien we wel wat er komen zal. De weg ligt er optimaal bij en het verkeer valt zeer goed mee zodat we eerst nog een paar tussenstops maken in de décathlon van Epinal en de winkelstraatjes van Gerardmer. De route des crètes halen we maar net zonder kettingen en het valt ons op hoeveel sneeuw er wel ligt. De laatste 700 meter gaat het dus te voet naar "le refuge des trois fours" en mijn hoofdlamp van energizer schijnt zeker 3 keer verder dan Jeannique haar tikka van petzl. Die energizers zijn gewoon top en kosten amper de helft van de rest. Aangekomen in de hut krijgen we van Jean-Paul en Sylvie onze vaste kamer, l'anemone. Toch plezant als je wat privacy krijgt ook al is het een beetje in ruil voor de zo gegeerde Belgische pralines. Het avondeten is, zoals gewoonlijk, een voltreffer want Sylvie is een echte keukenprinses. Het was een lange dag en de vermoeidheid dwingt ons tijdig in ons bed te kruipen. Zaterdag 24 december. Vandaag komt er een eerste test voor Jeannique. Hoe lang zal ze het volhouden in de toch wel vermoeiende diepsneeuw, zelfs met raketten? Wel, het valt allemaal goed mee en we trekken via de oranje signalisatie net onder de Hohneck naar de Castelberg tot aan de skipistes. In het terugkomen stappen we nog een auberge binnen voor een warme drank en gaan dan via de weg naar de wagen en door naar de refuge. We willen namelijk op tijd kunnen douchen op kerstavond want men verwacht veel volk. Aan tafel zitten we bij een waals echtpaar met hun twee kinderen en het valt ons toch op dat meer en meer Walen verwoed pogingen doen om nederlands te praten. Over één ding(over alles eigenlijk) zijn we het zeker eens: de escargots en de kerstkalkoen mogen er wezen. We vieren de grote stap vooruit van Jeannique rijkelijk met "côte du Rhone" zodat we met een gerust gemoed en een zwaar hoofd naar de middernachtmis gaan (grapje!). Zondag 25 december. Jeannique heeft haar maiden trip zeer goed verteerd en daarom besluiten we van het voortreffelijke weer te profiteren en via de Col de la Schlucht naar le Zicht vanop le gazon du faingGazon du Faing. Ook de toch we vrij steile beklimming vanuit de Col de la Schucht naar le Gazon doet Jeannique zonder problemen zodat we toch wel een dikke 3 uur doortrekken alvorens rechtsomkeer te maken. We bevinden ons dan aan de vor van de Tanet. Ik stel Jeannique voor om terug te keren via de skilift naar de refuge maar ze wil daar niet van weten en we doen dan ook alles te voet. Ik sta steeds meer en meer versteld van haar doorzettingsvermogen en hou mijn hart vast hoe ze deze toch wel vrij zware kerstcorrida zal verteren. Maandag 26 december. Ondanks een beetje stijfheid heeft jeannique er zin in en ze stelt zelf voor om via het "rakettenpad" naar Belle Hutte te stappen. Dat is toch een eind ver én naar beneden maar als zij wil proberen..dan doen we dat! Er liggen toch wel echt massa's sneeuw en dat maak het pad comfortabeler dan anders. Het gaat zeer vlot en de verwachte sneeuw blijft voorlopig uit, dus stappen we om kwart voor twaalf "le slalom" binnen om bij dePrachtig zicht op de Castelberg. haard frietjes te eten. (En of ze die verdiend heeft!) Tijdens onze pauze begint het dan uiteindelijk toch te sneeuwen en onze terugtocht omhoog zal net iets meer uitdagend zijn. Toch gaat het terug vlot en iets voorbij halverwege de klim slaan we af om via "Le Collet" maar dat blijkt toch wel een beetje te veel van het goede. Het weer is ook intussen omgeslagen en in een complete white-out beklimmen we de niet meer in gebruik De nieuwe raketten testen...zijnde skipiste. Dit was toch nog iets te zwaar voor Jeannique en bekaf bereikt ze Les Trois Fours. Sylvie meldt ons dat men voor dinsdag 3Ocm sneeuw verwacht zodat we besluiten om na het ontbijt onze boodschappen te doen en naar huis te rijden. Dinsdag 27 december. Zo gezegd zo gedaan dus zijn we rond half tien aan het afdalen en we zullen het geweten hebben. Van in Gerardmer haspelen we met onze kettingen op de banden de eerste 40 Km af in een slordige 2 uur! De ganse tocht huiswaards duurde net iets meer dan 9 uur. Toch hebben we er een zeer geslaagde korte trip opzitten en de resultaten van Jeannique haar revalidatie zijn ronduit schitterend en hoopgevend voor de toekomst! 2006: Here we come!!!!!!
Vogezen Juni 2006. Er is de vorige maanden veel gebeurd: We hebben onder andere onze voorjaarsreis naar Val Di Rhemes moeten  annuleren vanwege een spierscheur in de rechter kuit van Jeannique. Eerst heeft ze eind vorig najaar gesukkeld met haar rug en toen dit eindelijk volledig van de hand was kwam er die kuitblessure waardoor ze 6 weken werkonbekwaam zou zijn. Eind juni kwam er eindelijk kentering in de zaak en was het tijd voor een weliswaar voorzichtige test op ons geliefd terrein om en rond Les Trois Fours. Om niet aan de verleiding te weerstaan direct grote tochten te maken werd zelfs aan haar ouders gevraagd om ons op dit verlengd weekend te vergezellen wat ze graag aanvaardden. Vrijdag 23/6: Om twintig voor vijf wordt er aangebeld, Jozef en Lena zijn al op post. Na het inladen van oa mijn fiets waardoor het een echt huzarenstukje is alles op de juiste plaats te krijgen in de koffer, zijn we op weg naar Gerardmer waar we rond half tien arriveren. Het weer is echt prachtig al is het reeds bloedheet op dit vroege