AVONACU
© AVONACU 2013
Italië
La Tresenta 2003. Het is woensdag 19 mei, 15.20H en een reisje naar mijn tweede thuis, het Gran Paradiso park kan beginnen. Beginnen is een groot woord: na 50 minuten zijn we al in...Tervuren. Ook om Frankrijk binnen te rijden gaat het stapvoets waarbij we eerst nog wat in de rij gestaan hadden in de ardennen. Uitijndelijk valt alles in de plooi en om 22.30H kunnen we onze intrek nemen in de F1 van Pontarlier. Om 6.00H verstoort het gepiep van mijn polar onze slaap en een halfuurtje later zitten we terug in de wagen om de volgende 2,5 uur van ons traject af te leggen: bestemming het"café du centre" in Aosta waar we zoals altijd genieten van cafélatte en panini caldi mozarella. Tegen 11.30H is ook de laatste etappe naar Pont achter de rug en kan mijn 24KG zware rugzak om op weg naar de  rifugio Vittorio Emanuele. We nemen alles mee, ook eten voor 4 dagen zodat ook Jeannique 15KG op haar rug sleurt wat niet evident is na haar rugoperatie. Erik draagt natuurlijk ook zijn deel van de koek waaronder de extra worsten uit Aosta en de helft van het tweelingtouw. Er ligt nog veel sneeuw waardoor het geen sinecure is om de hut te bereiken, Jeannique zit zelfs eventjes vast in een sneeuwgat zodat Erik kan beginnen graven. Na 3 uur bereiken we de rifugio wat helemaal niet slecht is in deze papperige witte massa.Mijn muileke ferm verbrand De rest van de dag wordt gespendeerd aan zonnebaden, wat voor mij, insmeren niet nodig, verbranden betekent. Waarvoor zijn we hier: we hebben hier nog unfinished business met name La Tresenta waar ik vorig jaar in maart op 40M van de top terugkeerde met een kapotte crampon en een wrang gevoel. Verder hebben we onze zinnen gezet op de Becca di Monciar en als we tijd, goesting en boterhammen over hebben kunnen we altijd nog naar de Gran Paradiso zelf want de omstandigheden zullen toch wel anders zijn dan in Augustus toen ik hem de eerste keer beklom. Op vrijdag gaan we om 5.30 op weg naar La Tresenta in zeer degelijke omstandigheden: enkel de top zit in de wolken. Erik heeft duidelijk last van de hoogte maar toch bijt hij van zich af zodat we gestaag door gaan. We kiezen voor een vrij rechte route naar de top over de sneeuwhelling en niet voor de gebruikelijke rechtse lijn door de rotsrug. Eventjes gaat het naar de graat om te genieten van een snack en een drankje in de zon om daarna terug naar de helling te traverseren. Erik voelt zich echt niet goed maar bereikt toch een kwartiertje na mij de top, een puike prestatie Tresenta met topkruis gezien de omstandigheden. Hij spurt als het ware in berggeitstijl naar beneden en om kwart voor tien zitten we terug op het terras van de rifugio. De eerste opdracht is volbracht met een solobeklimming langs een niet alledaagse route, de reis kan al niet meer stuk. Op zaterdag loopt terug om 5.00H de wekker af om te constateren dat het vrij mistig is en er sneeuw valt. Dit wordt duidelijk een rustdagje. We ontmoeten een nederlands koppel welk last heeft van de vele sneeuw waardoor ze niet goed weten wat aan te vangen. Eén ding weet ik alvast zeker: volgende winter vraag ik Corrado om mij het één en ander bij te brengen van het tourskieën want dit moet echt de max zijn. Voor vanavond hebben we onze kamer ingeruild voor de lager want de hut zal propvol zitten, en dat zullen we geweten hebben. In de namiddag komt het terras eivol te zitten met fransen en italianen die op zondag een rondje paradiso gaan skieën. Blijkbaar moet dit gepaard gaan met de nodige portie alcohol want van slapen komt er niet veel in huis op de overvolle, bloedhete lager waar zowat iedereen 3 keer naar het toilet moet. Aangezien wij nummer 1 to 3 hebben  moeten ze ons dan ook allemaal met het nodige gestommel passeren. Ook Erik begeeft zich naar het toilet en als hij terug komt hoor ik hem hijgen als een paard, wat echt geen goed teken is. Twee uur later, bij het aflopen van de wekker verteld hij mij dan ook dat de Becca voor een andere keer zal zijn. Op die manier komt er een abrupt einde aan onze plannen. We blijven nog een uurtje liggen en maken ons dan klaar voor de afdaling naar Pont. On de rifugio loopt er nog juistgeteld één alpinist rond. hij besloot de korte weg te nemen over het één nacht ijs van het vijvertje voor de rifugio. Zelfs met zijn ski's was dit te veel van het goede waardoor hij pardoes een metertje lager zat, in het ijskoude water. Wij doen ons best om niet te lachen want de brave ziel ziet er echt niet goed uit. Toch had hij dit kunnen en moeten weten... De sneeuw ligt er beregoed bij om af te dalen zodat we in 2 uurtjes  terug aan de wagen staan. Na een verkwikkende koffie in bar paradisio zakken we af naar Aosta om nog een paar inkopen te doen. Daarna gaat het gestaag naar ons eigen belgenlandje waar we de snikhete lentezon omwisselen voor een dikke trui. Hopelijk zien we de mogelijkheid om dit jaar nog op de Becca di Monciar een degelijke poging te wagen. Moet kunnen.
Zomer 2004.Saas-Grund en Cogne  Eindelijk vakantie, het is 12.30 H op vrijdagmiddag 16 juli en ik geef er de brui aan. We zijn van plan op tijd te vertrekken naar Pontarlier waar ik een kamer geboekt heb in de F1. Men verwacht veel verkeer en met de werken op de E411 hebben we besloten om langs de N4 te rijden wat reuze meevalt. Van file is er geen sprake, we zijn ook tijdig vertrokken, en het gaat zodanig vlot dat we in Epinal besluiten een tussenstop te maken naar de plaatselijke Decathlon. Deze is trouwens vlak langs de hoofdweg gelegen. We rijden verder langs Vesoul en Besançon en zijn rond 19.30 H op onze bestemming. Eerst nog een hapje eten bij MC Donalds, op stapafstand van het hotel. We zijn amper in onze kamer als er een onweer van jewelste losbreekt waardoor het rond half negen reeds aardedonker is. Ik en onweer, het gaat echt niet samen. De volgende morgen zijn we om 6.00 H al op pad want er zijn hier en daar wegenwerken in Zwitserland en men verwacht files. Zonder problemen bereiken we Saas-Grund rond 9.00 H. We besluiten om eerst eens naar het mondaine Saas-FeeHet oude Saas-Fee. te wandelen lengs de "Kapelleweg", een mooie tocht van een uurtje met mooie uitzichten. In Saas-Fee is er vrij weinig volk, veel minder dan twee jaar terug in juni. Na de middag zetten we onze tent op aan de achterzijde van camping"kapelleweg", een oase van rust. Later bezoeken we Pieter die met de bergpallieters, een olijke bende bergsportfanaten, op zomertreffen is en op de naburige camping "Mischabel" staat. Ze hebben geen al te best weer gehad en de condities waren zeker niet optimaal. De Weissmies, welke ik in solo wil beklimmen is sterk gecrevasseerd en hij doet me twijfelen, raadt me aan van toch wel op te letten en vindt het zelfs niet echt slim. Enfin we zien wel want morgen gaan we te voet naar het Hohsaashaus vanwaar je een gans stuk van de route kan aanschouwen. In de valavond steekt er een vrij sterke wind (föhn) op en is het niet echt aangenaam voor de tent. We maken nog onze rugzak voor de dag erna en kruipen in onze slaapzakken. Het regent de ganse nacht. De volgende dag gaat het dus richting Hohsaashaus op 3100M, wat betekent dat we zo een 1600M moeten stijgen, en dat op onze eerste echte stapdag. Het eerste gedeelte via  Triftalp naar Kreuzboden gaat vrij vlot. Naar een korte pauze gaat het verder via de Weissmieshutte naar het Hohsaashaus, een prachtige tocht over een morenerug en enkele sneeuwvelden. Jeannique moet zwaar op de tanden bijten maar bereikt, op karakter, de hut. De bergen rondom zijn nauwelijks te zien, steken in de mist en als er al het één en ander te aanschouwen valt geeft het zeker geen goede indruk. De graat van de Lagginhorn is volledig besneeuwd en ook op de Weissmies ligt er verse sneeuw, niet echt hoopgevend voor solo beklimmingen. De vooruitzichten van het weer zijn zeker niet ideaal waardoor ik het drastisch besluit neem rechtsomkeer te maken. Ik ben niet van plan om een paar dagen in de hut te wachten, we zijn trouwens met z'n tweeën en Jeannique heeft ook vakantie. s'Avonds is het weer barkoud met veel wind en het begint terug te regenen. We besluiten om naar Italië te trekken als het niet betert. Maandagmorgen is het vrij zonnig, toch geven de weersvoorspellingen niet echt beterschap en in tegenstelling tot onze Belgische Franken en Sabinnen hebben de weerlui van Zwitserland het wel vrij veel bij het rechte eind. Opkrassen dus en richting Cogne, onze tweede thuis. Na verschillende keren in de winter er te zijn geweest gaan we er nu ook eens kamperen in de zomer. We rijden over de col Grand ST-Bernard, toch wel steeds een belevenis met de wagen. Aangekomen in Aosta, het is er zwoel en 29°, doen we eerst wat inkopen in de Gros-Cidac en rijden dan verder naar Cogne....waar het water giet. Mooie vakantie zeg, nog zo een dag en ik rijd gewoon naar huis. Op camping"Lo stambecco",in de gutsende regen zetten we onze tent op en de moreel zakt echt naar een dieptepunt en dan.........is er de zon. Plots is ze er en geeft ze ook direct warmte. In de valavond is het reeds zo goed dat we een BBQtje doen, eindelijk. Op dinsdag gaat het naarRifugio Vittorio Sella rifugio Sella midden in het Gran paradiso park, mijn favoriete speeltuin. Ik ken de hut, heb er al eens geslapen in hartje winter, maar nu is ze natuurlijk uitgebaat en een heerlijke cafélatte wacht ons op. Daarna trekken we verder naar het lago Lauson en nu we toch op weg zijn stappen we maar de ganse"caselario de l'herbetet" af, één der prachtigste wandelingen in het ganse gebied. Je stapt op hoogte boven de ganse Valnontey vallei en bereikt via een smal paadje en een paarLangs de "caselario de l"herbetet" trappen en kettingen uiteindelijk het casotto de l'herbetet, een huisje van de parkwachters. Van hieruit gaat het recht naar beneden naar de achterkant van Valnontey. Voor de ganse tocht ben je al gauw een uurtje of 7-8 zoet. Beiden hebben we geen zin meer om uitgebreid te koken, een reuzeblik ravioli biedt de oplossing. 's Nachts hoor ik datzelfde blik uit onze vuizak donderen. We hadden de ochtend ervoor al gezien dat erin gerommeld was maar verder geen acht in geslagen. In die bewuste vuilzak zat ook een hardgeworden broodje. Buiten horen we één of ander dier luid smakken aan deze lekkernij. Als het plots ook aan de tent begint te krabben wordt het mij toch een beetje te veel en na een kort en krachtig optreden blaast het de aftocht. Toch wekt deze indringer onze symphatie en de volgende nachten zullen er steeds enkele kaasrestjes ter beschikking liggen. Op woensdag doen we het terug wat rustig aan, gaan oa te voet naar Cogne en genieten voor de rest een dagje van het stralende weer.Jeannique bakt ook pannekoeken, het kan niet op. Donderdag begint met de aankoop van een paar nieuwe trekkingschoenen welke ik de dag ervoor heb zien staan en mij niet meer loslaten. Als kinderen, ook grote, op tijd maar een nieuw speeltje hebben hé. Later zal blijken dat de schoenen toch wel een voltreffer zijn want op donderdag zelf doe ik er een tocht mee van 9 uur zonder ook maar iets van last te ondervinden en ook vrijdag laten ze mij niet in de steek. Na de aankoop gaat het  stijl omhoog met de bedoeling de  3046M hoge huisberg van Cogne, de "Punta Pousset" aan te vallen. Halverwege loopt het echter fout in die zin dat we verkeerd lopen en dit maar zien na meer dan drie kwartier(STOM) wat echter geen ramp is want de Vermiana-vallei waar we inlopen is ongelooflijk mooi en we zijn er gewoon alleen. We trekken tot aan de col en keren dan terug langs dezelfde weg onder een loden zon maar aangemoedigd door steenbokken, berggeiten en marmotten. Eens terug in Cogne is het dan nog een klein uurje terug omhoog naar Valnontey. Dit was, mede door de hitte toch wel de zwaarste tocht van de ganse week. We zullen goed slapen maar dat wordt een beetje verhinderd doordat mijn therm-a-rest lijdt aan delaminatie wat betekent dat er, blijkbaar door de hitte in de tent, een blaas opstaat en je precies met je rug op een kussen ligt. Vrijdag  is een tocht naar de Grauson-vallei gepland. Corrado,een vriend van mij en berggids had me al eens gezegd dat we deze vallei zeker eens moesten aandoen want door zijn gunstige ligging steeds in de zon vanaf 7 uur in de morgen. Hij heeft zeker niet overdreven: prachtige vergezichten op de ons omringend toppen en een bloedmooi pad. we komen er zelfs een verdwaalde mountainbiker  tegen welke inspiratie geeft voor een tochtje met Erik en Xavier. Gauw en foto nemen. We trekken door tot aan Bivacco Grauson-Tentori waar we lunchen: suikerwafel met icetea. De zinderende hitte heeft toch wel wat lage bewolking aangetrokken in de vallei en het begint zowaar te regenen. Na tien minuten is deze wolk echter al uitgeschud en gaat het droog verden naar Albergo Belvedere in Gimillan, mijn uitvalbasis in de winter voor het beklimmen van ijswatervallen. Darma is blij ons te zien en trakteert direct op capuccino. We besluiten dan ook om 's avonds weer te keren en er ons eens goed teIn Albergo Belvedere te Gimillan, steeds een bezoek waard. laten gaan in haar restaurant. Albergo Belvedere is gewoon TOP, ik verlang al naar de winter. Mooie liedjes duren nu eenmaal niet lang en de ganse nacht regent het. Ook op zaterdagmorgen valt er nog wat neerslag en is het zwaar bewolkt wat ons doet besluiten een dag vroeger op te kramen waardoor we ook de onvermijdelijke files gedeeltelijk zullen ontwijken.Zonder problemen geraken we  weer behouden thuis en kunnen we weeral beginnen plannen voor de toekomst. In oktober komt natuurlijk ons hoofddoel voor dit jaar, onze nepalreis maar in augustus plannen we toch eerst nog enkele dagen Vogezen. Het leven kan toch schoon zijn voor wie van elk moment kan en wil genieten.