uur. We maken dat we nog voor de middag bij Sylvie in "Les Trois Fours" zijn want de eerste dag moeten we op de dortoir slapen. Dat wordt even improviseren want Lena en Jozef zijn op dit gebied aan hun "maiden trip" bezig. Toch zijn we nog in de late voormiddag op stap naar de Hohneck, onze eerste wandeling. Op de flanken van de Hohneck is er hier en daar nog sneeuw te bespeuren en dit op het einde van juni, of het gewinterd heeft in de Vogezen? Het wandelen met onze "oudjes" valt best goed mee en bovenop ons doel genieten we van een lekkere pint. Terwijl Jeannique en haar ouders zich op het gemak begeven naar het uitkijkpunt vlakbij de refuge stort ik mij naar beneden via de Col de Falimont om dan via een stukje sentier des roches terug omhoog te klimmen door het bos waar ik mijn reisgenoten vergezel. De Falimont toont duidelijk sporen van imposante lawines, veel bomen hebben er moeten aan geloven. Het is bloedheet, 32° in de schaduw en de klim is in deze hitte best lastig. Daarna is het nog wat genieten en verkoeling zoeken in het bos naar de col de la Schlucht toe. Na nog een verkwikkende douche is het smullen geslagen met de culinaire specialiteiten van Sylvie. Een wandelingetje achteraf is dan ook meer dan aangewezen. Zaterdag 24/6: Na het ontbijt gaan we met de wagen richting Elzas. We vangen onze uitstap aan in Kayserberg waar we de ooievaars kunnen fotograferen. Je kan er ook op verschillende plaatsen ceramische ovenschotels met sierschilderingen kopen. Daarna gaat het naar Riquewihr, één van de toeristische toppers van de Elzas met zijn pittoreske straatjes en pleintjes. Het is terug bloedheet en we zoeken nog wat afkoeling bij het Lac Blanc alvorens terug te gaan naar de refuge. Daar zijn we net op tijd want al gauw breekt er een hels onweer los, dit kon echt niet uitblijven met zo een hitte. Voor het avondmaal krijgen we voor het eerst baeckeoffe voorgeschoteld, een typisch gerecht uit de Elzas. We slapen deze nacht op een kamer waardoor Lena en Jozef heel wat meer kunnen uitrusten. Zondag 25/6: Vandaag doen we het kalm aan. Via de route des cretes rijden we naar La Bresse, HET skioord van de Vogezen. In de zomer is het hiet veel minder druk. Dan gaat het naar Gerardmer waar we nog wat rondkuieren langs het meer en waar we nog wat streekproducten kopen voor thuis. In de valavond zijn we terug in Aalst en krijgen te horen van Lena en Jozef dat dit zeker voor herhaling vatbaar is. Ahhhh, Les Vosges....
Vogezen April 2007. 06/04/2007: Vrijdagmorgen, tien na vijf en alles is ingeladen. Gelukkig heeft de A6 van Jozef een megakoffer want bij mij zou het niet waar zijn. Er is bijna geen verkeer en we tateren er zodoende op los dat ik de afslag voor Epinal mis, dan maar langs Luneville en St-Die wat eigenlijk niet verder is. In Gerardmer wordt er gestopt voor wat inkopen en een koffie. Het weer is koud maar stralend en ik kan eigenlijk niet wachten om te fietsen. Zoals gewoonlijk hebben we van Sylvie een kamer voor ons 4, dank U Mr Neuhaus, en als alles een beetje op punt staat gaan Jeannique en haar ouders door de sneeuw, jawel, naar La Schlucht en ik trek er op uit met de fiets. Ik maak een ommetje via Le Valtin naar Gerardmer om dan via longemer de steile kant te nemen naar La Schlucht.Na een korte break op terras bij de familie klepkes rijd ik nog tot op de top van de Hohneck. De laatste draaien moet ik telkens van de fiets want er ligt nog een 30-tal cm papsneeuw. Ik ben, ondanks een ontsteking achteraan de knie echt tevreden met mijn conditie. Na mijn fietsavontuur gaan we nog wat wandelen en genieten van de zon. s' Avonds krijgen we een gegratineerde visschotel want het is nu eenmaal goede vrijdag maar zoals steeds is het berelekker.We zijn maar met een 10-tal personen, stilte voor de storm. Zonsopgang vanuit de hut.07/04/2007: Vandaag gaan we eens Colmar bezoeken maar eerst stoppen we in Munster want het is zaterdagmarkt en als toetje is er nog een attractie te bezichtigen. Het dorp wordt van alle kanten overvlogen met tientallen ooievaars die hun nesten aan het bouwen zijn op en rond het gemeenteplein. Nog nooit zagen we er zoveel bij elkaar. Na dit intermezzo gaat het dus naar Colmar waar ik toevallig op een vuarnet stoot, het juiste model, de juiste kleur en de juiste glazen; kopen dus want deze bril staat al een tijdje op mijn verlanglijstje. In Colmar is het zeer druk door het goede weer en het is er ook fijn vertoeven. de stad heeft een prachtige kathedraal en verschillende pittoreske straatjes. In het terugkeren rijden we even voor Munster langs de kant en steek ik mijn fiets terug in elkaar om de Col de la Schlucht op te rijden. De in totaal 24 Km met 20km klimmen tot aan de hut met 900 hoogtemeters rijd ik af in 1.36 Uur en daar ben ik best tevreden mee maar mijn been doet terug vrij veel pijn. Dat wordt een weekje rusten. Eens in de hut is het vandaag veel drukker en alles zit vol, zowel de kamers als de dortoir. We krijgen er voor de eerste keer rapen (navet salé) op dezelfde wijze klaargemaakt als choucroute en ook deze eenvoudige kost is zeer lekker. Sylvie is gewoon een wiz in haar keuken. 