Cogne lente 2005 Lang geleden dat we nog eens bij Darma gelogeerd hadden, we keken er echt naar uit om enkele dagen te vertoeven in Albergo Belvedere. De prachtige ligging, de uitstekende keuken en de gastvrijheid van de uitbaatster zijn de sterke punten van dit hotelletje waardoor we er altijd willen terugkeren. Op vrijdagmiddag, 25 maart, staan Jeannique en Erik mij op te wachten voor Procura NV en weg zijn we. Het begin is nogal moeizaam, door de wegenwerken op de E411 staan we meer dan een uur stil nabij Neufchateau. Daarna gaat het vlotjes en na een bezoek aan de Decathlon van Epinal doen we de innerlijke mens nog even ten goede in de Mc Donalds van Besançon voordat we het Formule1-hotel opzoeken. Op zaterdagmorgen zijn we om 5.30H terug onderweg zodat we om 8.30H al in Aosta zijn, de stad waarvan ik alvast mijn vaste stek zou willen maken. Eens komt dit er wel van. Na een stevig ontbijt doen we de nodige aankopen bij Joe Sport, de neef van Darma waar ik van een fikse korting geniet. In de late voormiddag zijn we reeds in Gimillan en installeren we ons in onze vaste kamer. We hebben dus tijd zat om er nog eens stevig tegen aan te gaan. De tocht naar Tsa Plana. Het is maar een miezerig weertje maar dit kan ons niet stoppen. Een mooie tocht met zo'n 900 hoogte meters. Algauw verandert de motregen in sneeuw. Aangekomen bij de madonna blijft het prachtige uitzicht voor ons verborgen door de lage wolken. We zakken terug af naar Hotel Belvedere, het is mooi geweest voor vandaag een stevige tocht als opwarmer. Toch heb ik een cruciale fout gemaakt: In mijn haast bij het aankleden ben ik vergeten degelijke sokken aan te trekken waardoor ik twee kanjers van blaren heb op mijn hielen.' S avonds worden we zoals altijd verwend met lekkere specialiteiten uit de streek. De zondag hebben we een tocht gekozen in de Grauson vallei en zullen we proberen de Grauson hut te bereiken. Na de tweede steilere passage voorbij ecloseur stuiten we op vrij veel sneeuw. Het pad is volledig dichtgesneeuwd en op plaatsen zit je tot je middel in de witte massa. Een reden voor Jeannique om af te haken en terug te keren naar het hotel. Erik en ikzelf sporen ijverig door maar soms is het echt bijna zwemmen. We eten onze lunch op in de oude grauson hut en stoppen er dan mee, niet alleen door het slechte weer maar ook de pijn in mijn hielen is niet te harden. In  sneltempo gaat het terug naar beneden  en als we terug in Albergo Belvedere arriveren kan ik nauwelijks nog stappen. Als mijn kousen uitgaan blijkt dat het vrij ernstig gesteld is met mijn voeten: de etter loopt uit mijn blaren en zelfs mijn achillespezen hebben een vermiljoen kleurtje, dat ziet er echt niet goed uit. Ik krijg van Darma zalf en compressen die de pijn verzachten maar schoenen aanhouden is uitgesloten. Ik kan dan ook niet anders dan de tocht naar de colle Tza Sèche aan mij voorbij te laten gaan. Om de pijn een beetje te verzachten kan ik toch contact houden met Jeannique en Erik door middel van de PMR's, die trouwens voortreffelijk werken. Het weer is voortreffelijk en het hotel loopt vol met gasten die er komen genieten van het zonneterras en de voortreffelijke keuken. Jeannique blijft in Arpison genieten van het zonnetje en Erik trekt door tot onder de col. Daar er echter nog veel sneeuw op de steile flanken ligt houdt ook Erik, die alleen is, het daar voor bekeken. In de late namiddag kan ik niet anders dan mij een paar open schoenen te gaan kopen want anders is stappen gewoon uitgesloten. Voor mij zit de reis er alvast op en omdat we eind april zeker voor een dikke week terugkeren besluiten we om terug te keren naar onze heimat. Jammer maar "het kan  verkeren"... De volgende morgen, na een rustig ontbijt, rijden we naar de Gros Cidac waar we elk vrij gaatje van de wagen vullen met Italiaanse specialiteiten en een dikke 8 uur later staat de wagen terug voor onze stoep. We kunnen terug beginnen aftellen.
Parco Gran Paradiso 2005 Het is vrijdag 29 april, kwart na één en ik zie op de parking voor PROCURA NV Jeannique en Erik uit de wagen stappen. Dit is een vertrouwd startsein aan het worden om naar de Alpen te rijden en zo de files te vermijden: kort na de middag vertrekken en onderweg in de Formule 1 van Besançon gaan slapen na ons eerst nog eens vol te proppen in de locale Mc Donalds. We zijn immers op vakantie en van in Besançon is het amper drie uurtjes rijden tot Aosta, stad mijner dromen. Naldo van Joe Sport heeft zijn belofte gehouden en mijn bestelde Kayland schoenen zijn ter beschikking. Een half uurtje later ben ik de fiere eigenaar van 2 paar nieuwe D-schoenen. Ik koop ook nog een piolet voor Jelle, een beginnend belgisch alpinist die het ten zeerste apprecieert dat ik deze wil meebrengen aan  een toch wel zeer aantrekkelijke prijs. Uiteindelijk begeven we ons naar Thumel, het einde van Val di Rhemes waar we de wagen kunnen achterlaten. In Val di Rhemes waren we nog nooit en ook deze is een ware ontdekking: prachtige nauwe vallei die zich ontsluit in Rhemes Notre Dame, zeker een aanrader in het voorjaar. We hebben helemaal geen haast want Rifugio Benevolo, vanwaar we onze tochten zullen ondernemen, is slechts anderhalf uur van Thumel verwijderd. Je hebt 2 mogelijkheden om deze te bereiken: langs een brede 4WD-weg, die vooral in de winter en het vroege voorjaar gebruikt wordt of langs een prachtig pad die onder de weg slingert. Wij kiezen voor het laatste daar onder de 2000M de sneeuw zo goed als verdwenen is. Onderweg vraag ik aan een paar fransen die afdalen naar de condities en die zijn super op dit moment maar er komt een zeer warme periode aan. De Rifugio Benevolo is een nog echt authentieke berghut, ook al is ze in de zomer zelfs per fiets bereikbaar. Overal waar een ruimte van 2 vierkante meter kan gemaakt worden is slaapplaats voorzien wat maakt dat er in deze relatief kleine hut toch 65 personen kunnen slapen. De ontvangst is zeer hartelijk en we worden met ons drie gelogeerd op een kamer van 6, al slapen we enkel de eerste dag met 5, de volgende dagen hebben we de kamer voor ons alleen. Het is echt bloedheet in de namiddag en tegen de zijmuur meet ik temperaturenEen stralende Jeannique in een stralende zon. boven de 45°C, echt wat van het goede te veel met die weerkaatsende sneeuw. Dit moet en zal zijn tol eisen op onze stadsvelletjes, enkel Erik, die de vorige weken hard in zijn tuin gewroet heeft om goede punten te verdienen heeft al een bruine tint op het gelaat, benen en armen.  Daar de hut in het weekend overvol zit met toerskiërs eten deze die op een kamer zitten in de tweede shift en qua eten is dit ongetwijfeld de beste berghut waar we ooit geweest zijn. We gaan er niet verder over uitwijden, probeer het uit...oa de lasagna is gewoon de beste ooit gegeten, zonder enige Vertrek naar Punta Galisia. twijfel. De hut, de omgeving, het weer, het eten...dit wordt een prachtvakantie. Op zondag zijn we om 5 uur uit de veren om de Punta Galisia te beklimmen met onze raketten. Na een stevig ontbijt zijn we klaar voor een tochtje van toch wel een uur of zeven. Het vriest enkel een graadje of 2 zodat de sneeuwkorst snel zal veranderen in een dikke witte smurrie. De eerste uren kunnen we toch ongehinderd vorderen doordat we in de schaduw zitten. Na 3 uur en aan de voet van de Galisia houdt Jeannique het voor bekeken. Zij wacht hier in het zonnetje terwijl Erik en ikzelf nog een uurtje doorgaan. Het laatste half uurtje zie ik het doel en schakel ik nog een versnellingetje hoger, gefocust op de top. Om kwart voor tien sta ik bij de reuze steenman die het hoogste punt aangeeft, bijlange niet alleen want de Galisia is toch wel dé klassieker bij toerskiërs. Er is veel wind op de top maar dat kan onze pret niet bederven want het zicht is onbeschrijfelijk mooi: Lyskamm, Gran Paradiso, Cervino, Mont blanc, allemaal liggen ze te blinken in de zon...zalig! We blijven niet te lang boven wegens te veel gegadigden en snellen naar beneden bij Jeannique. Wat ik ook probeer, in het afdalen kan ik Erik echt niet bijbenen. In het stijgen is het net andersom, dan ben ik zodanig geconditioneerd naar de top dat Erik moet afhaken. Zo vullen we mekaar aan en kennen we mekaar door en door, zonder ons druk te maken als de andere "weg" is. 20 minuten later zijn we terug bij Jeannique die volop van de ochtendzon geniet. De terugtocht is echter vrij zwaar door de opwarming en zelfs met raketten zak je 30-40cm in de sneeuw, zelfs de toerskiërs raken amper vooruit. Rond de middag zijn we terug waar we vertrokken waren en doordat de meeste terug naar beneden gaan is het al veel rustiger in de rifugio; genieten van de stilte kan toch zalig zijn. Op maandag staat de Punta Vaudala op het programma, iets dichter bij de hut en ook iets lager: 3272M tegenover 3348M voor de Punta Galisia. Op Luca, de eigenaar/gids die met een klant omhoog gaat na, zijn we de enigen die deze berg aandoen. Ook nu is het warm maar tot aan de col zullen we geen zon hebben zodat het zalig vorderen is op de witte vacht van de Vaudala. Met de top in zicht schiet ik weer omhoog en minder dan 2 uur 30 sta ik boven, volledig alleen. Van hieruit heb je een superzicht op de Becca di Monciair, Ciarforon, Tresenta en Gran Paradiso; alsof je naar een reuzenscherm aan het kijken bent. Na Erik komen ook Luca en zijn klant me vergezellen. Ikzelf wou de graat oostwaards volgen om zo af te dalen naar de hut maar Erik heeft zijn raketten op het laatste stuk naar de top verwisseld met zijn crampons waardoor we langs dezelfde weg moeten terugkeren, jammer. Rond 11 uur zijn we al terug in de hut zodat we nog een ganse dag kunnen zonnen, lees verbranden zoals een kip aan het spit. Op dinsdag zouden we nog de Punta della Palletta meepikken alvorens af te dalen en naar Valsavarenche maar mede doordat Erik zich nogal moe voelt houden we het voor bekeken en ruilen we de bergen voor een dagje rust in Aosta. In de namiddag rijden we dan naar Hotel Gran Paradiso in Pont om eens te slapen in een echt bed en om eens te douchen. Erik voelt zich nog steeds oververmoeid zodat we de volgende ochtend beslissen om niet meer omhoog te gaan naar de Rifugio Vittorio Emmanuele maar dagtochten te maken met de raketten vanuit het hotel. Daarbij valt het me toch wel zwaar dat we de noordoost-wand van de Becca di Monciair kunnen vergeten maar aan een vermoeide Erik heb je ook weinig. Voor deze wand moeten we nu eenmaal met zijn tweeën in vorm zijn en solo zie ik dit ook niet zitten. Zo maken we op woensdag een prachtige tocht naar de Piano del Nivolet nadat we eerst van de stilte en het landschap genoten hebben bij het"croce d'arolley", een enig mooie plaats in het nationaal park. We trekken dus door naar de nivoletvlakte waar we lunchen, daarna wordt er op de terugweg nog wat op rots geklauterd. Weeral een mooie zonnige dag voorbij waardoor ik met een "Arafat-achtig" hoofddeksel  mijn gezicht verberg omdat mijn huid zowat op de steen van rozet begint te gelijken. Ook hotel Gran Paradiso is zeker een aanrader voor wie enkele dagen wil genieten van stilte en rust in een prachtige omkadering met zeer ruime kamers en lekker eten. Op donderdag heb ik een tocht uitgestippeld naar het Lago Djouan op 2516M, eigenlijk een tussenstap op weg naar de col d'entrelor. Deze tocht begint langs de grintbaan die zich omhoog slingert boven Pont. Plots sta je voor een tunnel waar je door moet maar net op het moment als je denkt dat je geen steek meer gaat zien draait de tunnel een beetje zodat er eigenlijk geen problemen zijn zonder lamp. Daarna slingert het pad zich voort tot aan een volgende tunnel maar deze moet je niet nemen. Het pad loopt namelijk omhoog naar een oude boerderij van waaruit je wandeling nr 14 blijft volgen langs een prachtig slingerende serpentine door de rotsblokken. Eens boven lunchen we in de sneeuw en een bewaker van het parco komt er aangestormd om te vragen wat we van plan zijn. Als we zeggen dat we terug naar Pont gaan is hij opgelucht want hij dacht dat we door gingen trekken langs de col d'entrelor en dat zag hij helemaal niet zitten. Op de terugweg  doen we nog wat prospectie voor deze winter: watervallen in overvloed en zeer goed bereikbaar. Al met al een zeer mooie tocht waarbij eigenlijk de raketten niet eens nodig waren. Op vrijdag gaan we de vallei in voorbij de camping maar enkel nog om foto's te nemen van de fauna en flora. Vooral de marmotten zijn zeer gegeerd voor Erik en Jeannique maar deze tijd van het jaar is het geen sinecure om die schuchtere mormels te fotograferen. In het najaar daarentegen komen ze zowat uit je hand eten. Daarna zakken we af naar Aosta om in de Gros Cidac inkopen te doen. Elk overgebleven gaatje in de wagen wordt opgevuld met Italiaanse lekkernijen: wijn, limoncello, salume, paste en veel meer moeten er aan geloven; mee naar België. Ik heb een kamer gereserveerd in de Formule 1 van Pontarlier zodat we zaterdagmorgen vroeg kunnen vertrekken richting Aalst. Tegen de middag zijn we dan ook terug in het regenachtige land van Boon.