08/04/2007: Vandaag is het erop of eronder: we gaan samen met Jozef en Lena een wandeltocht maken boven La Bresse met redelijk wat hoogtemetere en aangeduid met 4-5 stapuren wat toch niet niks is voor mensen die bijna nooit wandelen. De tocht begint op col du Bramont en slingert op en af door de bossen naar het lac de Blanchemer waar we picknicken. Daarna gaat het geleidelijk terug omhoog naar étang de machey vanwaar een zware klim begint naar de col du Bramont. Hier en daar lag er nog sneeuw wat de tocht zeker niet gemakkelijker maakte en toch volbrachten de beide "oudjes" de volledige wandeling zonder enige kleerscheuren wat ons meer dan verbaasde: goed gewerkt! Daarna hebben we wel een drankje verdiend en we stoppen eerst eens aan "le slalom" in Belhutte om daarna van de zon te genieten in Longemer aan de rand van het meer. Vanavond zijn er terug minder "slapers" wat zowel dineren als de rust ten goede komt. 09/04/2007: Mooie liedjes duren eigenlijk steeds te kort en we mogen weeral inpakken en wegwezen maar eerst maken we nog een wandeling langs de boorden van het lac de Gerardmer. Echt ver gaan we Lac de Gerardmer.niet en ik ben er niet kwaad voor want mijn knie is echt wel overbelast na al dat fietsen en stappen. Voor het terugkeren gaan we nog één en ander kopen in de intermarché want nu we er toch zijn kan je evengoed wat streekproducten naar ons belgenland meebrengen. De terugtocht verloopt al even vlot als de heenreis en in de valavond is iedereen terug thuis. De Vogezen, dat stukje alpengevoel op 450 km..., smaakt steeds naar meer.
Vogezen November 2007. 31/10/2007: We hebben besloten om op woensdagavond nog naar Epinal te rijden daar er vaak veel mist hangt 's morgens in het najaar  en in de winter, zeker van de Ardennen tot in Epinal. Rond 21.19H zijn we dan ook op bestemming zodat we van een goede nachtrust kunnen genieten.. Enkel nog vermelden dat noch mijn visa kaart, noch die van Erik werkte in de terminal van F1. Met Mastercard was er geen enkel probleem. 01/11/2007: Om 7.00H zijn we reeds uit de veren en het is inderdaad vrij mistig. We hebben nu echter tijd zat en kuieren wat rond in Gerardmer, kopen wat lectuur, drinken een café au lait en schaffen wat proviand aan bij de bakker. Dan gaat het via Col de la Schlucht naar de route des cretes tot aan Breitsouze waar onze dagtocht begint. Via een klimmetje naar de Rainkopf dalen we af tot aan Steinwasen om dan linksaf nog verder af te dalen tot aan de kapel in Kolbenwasen. We stijgen dan terug een half uurtje tot aan het Lac de'Altenweiler waar we lunchen. Na onze laatste break hebben we terug 450 hoogtemeters te goed maar het gaat bij alle 3 goed en het pad door de bossen slingert door de bemoste bodem en is ronduit prachtig. Ook met het weer hebben we geluk: vandaag is er een straalblauwe hemel en toch blijft de rijp in de schaduw de herfstbladeren bedekken, ideaal wandelweer dus voor de komende dagen want het blijft zo. Als we om 15.45H al terug bijna aan Breitsouze zijn besluiten we eerst nog de Kastelberg aan te doen waar je prachtige uitzichten hebt op de Alpen. Uiteindelijk hebben we op onze eerste dag 935 hoogtemeters overbrugd. Rond 16.45H komen we aan bij Sylvie in Le Trois Fours en zoals afgesproken hebben we een kamer, de beste zelfs op de hoek zodat we zowel zonsopgang als zonsondergang kunnen fotograferen. Na een hete douche is het eten geblazen en deze hemelse dag wordt afgesloten met choucroute alsacienne en een passend wijntje. Met een goed gevoel duiken we onder de wol. 02/11/2007: Voor vandaag heb ik een tochtje uitgestippeld dat vertrekt aan de refuge en via Schiessrothried afdaalt tot in Steinabruck. Na een halfuurtje zoekwerk, ik vind mijn autosleutels niet meer, zijn we om half negen op pad. Vlak voorbij Lac de Schiessrothried zitten er langs de kant van de weg jagers in de vallei te staren, wachtend op een opgejaagd everzwijn dat zich laat afslachten. Toch horen we van de ganse dag geen schot zodat we ons niet druk hoeven te maken over die moordenaars. Of is het hier dan toch natuurbeheer? Het nieuwe pad dat we aandoen is zoals het weer, het wordt steeds mooier. In Steinabruck, aan de rand van het dorp vinden we een rustig gelegen bankje om te lunchen en er is even opschudding als Erik een ferme jaap in zijn vinger snijdt. Toch heeft Jeannique alles bij om het bloed in een mum van tijd te stelpen. De terugweg tot aan het Lac de Fishboedle is zowaar het mooiste pad wat we tot nog toe in de Vogezen deden.Je passeert er de ene pierrié na de andere en na een wirwar van treden en brugjes over een idyllisch riviertje bereik je het meertje waar steeds een sprookjesachtige sfeer hangt. Na een korte pauze ter versterking van de innerlijke mens beginnen we aan het stevigste deel van de tocht. We moeten nog via de andere zijde van Lac de Schiesrothried en het onverbeterlijke wormspiel terug de crete op. Wormspiel is zeker één van onze favorieten. Je ziet er bijna nooit iemand en het pad is er regelmatig vrij steil waarbij een beetje gemakkelijk rots overschrijden niet geschuwd wordt. Het laatste stuk slingert zich tot net onder de Hohneck en in de col staat er een vrij sterke bries. Onze missie voor vandaag zit er op en we zijn in één ruk 890 m gestegen, 990 in totaal. Vandaag liggen er op onze kamer 2 kranige oudjes van Brussel die er blijkbaar alles aan doen om te blijven stappen en fit te blijven. Hun materiaal is ook pure nostalgie, veel respect hebben we voor deze pioniers. Sylvie heeft tartiflette gemaakt, het lievelingsgerecht van Jeannique en het is dus weerom, hoe kan het ook anders met zo een keukenprinses, smullen geblazen. Een mooie afsluiter van een vermoeiende dag. 03/11/07: Een kort intermezzo op het wandelgebeuren beleven we door op zaterdagmorgen naar de markt van Munster te gaan. We staan versteld als er nog steeds ooievaars op hun nesten zitten. Blijkt dat door een speciaal kweek- en opvolg programma verschillende ooievaars in de Elzas blijven overwinteren. Ze worden tijdens deze periode ook artificieel gevoed. Op de markt kopen we wat artisanale producten voor thuis en vers brood voor de picknick deze middag. Dan rijden we enkele hectometers verder en parkeren net voorbij het kerkhof om een dagtocht te maken in het gemeentelijk bos van munster. We zitten nu maar op 370 meter meer maar de paden zijn er zeker niet minder mooi om. Het wordt een mengeling van smalle wegjes en languit slingerende en berijdbare bospaden die ons naar een uitzichtpunt met picknickplaats brengt op 898 meter. Van hieruit heb je prachtig zicht op de crete, Klein Hohneck, Hohneck, Col de Falimont en zelfs Refuge Des Trois Fours is goed zichtbaar. Wat is deze caf-hut toch prachtig gelegen, een aanrader voor iedereen die wil genieten van wandelparadijs Vogezen. Na een lange afdaling tot in Gunsbach breit Erik er nog een stukje aan door het bos, ikzelf ga met Jeannique die een beetje last heeft in haar knie van het steile dalen via de hoofdweg terug naar de wagen. Daarna doen we nog wat inkopen in de SPORT 2000 en de SUPER U van Munster zodat we tegen donker aan terug aan de refuge zijn. Vandaag is het mijn dagje in de keuken: haantje in de riesling met zelfgemaakte pasta: mmmmmm….Deze avond slapen we terug alleen in onze kamer, de oudjes zijn terug naar belgenland vertrokken. 04/11/07: Na het ontbijt rekenen we af bij Sylvie zodat we kunnen afzakken naar Gerardmer want op de crete zit het potdicht van de mist. We parkeren vlakbij het meer en hebben nog een tochtje van een drietal uur voor de boeg naar een uitkijktoren en een waterval om uit te komen aan de achterkant van het meer en langs de andere zijde terug te keren naar de wagen. Het pad dat naar de uitkijktoren klimt is een echte kuitenbijter en de bodem van het bos is volledig bedekt met mos. Het vochtig tapijt is een oase voor paddenstoelen zodat het fotograferen ervan een waar festijn is. De uitkijktoren is een houten staketsel met binnenin een betonnen trap. Jeannique panikeert een beetje als even over halfweg het staketsel in doorsnede halveert en toch wel luchtig wordt maar tot mijn grote verbazing staat ze een paar ogenblikken later boven te genieten van het uitzicht. Het is nog steeds een beetje nevelig en vooral de wind bovenop de toren doet ons na een paar minuten al beneden staan. Terug op de begane grond vervoegen we onze weg naar de aangegeven waterval ook al blijkt deze toch wel minder spectaculair dan we verwachtten. We zijn dan ook verwend geweest deze week. Na een toch wel een beetje te lange terugweg langs het meer naast de grote weg stappen we de signum in en vatten de terugtocht aan. Deze gaat zoals bijna altijd vrij vlot tot we in België de grens oversteken. Vanaf dan hebben we terug te maken met de vrachtwagens die hier ook op zondag de wegen vullen. De transportlobby is in België nu eenmaal keizer maar er je druk over maken heeft helemaal geen zin. Met een meer dan goed gevoel sluiten we onze reis af bij Erik met een kop koffie en gebak. De Vogezen in de herfst zijn TOP, op naar de Vogezen in de winter! Laat maar komen.
Vogezen JULI 2008. De Vogezen zijn een jaarlijks afzakkertje geworden. Dit jaar echter heeft onze wandeltrip  een speciaal tintje: Mijn vader, Urbain heeft de Vogezen niet meer gezien sinds begin jaren 50 en nu, op zijn 77 jaar gaat hij terug naar de plaatsen waar hij toen naartoe ging...met de fiets. 17/07: Om kwart over drie rijden Jeannique en Urbain, mijn vader, de parking van Procura-nv op en een weinig later zijn we op weg met bestemming Les Trois Fours. Na de obligate tankbeurt in Luxemburg gaat het in één ruk naar de carrefour van Epinal waar we wat voorraad inslaan voor de komende wandeltochten. Op de baan zijn er geen problemen, ook de gevreesde file in Metz door de aangekondigde wegenwerken viel meer dan mee, zodat we om kwart na acht al in Gerardmer zijn ondanks het shoppen. We picknicken in het park met zicht op het meer en genieten van de laatste zonnestralen. Iets na negen parkeer ik de wagen achter Les Trois Fours waar we zoals altijd zeer hartelijk ontvangen worden door Sylvie en co en we de gevraagde kamer toegewezen krijgen. Eens op de “kamer” zie ik mijn vader denken: “waar ben ik nu terechtgekomen?” want een kamer in een refuge is nu eenmaal geen hotelkamer. Na het uitpakken kraken we nog een flesje rode wijn op de start van onze vakantie en daarna kruipen we onder de veren. 