Valle d'Aosta Mei 2007 Vrijdag 11/5: Na een hectisch dagje, pilotshop + telefoon + bestellingen, zitten we om 16.06 in de auto richting Vesoul. Het is erg druk op de baan, vooral om en rond Luxemburg maar om kwart na negen checken we toch in. Het is de eerste keer dat we maar tot in Vesoul rijden om dat ik maar om 16.00H kon vertrekken maar eigenlijk viel het nog mee zodat we de volgende keer terug naar Besançon rijden want het is er veel rustiger. Zaterdag 12/5: Om 5 uur loopt de wekker af en een halfuurtje later zijn we op weg richting Aosta. We Ochtend in Aostaaar terug het bos verkiest. Jawaddedadde, dat scheelde niet veel. Even verderop zit er een vos op het andere rijvak maar gelukkig is er rond deze tijd nog bijna geen verkeer. Bijna de ganse weg door Zwitserland regent het maar het is wel zo warm dat er zelfs boven aan de Grand Saint-Bernard tunnel geen sneeuw valt. Over de grens bij het dalen en zeker bij het binnenrijden van Aosta zie je het weer zo verbeteren zodat we iets na negen al in ons T-shirt op het terras van bar del centro zitten bij 21°. Dit is echt "godere la vita" en dit dan nog op Jeannique haar verjaardag. Een kleine tegenslag heb ik als blijkt dat Joe Sport mijn bestelde XLC nanotech stijgijzers nog niet binnen heeft. Gelukkig heb ik voor de zekerheid mijn ice riders mee. We kuieren nog wat rond in Aosta en vertrekken dan richting Lilaz waar we de wagen achterlaten. Om 13.15H zijn we op weg richting Rifugio Sogno di Berdze waar we de nacht zullen doorbrengen in het "locale invernale". We kiezen voor de linkeroever via het wandelpad en niet via de grintweg zodat we lang in de bossen kunnen blijven want het is vrij heet om na de middag nog 900M te stijgen. Vanaf 2300M is het pad veelal dicht gesneeuwd en zelfs moeilijk te vinden en de kleine 4 uur worden en een dikke 5. de laatste 100 hoogtemeters worden echt ploeteren door de sneeuw en op een bepaald moment zit Jeannique haar been zelfs muurvast zodat ik niet anders kan dan haar uit te graven met mijn handen. Uiteindelijk bestijgen we de trappen van de winterkamer, een ruimte met 14 stapelbedden en dus 28 slaapplaatsen en dit enkel voor ons tweetjes, dat wordt moeilijk kiezen. Zodra we geïnstalleerd zijn begin ik direct aan het eten, water is er in overvloed op minder dan 10 meter van de hut, en om half negen zitten we al in onze slaapzak want dit was een lange en vrij zware dag. Zondag 13/05: In de vroege ochtend is de wind toegenomen en als we rond 6 uur buiten kijken zit alles in de richting van Finestra de Champorcher potdicht. Richting Cogne daarentegen is er nog geen vuiltje aan de lucht. Rond half acht zijn we er vandoor en dit keer gaat het via rechteroever omdat we niet weten hoe het weer gaat evolueren. Na 10 minuten begint het te regenen zodat we blij zijn dat we ons van alp naar alp kunnen oriënteren maar na een uurtje en 400 meter lager houdt het terug op zodat we wat later bij het kerkje van Cret een vrij lange stop kunnen houden. Daarna gaat het dwars door de weiden naar Boue waar we even verder terug het mooiere pad van gisteren vervoegen. In de late voormiddag zitten we terug op terras in Cogne en slaan daarna nog wat proviand in. Door het onzekere weer besluiten we niet naar Arpisson te gaan slapen maar huren we een kamer bij Jeantet Abele in Lilaz: 40 euro voor een verouderde kamer maar met een zalig bed, een hete douche en in tijdloze rust. Rond 18.00 H gaan we op zoek naar een bar of restaurant om iets te eten en blijkt nu dat alles, maar dan ook alles vast is en dit tot Pinksteren. De enige bar die in de namiddag nog open was is nu ook gesloten want de eigenaars vertrekken op reis. Wie gaat er nu deze tijd van het jaar op reis? Uit pure miserie maak ik dan de instant spaghetti klaar op de kamer en deze smaakt als geen ander als je maar genoeg honger hebt. Het is natuurlijk niet de verhoopte raclette valdostane. Na ons 8 gangen diner maken we nog een wandeling langs de cascate de Lilaz, ooit mijn eerste ijswaterval en rond 21 uur is het wel genoeg geweest voor vandaag en duiken we op ons springbox  matras, slaapwel... Maandag 14/5: Een dag om zo snel mogelijk te vergeten. Rond 8 uur begint het ter regenen en nu en dan is er nog een flinke donderslag bij. We rijden naar Cogne om in de plaatselijke bar café de Cogne, onze vertrouwde bar Licone is gesloten, een lekkere latte macchiato te drinken en installeren ons daarna bij Darma in Alberho Belvedere. Uiteindelijk houdt het op rond 19.00 H. Over het eten kunnen we bondig zijn: zoals steeds een culinair orgasme met als toetje dit keer dat we gewoon à la carte mogen eten. Dinsdag 15/5: Om 6.30H trek ik met een bang hart de luiken open maar de zon is er, al is het nog een beetje schuchter. Toch lijkt het er op dat we het vandaag droog gaan houden. Na het ontbijt rijden we terug naar Lilaz om de tocht aan te vatten naar Lago di Loye dat een dikke 700M hoger ligt, op 2346M. Het pad slingert zich de steile flank op en van ver lijkt het wel of het onmogelijk is dat er hier een pad loopt. Toch is het nergens gevaarlijk, enkel vrij zwaar. Na een dikke twee uur zitten we lekker uit de wind aan de oever van het meer te picknicken. Wat is het hier rustig, we zullen trouwens op deze meer dan 6 uur durende tocht niemand tegenkomen. We keren terug met een grote omweg langs Alpe Bardonney wat een O zo mooie tocht is al begint het regelmatig boven de 2200M te sneeuwen maar nooit zo veel dat we onze gore-tex aan moeten trekken. Het voordeel van alleen zijn is dat je veel meer dieren ziet en we slagen er zelfs in om een vos te fotograferen naast de vele gemzen, steenbokken, marmotten... De laatste 2 uur zijn pijnlijk voor Jeannique als een oud euvel de kop opsteekt: pijnlijke enkels bij het dragen van hoog schoeisel. Zelf draag ik nu al 3 lange dagen mijn nagelnieuwe Scarpa Freney XT (dacht van terug de M11 te kopen van Kayland maar mijn maat was niet voorradig) en qua comfort kunnen deze tellen: nergens een drukpunt of wrijving met deze schoen. Ze wegen wel 300 Gr meer dan de M11 maar met 1850 Gr nog steeds een lichtgewicht. Daar ze ook thermisch zijn ga ik deze zeker ook uitproberen op de Mentok II in India deze zomer.Na zes en een half uur genieten van al deze natuurpracht rijden we naar Cogne voor een natje en een droogje want Lilaz lijkt wel een spookdorpje zonder toeristen. Panini, Latte Macchiato en als toetje Grappa ai Frutti del Bosco, dit laatste zeker nog voor herhaling vatbaar. Enkel het weer wil niet 100% mee (terug zwaar bewolkt maar geen regen of sneeuw) waardoor we besluiten even de kat uit de boom te kijken en af te wachten om naar Val Di Rhemes te verhuizen of nog een dagje bij Darma te blijven. Onze band met Albergho Belvedere speelt daar zeker een rol in. Woensdag 16/5: Vandaag is het echt stralend weer maar de voorspellingen voor donderdag en vrijdag zijn echt niet goed. Er wordt terug vrij veel regen verwacht met sneeuw beneden de 1800M. We blijven dus nog een dag bij Darma en besluiten om op donderdag terug naar huis te rijden want met die verse voorjaarssneeuw zal er van alpinisme toch niets in huis komen. Beter een paar dagen vroeger thuis dan je nog twee dagen te zitten vervelen in een berghut. Rond negen uur vertrekken we naar Arpisson maar via Tsavanis, een alp boven Epinel op 1900M. We starten dus met een tocht door de weiden en naaldbossen zonder een noemenswaardige stijging tijdens het eerste dik uur. Vanaf Tsavanis is het andere koek: 425M omhoog en zeker het laatste stuk is loodzwaar en in volle zon. Toch even de conditie testen en in 54 minuten sta ik aan de voordeur: een dikke 470M per uur en niet slecht dus met een goed beladen rugzak. Minder dan 10 minuten later staat ook Jeannique onder een stralende hemel van het zicht te genieten op 2327M. Wat ons opvalt is dat er hier bijna geen groot wild te bespeuren valt, iets wat volgens ons te maken heeft met het feit dat dit gebied niet in het PNGP valt en er dus wel gejaagd mag worden. De terugweg gaat net iets vlotter dan in Januari en voor we het beseffen staan we terug in Gimillan en zit het wandelen er op voor deze reis. Met mondjesmaat komen de eerste toeristen die van het verlengde weekend gaan genieten aan, wij maken pak en zak klaar om morgen te vertrekken. Donderdag 17/5: De weergoden hebben woord gehouden: net boven de albergho ligt de sneeuwgrens en het zicht is zowat nihil door de lage bewolking. Tijd om afscheid te nemen dus. Als we Zwitserland binnenrijden ligt er vanaf 1600M verse sneeuw en het blijft pijpenstelen regenen tot ik er even de brui aangeef in Epinal waar we een uurtje rondlopen en wat inkopen doen voor de volgende dagen. Hier zijn de winkels dus voornamelijk wel open op OLH Hemelvaart. Vanaf even voor Luxemburg houdt het uiteindelijk op, meestal is het omgekeerd, en kunnen we de laatste kilometers afhaspelen bij beter weer. Vanaf nu concentreren we ons op ons komend India avontuur...