18/07: De eerste test voor mijn vader. We rijden met de wagen tot op de kleine parking aan de ferme/auberge Firstmiss, ons vertrekpunt. Van hieruit gaat het via de refuge Louis Hergés van de club Vosgien over de Rainkopf. Net beneden de Rainkopf is er een pad naar links dat, eerst steil, dan vlakker, afdaalt naar Steinwasen waar we even halt houden voor een versnapering. Terug onderweg blijven we dalen, soms op vrij steile glibberige paden wat Jeannique aan den lijve ondervindt. Op het laagste punt, vlakbij de kapel van Kolbenwasen houden we onze  lunchpauze. Mijn vader heeft zuurdesembroodjes gekocht, zeer lekker maar een regelrechte aanslag op tanden en kaakspieren…Na een half uurtje break vertrekken we naar ons volgende doel, het lac d’Altenweiher waar we terug een korte pauze houden want we hebben een stevige klim achter de rug. Ondanks de vrij pittige wandeling hoor ik mijn vader helemaal niet klagen over het parcours. Hij geniet zichtbaar met volle teugen van de tocht en als je zoveel boterhammen naar binnen kan werken als hij, dan kan je al een calorietje meer verbranden, maar toch hij doet het toch maar. Het laatste gedeelte is over gans de afstand klimmen tot aan de wagen, eerst zeer steil langs de rotswand door steenslag, dan iets vlakker onder de Rainkopf om terug uit te komen aan de refuge vlakbij Firstmiss. Na deze toch wel avontuurlijke tocht hebben we zeker een frisse pint verdiend welke we nuttigen in “auberge au pied de l’Hohneck” , van binnen zeer prachtig en authentiek maar de service mag net iets vriendelijker. Dan is het tijd om te gaan douchen want het zoals steeds zeer lekkere avondmaal wenkt. Sylvie heeft trouwens één van mijn lievelingsgerechten gemaakt: spätzle met gebraden Bresse kip en dit in combinatie met een ijskouse pinot-gris… moe maar voldaan slepen we ons naar onze kamer en een weinig later is iedereen naar droomland waar mijn vader blijkbaar heel wat hout te zagen heeft… 19/07: Dit wordt een dagje om het voor Jeannique en Urbain een beetje rustig aan te doen. We vertrekken met de wagen naar de zaterdagmarkt van Munster. We kuieren langs de kramen en maken foto’s van de talrijke ooievaars, die zich zelfs op straat tussen de menigte Munsterwagen. We doen terug de nodige inkopen, proviand en souvenirs en daarna gaat het naar de “sport 2000”, een prachtige shop die we de vorige keer ontdekt hebben waar zeer veel trekking- en klimmateriaal te verkrijgen is. Ik vind er eindelijk de nepalight trekkingstokken van Dynastar en neem er dan ook een paartje mee, temeer omdat ze in solden te koop zijn. We halen nog wat eten voor de picknick deze middag en dan vertrek ik met de fiets terug naar de hut via col de la schlucht: 750 meter omhoog over 17 km, een col van eerste categorie in de tour. Het gaat beter dan verwacht, ik zit nl een paar kilootjes boven mijn gewicht, tot op 4 km van de col mijn linker pedaal terug loskomt. Eigen schuld want dit is een euvel welk ik een paar maand geleden al eens had en blijkbaar niet goed gemaakt heb. Met de moed der wanhoop haal ik een voorganger in en gelukkig heeft hij wel een sleuteltje bij om mijn pedaal terug, zij het voorlopig, vast te zetten. Daarna gaat het terug prima met en op de fiets, er is enkel zeer veel tegenwind zodat het bar koud aanvoelt in de col waardoor ik direct doorrijd naar Les Trois Fours. Na de picknick rijden we metooievaar in Munster mijn vader nog eens naar Gerardmer waar je op zaterdag op de koppen kan lopen. Ook hij vindt dit stadje een prachtige plaats om te wonen al vrezen we dat dit een beetje hoog gegrepen is want dit is toch een vrij mondain oord. Op de terugweg rijd ik langs de weg naar Valtin langs waar er tientallen houten chalets staan, echte houten villa's waar de streek zo gekend voor is. Ronduit prachtige houten woningen en op de flanken van dit heuvelachtig gebied komen ze nog meer tot hun recht. Rond zes uur zijn we terug in de refuge, net op tijd want de enige regen van onze vierdaagse valt net uit de hemelsluizen. Het avondmaal moeten we voor één keer beneden nuttigen want Sylvie verwacht nog een groep van 38 die enkel komt eten.(en drinken…) Dit wordt een drukke bedoening en voor één keertje is het niet stil om 22.00H maar ja, het is vakantie én zaterdagavond. 20/07: Vandaag rijden we eerst enkele kilometertjes op de crete langs de andere zijde, richting col du Calvaire tot aan ferme/auberge Gazon du Faing. Langs deze parking loopt er een pad naar de cascade de Rudlin. Hier zit je echt nog in de onaangeroerde bossen, waar de prikkeldraad van WO II nog zo te rapen valt ware het niet dat deze locaties zowat onbereikbaar zijn. Je ziet hier trouwens bijna niemand, ook al is het zondag. Na een 500 m dalen langs deze single track wordt onze inspanning beloond met de prachtige, 30m hoge cascade de Cascade de RudlinRudlin waar we even halt houden. Langs een brede gang door het bos zakken we dan nog wat hoogtemeters tot we aankomen op het punt waar de onverharde weg stopt. Van hieruit is het terug klimmen geblazen, zo een 600 hoogtemeters. Het eerste gedeelte is op asfalt, een prachtig weggetje om met de fiets te doen waar je ook sporadisch een verdwaalde auto tegenkomt. Op de plaats waar we naar rechts terug de single track opmoeten, een vrij idyllisch plekje aan een snelstromende beek, houden we onze middagpauze: verse boterhammen, kaas, ham, salami, worst, gedroogd fruit en een glaasje grappa miele. Inderdaad, de mooie dingen des levens bestaan uit simpele zaken, en of het smaakt…Vanaf hier is het terug echt pittig klimmen maar mijnIs het nog ver? vader wil van geen wijken weten, ondanks een recente medische ingreep. Eens de route de crete overgestoken is het pad terug breder. Dit leidt ons to op de gazon de faing, net boven lac blanc en van hieruit doen we over de gazon een stukje GR5 tot aan de afslag naar ferme/auberge Gazon de Faing. Onderweg ontdekken we verschillende soorten orchideeën langs het pad, een streling voor het oog. Aangekomen aan de ferme/auberge (full circle) trakteren wij onszelf op een frisse pint en een stuk frambozentaart of een bord brood met streekham; woorden schieten te kort, zeker proberen als je er passeert. We merken ook dat je eigenlijk de wagen gerust kan laten staan op de Col de la Schlucht want er rijden voortdurend Picnicnavette-bussen die constant de crete op en af rijden. Na de obligate douche, een ware streling voor de spieren en een half uurtje platte rust verrast Sylvie ons met st-jacobs schelp, overheerlijke lasagne, munsterkaas en myrtillentaart. Al onze verbrande calorieën zijn al 200% gecompenseerd en een fles gewurtzstraminer vrolijkt de zaak nog meer op. We zijn trouwens maar met 5 gasten in de hut, wij 3 en 2 andere Belgen. Stilaan komen we tot het besef dat het weeral onze laatste avond is maar eerst trakteert Sylvie ons nog op een fles rabarberwijn. Slaapwel… 21/07: Mijn vader heeft wat last aan zijn liezen van de zware tocht van gisteren. Lijkt mij niet meer dan normaal want wat die op zijn 77 jaar nog afhaspelt op dit onherbergzaam terrein…ongelofelijk. Jeannique en ikzelf gaan dus vandaag alleen wandelen en we besluiten om een tochtje te maken boven La Bresse zodat Urbain in het stadje kan blijven en daar wat rond kan kuieren. Wij parkeren de wagen nabij de col de bramont en zullen te voet naar het lac de blanchemer gaan, een tocht welke we met Lena en jozef vorig jaar gedaan hebben. Het singletrack pad slingert zich langs prachtige flanken met passages door steenpuin waar je gemzen kan spotten. Ook het feit dat we hierHohneck van ver beneden volledig alleen vertoeven maakt de tocht super. Aan het lac de blanchemer nemen we niet de langere omweg maar de steile duik recht naar het meer, even oppassen geblazen dus. Aan het meer eten we iets en een weinig daarna zijn we terug op pad om Urbain niet te lang alleen te moeten laten. Op de terugweg is het pad breder maar blijft klimmen tot aan étang de machey waar het eventjes terug plat is om vervolgens een laatste steile klim aan te vangen naar de wagen. Terug in La Bresse zit Urbain op een bank te wachten en van het zonnetje te genieten. De reis zit er op en we vangen de terugweg aan maar in Epinal gaan we eerst in de carrefour nog wat streekproducten zoals oa munsterkaas en gerookt spek hamsteren. Dan gaat het in één rush naar Arlon waar we ons avondmaal nuttigen om vervolgens het laatste stuk af te haspelen en mijn vader naar huis te voeren. Wij hebben er alvast van genoten en zo te zien hij ook.
VOGEZEN: IJSKLIMMEN Jan. 2009. De Vogezen zijn niet alleen honderden kilometers wandelplezier, je kan er ook bij een koudere periode in de winter verschillende spots vinden met ijswatervallen. Mijn aandacht ging naar de site aan het Lac Blanc waar verschillende lijnen zijn van 70 meter en meer. Erik ging maar al te graag mee op dit verlengd weekend en na mijn uitgesteld avontuur in Cogne door overvloedige sneeuwval rond kerstmis had ik er meer dan zin in. Zat 10/01: Om half vijf sta ik voor de deur bij Erik en een weinig later zijn we onderweg, de signum volgetankt. Vanaf Rosières is het smogalarm niet van toepassing zodat we niet te veel tijd verliezen door deze sullige maatregel om de Vlaamse schatkist te spijzen. De wegen zijn uitstekend berijdbaar en rond 9 uur staan we op de grote parking van Gerardmer waar we even halt houden voor een sanitaire stop en een koffie. Drie kwartier later staan we boven op de col de la schlucht als blijkt dat de verbindingsweg van 10 km tot aan het Lac Blanc afgesloten is in de winter. Dan maar een alternatieve weg via Le Valtin en col de la bonhomme. Uiteindelijk staan we om kwart voor elf op de parking van het meer, klaar voor vertrek. We moeten naar het couloir in de verste hoek van het meer en dat houdt in dat er een fikse klim voor de boeg staat. Je volgt namelijk het pad aangeduid met het witte bordje met rode cirkel tot je helemaal boven een picknicktafel tegen komt. daar gaat het rechtsaf steil naar beneden en bereik je achtereenvolgens de 4 sectoren met watervalijs.  Daar er in de eerste sector een klimschool bezig is met zeker 7-8 personen trekken we meteen door naar sector 2. We beginnen met een touwlengte van de couloir I 3 om dan over te schakelen op le rideau, een II 3 met een tiental meter 4. Ook hier is het vrij druk zodat we niet langer blijven maar onze eerste kennismaking met het ijs dit jaar was meer dan geslaagd. We klimmen de route volledig uit tot het pad om dan terug naar beneden te gaan om onze rugzakken op te halen. Dan terug naar boven langs het steile winterpad om opnieuw de gebaliseerde weg te nemen naar de auto. Moe maar voldaan kruipen we in de wagen naar refuge les trois fours, bij Sylvie, onze vaste stek als we in de omgeving logeren. Dit keer rijden we langs de col de Wettenstein om dan via de weg van Soulzeren naar col de la schlucht de route de crètes op te rijden tot aan de afslag voor de refuge. De ontvangst is zoals gewoonlijk zeer hartelijk en ondanks mijn late reservering hebben