Wandelen Mei 08 in Cogne Lena en Jozef eens tonen waar wij zo dikwijls naartoe trekken en laten meemaken waarom, dat was de opzet van dit kort intermezzo in Italië. Donderdag 01/05: De weergoden hebben eindelijk een inspanning gedaan en het ziet er goed uit voor de komende dagen waardoor we al om kwart voor drie het startsein geven voor de heenreis. Met een start op dit uur is er zo goed als geen verkeer en doordat het feestdag is zijn er ook vanaf Luxemburg geen vrachtwagens meer te bespeuren op onze route zodat het meer dan vlotjes gaat. Om half twaalf zijn we dan ook al in het zonnige Aosta om een laat ontbijt, vroege lunch te nuttigen in de bar del centro. We kuieren nog wat rond in Aosta om vervolgens naar Cogne te rijden, onze eindbestemming. We rijden direct door naar Lillaz om daar nog een wandelingetje te maken rond de befaamde waterval. Lena en Jozef genieten duidelijk van hun eerste kennismaking met de bergen. Wat later maken ze kennis met Darma en nog een beetje erna met de culinaire hoogstandjes van Albergho Belvedere. Met een goed gevoel sluiten we de dag af. Vrijdag 02/05: Na het ontbijt beginnen we aan de eerste echte tocht, we gaan naar Arpisson. Het eerste gedeelte op de macadam is al meteen het steilste en puffen geblazen voor wie niet gewend is van trekken en vooral doseren. Wanneer we in het bos zijn is het zwaarste er af en enkel even voorbij halfweg is er nog enkel een hevige klim naar een hoger plateau. Spijtig dat de alpage nog niet bereikbaar is voor iedereen want er ligt nog een flink pak sneeuw in de kuip ervoor. We picknicken met zicht op Arpisson en genieten van het stralende weer, blijkbaar zijn we net op tijd om het druilerige België om te ruilen voor de Italiaanse zon. De terugweg verloopt voor Lena een beetje in horten en stoten: een valpartij en een paar keer zware krampen vallen haar en beurt maar uiteindelijk bereiken we terug het hotel. Na een korte rustpauze gaan we nog eens naar Aosta want gisteren, op 1 mei was alles dicht. Na het avondmaal duurt het niet lang alvorens we in onze 2-meter bak liggen. Zaterdag 03/05: Vandaag begeven we ons naar Lillaz wat ons vertrekpunt vormt voor een tocht in de Urtier-vallei. Deze prachtige vallei is de minst bewandelde rond Cogne maar daarom niet minder mooier. Voor minder getrainde mensen ligt er wel een prachtig pad waar zich ook auto's kunnen op begeven, weliswaar met toelatingsbewijs,  en waarop in de zomer jeeps en fietsen naar de Rifugio Sogno di Berdze rijden. Onze intenties zijn om zeker tot aan het kerkje van Cret te gaan en daar te lunchen maar iedereen voelt zich goed en we stappen nog een eindje door tot de voorjaarssneeuw de weg verspert aan de grote waterval. Op de terugweg schrikt Lena zich een aap als ze bijna op een adder trapt, het diertje was aan het genieten van de middagzon en is minstens even verwonderd als wij. Afdalen doen we langs het gehucht Boue waar de marmotten al jolig aan het spelen zijn. Terug in Cogne kuieren we nog wat rond en laten Lena en Jozef één en ander van het stadje zien. Daarna gaat een fris pintje er zeker in bij Darma in de bar want het was bloedheet vandaag. Vervolgens volgt het dine en dat is niet anders dan andere dagen: te goed en te veel. Zondag 04/05: Na een stevig ontbijt vertrekken we naar Valnontey. Lena en Jozef, die deze toch wel stevige wandeltochten niet gewend zijn, besluiten het vandaag rustig aan te doen en blijven in de vallei. We bekijken en fotograferen eerst nog een kudde gemzen die duidelijk genieten van het verse groen nu de wintercondities duidelijk achter de rug zijn. Dan is het tijd om aan een stevige klim te beginnen want vandaag is ons doel rifugio Sella. Het pad slingert zich omhoog tussen de bomen en we bereiken vrij snel Thoule, de plaats waar we met mijn vader geweest zijn deze winter. Als we op 2300M de sneeuwgrens bereiken en moeten traverseren naar de andere zijde van de vallei houdt Jeannique het voor bekeken. Ze is onder de indruk van enkele Italianen die gordels en touw gebruiken om deze 50 meter te overbruggen al is dit volledig overkill. Misschien zitten de 3 doden in Rhemes door een lawine op 1 mei nog te veel in haar achterhoofd maar aanporren noch schelden helpen, we gaan terug, jammer want op de andere zijde ligt helemaal geen vlokje sneeuw meer. We troosten onszelf met een reuze ijs in de plaatselijke gelateria in Cogne. Daarna gaan we naar onze kamer om na een stevige douche onze pakken te maken want morgen keren we alweer huiswaards. Maandag 05/05: We moeten alweer naar terug naar onze heimat maar toch willen we eerst nog eens naar Valnontey voor een kleine wandeling en het meeste om nog wat foto's te nemen van de fauna en flora. Alvorens de terugweg aan te vatten passeren we langs de onvermijdelijke Gros-Cidac maar daarna zit het er echt op. We picknicken op een parking langs de weg even voor Martigny en dan wordt de vaart er ingezet tot in Besançon. De laatste stop houden we in Luxemburg waar de toch nog iets goedkopere brandstof ingeslagen wordt en een paar uur later zijn we terug in Aalst, stad van ons dromen...