we toch een kamer ter beschikking. Het is zaterdagavond en de hut zit propvol, de coq au vin met spaetzl smaakt overheerlijk en we spoelen alles door met de nodige wijn. Toch zijn we beiden vrij moe zodat we snel naar onze slaapzak afzakken. ZO 11/01: Daar er gisteren al zoveel volk aanwezig was aan de watervallen hebben we besloten om vandaag een fikse tocht te maken door de sneeuw. We rijden de route de crètes verder tot aan de skipiste van Kastelberg, die de weg dwarst zodat we niet verder kunnen. Te voet dwarsen we de skipiste en gaan over de ondergesneeuwde weg tot aan Fierschmuss waar we de beklimming van de Rainkopf aanvatten. De sneeuw is hard bevroren en ideaal om er bovenop te lopen zonder door te zakken, na deze top gaat het nog verder via de beklimming van de Rothenbachkopf, deze heeft een meer alpien karakter, zeker als we afdalen naar de hoeve van Steinwasen. Vanaf hier keren we een beetje terug en dalen dan dwars door de bossen af tot we uitkomen ergens onder het meer van Altenweiher. Niet evident en het was zeker verder en moeilijker dan we dachten. Aan het meer nemen we een korte break om onze thee te drinken en een weinig te eten. Dan trekken we terug omhoog richting kastelbergwasen om vandaar het pad te nemen naar de skipiste van Kastelberg. Terug aan de stube van Breitsouze, vlak naast de skipiste eten we een lekkere "planche de montagnard" en drinken een grote "cola", die hebben we meer dan verdiend. Op ons gemak zakken we af naar de hut waar een verkwikkende douche op ons wacht. Deze avond geen geroezemoes in een overbezette hut, neen we zijn welgeteld met...3. Op ons twee na is er nog een jonge vrouw aanwezig, meer dan vriendelijk en Nathalie genaamd. We eten dus aan de tafel van Sylvie en terug is het een waar festijn: eerst Quiche, dan blanquette de veaux met ratatouille, vervolgens een stukje munsterkaas met brood en afsluiten doen we met warme frangipantaart. De zware dag is snel vergeten. Ma 12/01: We zijn al vrij vroeg uit de veren want vandaag gaan we terug ijsklimmen en dat is al gauw 50 minuten van de hut. Als we op de parking van het meer aankomen zijn we de eersten en in een vrij strak tempo doen we het pad naar de watervallen. Ik ben zo stijf als een plank en mijn kuiten staan op ontploffen, dat belooft voor het klimmen. Gelukkig heeft Erik de tocht van gisteren beter verteerd en is hij gedetermineerd om le diedre, een I 3 van 70 meter te beklimmen. Ik ben maar wat blij dat hij wil voorklimmen. Le diedre is een prachtige waterval met net na de eerste standplaats een vrij heikele traversée maar Erik heeft alles onder controle en klimt alsof hij dit dagelijks doet. Na nog een vrij lange uitklim staan we boven op het pad en kerenterug naar de rugzakken waar we besluiten om niet meer naar boven te kruipen maar gewoon het couloir verder af te zakken om over het meer naar de wagen te gaan. Dit laatste is zelfs niet nodig want er loopt een geïmproviseerd pad langs de oever en na enig klimgedoe aan de sluis staan we aan de wagen, het is dan 13 uur en tijd om op het gemak weer te keren. In Gerardmer gaan we eerst nog wat goede punten scoren voor thuis en doen wat boodschappen met plaatselijke delicatessen. In de valavond is het enkel nog wat knoeien op de ring rond Brussel maar rond 19.00H zijn we beiden terug thuis om terug te kijken op een prachtig weekend. Van mij mag er eerstdaags nog zo eentje komen.
Vogezen april 2009. Zaterdag 11/04: Daar er vrijdag nog een meeting gepland was in de namiddag en zodoende het paasweekeinde met enig uitstel begon hadden we besloten om  op zaterdagmorgen  rond 5 uur te vertrekken.  We zijn zeker niet alleen om richting zuiden te vertrekken maar alles loopt vlotjes zodat we om kwart voor 9 in Epinal de afslag nemen richting Gerardmer. In onze vaste kroeg gaan  we een grote café au lait drinken om erna nog wat rond te kuieren in de binnen stad. Dan gaat het richting Munster waar er de zaterdagvoormiddag markt is  zodat er leuke sfeerbeelden kunnen geschoten worden. Ook de ooiervaars zijn al druk doende hun nesten aan  het repareren want de lente is in het land. Meer zelfs, het is 26° in de vallei wat meer dan deugd doet voor lichaam en geest. Na een paar inkopen voor de komende dagen trekken we er te voet op uit om te gaan picknicken boven en met uitzicht op de stad. Gewoon een zalig gevoel na onze stevige  portie tegenslag  van de laatste maanden. Gans mijn ijsklimseizoen in duigen door allerhande redenen zoals een signum met 2 gebroken voorveren, een rugblessure van Jeannique en een daaropvolgende operatie er bovenop. Nu is de rug terug hersteld en de signum de deur uit en vervangen door onze oude liefde, eens BMW, altijd  BMW, zodat we de lente met nieuwe frisse moed kunnen starten. Genoeg gezaagd want met dit weer kan je niet anders dan de wereld rooskleurig aankijken en onze zorgen zijn peanuts vergeleken met de miserie van bv de slachtoffers van L’aquila. Na onze picknick rijden we op het gemakje de Col de la Schlucht op naar de crète waar nog een massa sneeuw ligt en er verassend weinig wandelaars zijn. Zoals bijna altijd krijgen we van Sylvie in LesTrois Fours onze vaste kamer”jonquille”  welke uitzicht geeft op het bos en de weide zodat we Reinaard zeker moeten kunnen spotten als hij er nog is. Blijkt nu toch wel dat de paasperiode ideaal is als je goed geëquipeerd bent  want ook in de hut is er bijna geen volk. Zij die echt voor de sneeuw kiezen  gaan hun geluk hogerop beproeven en de gewone wandelaar vindt die besneeuwde paden maar niks zonder raketten. Voor ons is het prima zo want wij hebben alles mee, van sticks over raketten tot onze lichtgewicht crampons dus zal er al veel mogen gebeuren. Na nog een korte tocht is het al tijd om aan tafel te gaan waar we van  Sylvie vernemen dat de veranderingen van de refuge verstrekkende gevolgen hebben. Zij was verplicht een veel minder lucratief contract te tekenen wat ze dan ook geweigerd heeft met als gevolg dat haar contract  in september verloopt. Hiermee stopt de meest symphatieke uitbaatster die ik ooit in een refuge ontmoet heb en dit zal zeker niet ten goede komen aan het clientele want beter kon echt niet. BEDANKT SYLVIE!!!! Na onze 4-gangenmenu met soep, baeckoeffe, munsterkaas en tarte aux myrtilles  duiken we onze slaapzak in want we zijn nu toch al enkele uren onderweg  en morgen willen we er direct invliegen. Zondag 12/04: Ik schiet wakker om 2 voor 8, iets wat mij bijna nooit overkomt. Ik was dus duidelijk toe aan een beetje slaap inhalen want ik heb deze nacht niets gehoord noch gezien. De zon zit al uit en we zien het volledig zitten om een mooie tocht te maken over de Hohneck naar Gashbey om zo door te steken naar Frankental Het lijken de Alpen wel in het voorjaar...en dan via een stukje sentier des roches omhoog  langs het paadje achter de refuge. Tot op de Hohneck hebben we onze raketten  meer dan nodig, daarna hebben we de zonnekant en kunnen we op onze bottinnen verder. Rond de middag zijn we in Gashney en picknicken we op een bank in het dorpje. Daarna volgen we het geëxponeerde pad (blauw rechthoekje) richting Frankental tot we aan een passage komen waar geen doorkomen meer aan is. Onderaan het grote couloir is het pad wat bestaat uit ijzeren panelen nog volledig ondergesneeuwd met een dikke meter witte massa en juist ervoor druist het water in ware watervalstijl naar beneden. Als het echt zou moeten, ja maar het hoeft niet en dit is Jeannique haar eerste echte tocht na haar hernia en operatie dus keren we rechtsom. Terug in Gashney moeten we gans het pad omhoog tot bovenop de Hohneck en dit op de veelal nog volledig besneeuwde paden. Toch gaat het prima en dit moet gevierd worden met een dikke frisse pint. Moe maar voldaan slepen we ons over de laatste honderden meters naar onze verblijfplaats. Vandaag zijnwe nog met minder dan gisteren, met 4 tegenover 7 en dit brengt mee dat de sfeer echt gemoedelijk is en we gewoon aan de tafel van de gardienne zitten. Ik mag er niet aan denken dat dit gezellige nest plaats moet ruimen voor een kil hok waar je de uitbater nog zal zien bij inschrijving en betaling van je verblijf. Maandag 13/04: Vandaag zijn we een half uurtje eerder beneden en na een stevig ontbijt ploeteren we door de sneeuw naar de wagen waar we de route des cretes oprijden tot aan Breitsouzen vanwaar te voet we verder zullen trekken. De eerste kilometers gaat over de nog zwaar besneeuwde weg tot aan Fieschmuss om daar de beklimming van de Rainkopf aan te vatten. We gaan met de raketten recht op recht ophoog wat op sommige plaatsen echt steil is maar Jeannique geeft geen krimp en heeft het volle vertrouwen in haar TSL's, dit geeft hoop voor onze toekomstige tocht naar Val di Rhemes in mei. Hier boven gaan de raketten af want gans de weg naar de top van de Rohenbachkopf is sneeuwvrij. Dan gaat het terug door de sneeuw naar Steinwasen om verder af te dalen naar de kapel van Kaltenwasen waar we picknicken. Op de weg hiernaartoe kwamen we twee tractoren tegen die het pad openen om de houtbouw terug leven in te blazen na deze strenge winter. De eerste heeft vierwielaandrijving en kettingen maar het toch gaat het niet van een leien dakje. Tegen een slakkengangetje en op volle toeren ploetert het stalen ros zich gestaag omhoog. Na de lunch in dit prachtig kader staan er nog 3 dingen op het programma: klimmen, klimmen en klimmen. Eerst het vrij steile pad naar Lac Altenweier en dan de vrij lange klim naar de achterzijde van de Kastelberg. Vanaf hier is het echt zwaar ploeteren om terug aan de wagen in Breitsouzen te geraken en de halve liter ... smaakt dan ook heerlijk met een kleine regionale versnapering. Dit was een dag uit de duizend en het prachtige weer, het was terug rond de 25°, deed zeker ook zijn duit in het zakje. Op deze paasmaandag zijn we volledig alleen bij Sylvie en bij een lekkere fles wijn, die we zelfs niet eens moeten betalen beseffen we dat dit één van de laatste dagen is die we zullen doorbrengen met deze zo gemoedelijke mensen. Ook het vosje, dat in januari al rond de hut zwierf om de etensresten op te peuzelen, is terug van de partij maar toch O zo schuw. Dinsdag 14/04: We hebben twee prachtige tochten gemaakt en dit was een prima test voor Jeannique. We willen niet verder forceren zodat we na een hartelijk afscheid van Sylvie en Jean-Paul ons beperken tot nog wat shoppen. Het meerendeel van wat we nodig hebben vinden we in Gerardmer, de rest moet er aan geloven in de carrefour van Epinal. Relaxed en meer dan voldaan bereiken we onze thuishaven en kunnen terug beginnen plannen voor de volgende avonturen.