Valle d'Aosta Mei 2009 of 3 valleien Woensdag 21 mei: Na een winter om zo snel mogelijk te vergeten hebben we besloten nog eens een poging te wagen naar Italië te gaan. Om kwart voor vijf staan Jeannique en Erik voor Procura in Vilvoorde en kan onze tocht naar Europa's mooiste beginnen. Op de Brusselse ring gaat het vrij vlot maar tegen Wellin in de Ardennen staan we meer dan een uur stil door één van de vele wegenwerken die ons land teisteren. Enfin, dit resulteert in vrije wegen voor de rest van de rit tot in Vesoul want overal is de avondspits al gedaan als we langsrijden. In Vesoul aangekomen in de late avond kruipen we meteen onder de wal maar een niets ontziend onweer met snerende wind houdt ons in de nacht wakker. Donderdag 22 mei: Rond half zes zijn we al onderweg want we willen op tijd in Cogne zijn daar er nog een zware tocht voor de boeg staat. Op de weg naar de Grand Saint-Bernard tunnel gaat het echter terug naar af door een immense file met als reden: wegenwerken. Het is al na bijna elf uur als we de wagen kwijtraken in een zeer druk Aosta waar we genieten van een laat ontbijt op een zonnig terras bij 29°. Dat belooft voor straks als we met volle lading en met een vermoeid lichaam naar rifugio sogne di berdze moeten. Na nog één en ander aan te kopen, want de winkels zijn open met deze feestdag, zijn we terug op weg met de wagen richting Lillaz. Wat rijdt die BMW toch "smooth" op deze slingerende alpenwegen, wat een power. Het is al na één uur als we bepakt en bezakt Naar boven trekken. Dit is echt een eerste grote test voor Jeannique naar haar operatie en ze doet het verre van slecht. Wat ons al van in de wagen was opgevallen: wat een ravage is hier aangericht deze winter. Overal zijn er nog sporen van lawines zichtbaar, sporen gaande van ontwortelde en afgebroken bomen, ijs en sneeuwmassa's maar ook verschillende kadavers van steenbokken en gemzen. Door de meters sneeuw konden deze dieren zich amper nog verplaatsen met vele slachtoffers tot gevolg. Op 2000M ligt er al volop sneeuw en dan moeten we er nog 600 omhoog, dit wordt moeilijk want het is al bijna 16 uur. Bij de alp van Tsavanis op 2300M besluiten we daar te slapen maar de enige ruimte die we open krijgen is de stal en dat is echt geen optie. We besluiten  om direct terug te keren en onze vermoeide lichamen te gaan "soigneren" op een plaats waar het altijd een beetje thuiskomen is: bij Darma in Albergho Belvedere, een oase van rust in combinatie met een waar culinair orgasme. Het laatste stuk van de afdaling worden we spontaan op een lift getrakteerd in een 3-wiel pick-up door 2 jonge Italianen zodat we om half zeven al bij Darma zijn en eerst nog kunnen douchen voor het avondeten. Het doet deugd eens op tijd in een bed te zitten en het ook het weer voor de komende dagen belooft alleen maar goeds. We zullen morgen klaar zijn om naar de rifugio Benevolo te gaan en dit zonder tijdnood, slaapwel. Vrijdag 23 mei: Om 7.30H kan Erik echt niet meer blijven liggen en maken we ons klaar voor een heerlijk ontbijt. Daarna nemen we afscheid en hopen dat we deze winter er alvast zullen bijzijn voor het magische ijs van Lau Bij en co...Op de parking van Thumel ontmoeten we een ouder Belgisch koppel met zwerfwagen die voor een maand of 3 Italië aan het verkennen zijn. Ze genieten er van de rust en de pracht van deze omgeving waar marmotten en gemzen het decor kleuren. Om 10 uur zijn we op pad en direct valt terug op hoeveel sneeuw er nog ligt. We ruilen na een half uurtje het klein pad voor de grinten weg die naar de rifugio leidt want soms is het echt hopen dat je juist zit en dat met een kolkend rivier vlak ernaast. Ook over de grotere weg zijn er verschillende lawines die de goede doorgang versperren maar na een dik uur zijn we toch al aan het bruggetje die ons op de rechteroever brengt. Van hier gaan de raketten aan en is het steil omhoog tot aan de hut. Jeannique is nog een beetje onzeker met haar reuzenvoeten maar na een klein uurtje staan we op het met zon overgoten terras van rifugio Benevolo. We checken in bij Maria en Luca om voor de rest van de dag te genieten van deze wonderbaarlijke omgeving en onze spullen klaar te maken voor tocht naar de 3445M hoge Punta Calabre. Met deze sneeuw en in zo een verzengende hitte zal dat geen boswandelingetje zijn zodat Jeannique besluit om lekker in haar bed te blijven liggen en zich zal bezighouden met fotograferen van fauna en flora. Na een overheerlijke maaltijd met soep, pasta, hoofdgerecht en dessert kruipen we ons bed in want voor Erik en mezelf staat de wekker om kwart voor vijf. Zaterdag 24 mei: Veel geslapen hebben we niet. Om kwart voor 5 kruipen we uit  onze bedden om te ontbijten. Alles gaat direct mee naar beneden want we willen er geen gras over laten groeien. We beginnen met een kattenwasje voor we het ontbijt van brood, jam, nutella, kaas, honing en verse boter met chocomelk nuttigen. Minder dan een kwartier later staan we buiten onze raketten aan te binden. Het valt op hoe warm het al is, we hebben genoeg aan een t-shirt en softshell. Het is zeker al klaar genoeg zonder lamp met dit weer en om kwart na 5 zijn we op weg. Van in het begin al voelen we dat dit geen ordinair tochtje zal zijn: het heeft deze nacht niet gevroren en met deze pakken sneeuw is het zeker geen sinecure met sneeuwraketten. Je zakt constant door de sneeuw en schept dan steeds een handvol waterige massa mee omhoog. Na een half uurtje zijn we aan de eerste heikele passage met een traversé op 35° en dit op sneeuw zonder enige grip. Even erna worden we ingehaald door een koppel op ski’s die met dit weer meer dan in het voordeel zijn. Ze gaan naar de tsanteleina maar op één van de splitsingen vlammen ze een andere richting uit al zijn punta calabre en tsanteleina “buren”. Wij houden de richting aan die we van plan waren en die Luca, de eigenaar van de rifugio en gids, ons uitgelegd heeft, ook al lijkt deze verder. Op een steile helling onder de granta parei zie ik iets glinsteren in de sneeuw. Het is een fototoestel van zeer recente makelij en ik neem het mee om af te geven in de rifugio. Ook al zal het toestel waarschijnlijk beschadigd zijn van het vocht, toch zijn het vaak de foto’s die van onschatbare waarde zijn voor de eigenaar. Op het vlakkere gedeelte onder de granta parei houden we halt voor een korte pauze. Wat een scenario om in te vertoeven met de opkomende zon als  tochtgenoot. We zijn nu twee uur ver en moeten door want onze tochtgenoot is in vorm en het voelt al aan of het 20° is en dit om half acht op 3000M. Om de honderd stappen wisselen we af om te sporen want het is loodzwaar maar op die mannier vinden we een tempo dat ons toch een 300 meter per uur laat stijgen. Persoonlijk vind ik het fysiek de zwaarste klim die ik ooit maakte en ook Erik, met zijn conditie van topsporter ziet af als een beest. De laatste helling is echt loodzwaar maar om 20 na negen staan we op de top van de 3450 meter hoge punta calabre, samen met een vijftal ski-alpinisten waaronder de twee die naar de tsanteleina gingen maar eieren voor hun geld kozen. Om in dit weer op een berg met die moeilijkheidsgraad te kruipen met je echt wel kirrewiet zijn, ze maakten dus de juiste keuze. Op de top hebben we trouwens ook een tegenvaller want blijkt dat Erik zijn drinkfles niet vind waardoor we nog 30 cl hebben voor een afpeigerende afdaling in een verzengende hitte. De papsneeuw zorgt er op de steile stukken ook voor dat je naar beneden kan lopen, het is enkel zwaar om steeds die raketten uit  de zelfgemaakte putten te lichten maar we vorderen goed tot we aan het lange en minder steile gedeelte aankomen. Hier is het echt even verstand om nul en blijven stappen. Op onze rustplaats van de heenweg drinken we onze laatste druppel water en nemen er nog een hap sneeuw bovenop. Het smaakt als een huisbereide dame blanche maar je mag er echt niet in overdrijven of je maag ligt overhoop, bij een echte ook trouwens. Het valt op dat onze sporen nog nauwelijks te zien zijn ook al is het maar 3 uur geleden dat we hier langs kwamen. Bij de grote traversé is het nu echt oppassen geblazen en Erik  schuift tot tweemaal toe uit in de witte massa, gelukkig zonder erg want de weg naar het ondergelegen bergriviertje is lang en steil. Eenmaal hier voorbij gaat het in één rush naar de hut ware  het niet dat we te hoog blijven en het spoor plots zo een 50 meter onder ons zien. Toch vinden we een niet al te steile couloir om in af te dalen op onze stijgijzers. Erik is twee passen ver als hij pardoes op zijn zitvlak gaat en als een karretje uit een roetsjbaan naar beneden swingt, nou moe, dat was snel. Het is ongelofelijk zoals de sneeuw onder de crampons blijft kleven, antibot of niet. Daar het een mooie effen helling is zie ik niet in om stapje voor stapje naar beneden te komen en laat me ook glijden. Op een natte broek na is er niets aan de hand en hierdoor staan we plots op 10 minuten van de hut. Hier aangekomen geef ik eerst het gevonden fototoestel af aan Maria om erna Jeannique te zoeken die zit te zonnen achter de rifugio. Erik vindt ook zijn drinkbus terug, in zijn rugzak…Als we een paar uur later samen met Maria kijken of het fototoestel nog werkt blijkt dat dit geen probleem is . En het kan nog straffer: als we naar de foto’s aan het kijken zijn om te zien of Maria niemand herkent staat de man van de foto waar we naar kijken pal voor ons. Blijkt dit een Franse wandelgids te zijn die op 1 mei met een groep op de gletsjer was waarvan een vrouw haar fototoestel verloor. De dag erna zijn ze er gaan naar zoeken zonder resultaat zodat ik het 25 dagen later wel vond en nog functionerend ook. Good stuff, olympus en om Redfield te citeren:” toeval bestaat dus niet”. Daar deze tocht toch wel meer dan vermoeiend was besluiten we om niet nog een dag langer in de rifugio te blijven voor de punta basei maar om morgen, na het ontbijt af te zakken naar de auto en om een poging te wagen de befaamde steenbokken van Valsavarenche te spotten en te fotograferen. De rifugio sluit sowieso morgenmiddag de deuren tot begin juli zodat we toch moeten verhuizen naar de winterruimte maar dat zou misschien ook wel zijn charme gehad hebben. We vieren onze top met de nodige vino nero bij het overigens voortreffelijke avondmaal al is Maria niet tevreden omdat we de zelfgemaakte caramel niet allemaal binnengelepeld hebben. Non siamo grandi! Eén ding staat vast: zonder enige twijfel staan we hier volgend jaar weer als god en klein pierke akkoord zijn... Zondag 25 mei: We blijven lekker liggen tot 7 uur om dan te ontbijten en ons klaar te maken voor de aftocht naar Pont. Het valt echt op bij het dalen hoeveel sneeuw er al verdwenen is in die paar dagen zodat de voor Jeannique gevreesde passages eigenlijk een "eitje" zijn. We laden in en begeven ons dan naar het sjieke hotel Granta Parei voor een overheerlijke koffie. In Degioz gaan we bij de locale kruidenier de ingrediënten halen voor een overheerlijk picknick. Aan het eind van het dorp liggen de puinresten van een huis dat niet berekend was op de moordende kracht van een lawine. Het lijkt wel of alles door een breekmolen gehaald is en terug op een hoop geworpen. Daar wordt je even stil van. Even voor Pont zien we eindelijk waarvoor we deze vallei aandoen: steenbokken. Ze grazen er op 20 meter van de straat en genieten van de middagzon. Wat zijn dit toch imposante dieren  met hun imposante geribbelde hoorns. In Pont staan er vrij veel wagens van ski-alpinisten die naar de Gran Paradiso of de Tresenta zijn. We checken in en de kamers zijn er hier zeken niet goedkoper op geworden, 55 Euro in half pension. Dit is dan ook een superlocatie maar toch. We eten aan een picknicktafel op de camping om erna nog een wandeling in de vallei te maken maar de papsneeuw is niet echt aangenaam om door te ploeteren. We besluiten dan maar om nog eens naar de "bokken" te gaan kijken en we hebben meer dan geluk want nu zitten er zeker een 15-tal. Tijd om mijn witte lens van canon met 100-400 bereik eens grondig uit te testen want in dit decor in combinatie met zeer goed licht is dit een echte must. Jammer dat een paar oudjes die waarschijnlijk maar 35 meter meer ver zien er met hun lip bovenop willen gaan staan om een kiekje te nemen zodat de dieren zich al gauw verschansen tussen de immense rotsblokken. Geduld is echter een schone deugd want ze komen terug en nemen adembenemende poses aan tussen en bovenop de rotsen. Het is bijna jammer dat we terug naar het hotel moeten voor het avondeten. Het is lekker maar gelukkig was dit een snipperdagje want met deze hoeveelheden heb je best niet de ganse dag gestapt. Na het eten gaan we nog eens buiten en blijkt dat er nu ook aan het hotel een paar steenbokken lopen. Ze zijn op de weg tussen de groeven aan het likken op zoek naar het achtergebleven strooizout. Met het verminderde licht zijn er ideale omstandigheden om te fotograferen wat we dan ook gretig doen. Moe maar voldaan kruipen we in ons bed en dit op een locatie waar je niet veel rustiger kan liggen: het einde van een prachtige vallei op 1900M. Maandag 26 mei: Om half acht duiken we uit de veren met de bedoeling na het ontbijt de steenbokken te fotograferen bij het prachtige ochtendlicht. Jeannique haar stelling"die bokken komen maar naar beneden als ze opgewarmd zijn door de zon" is echter de juiste zodat er op dit uur nog geen dier te zien is. We cruzen dan maar naar Aosta waar het zelfs in de ochtend al bloedheet is maar toch zo leuk om te Pont vertoeven. In de late voormiddag beginnen we aan ons vaste ritueel wanneer we terug naar huis gaan: inkopen doen in de gros cidac. Als we iets na de middag in Zwitserland stoppen om te picknicken is het echt bloedheet en bijna niet te harden in de volle zon. Als je uit de wagen stapt waar de thermostaat op 19° is het verschil echt wel groot. Toch verloopt de terugrit veel vlotter dan de calvarietocht op de heenweg zodat rond 23 uur Erik netjes thuis afgeleverd is en onze spullen in de gang van onze flat staan. De BMW is ook goedgekeurd want ondanks de verzengende hitte waardoor de airco gans de rit op full power moest werken stranden we toch op een gemiddeld verbruik van 5,3 liter op 100 KM. In normale weersomstandigheden duiken we zeker onder de 5. Van normaal weer gesproken: om 2 uur 's nachts worden we wakker door een loeiende wind en een onweer wat we nog nooit meegemaakt hadden. De zogenaamde supercel houdt ook ons uit onze slaap. Volgende ontvangst van de weergoden mag iets minder intens zijn.