© AVONACU 2013
Italië
Valle d'Aosta Mei 2010: na regen zonneschijn
Dit jaar geen klimvakantie met OLH-Hemelvaart maar wandelen en fotografie me Lena en Jozef.
Woensdag 12 mei: Rond 16 uur staan Jeannique en haar ouders paraat in Vilvoorde om mij op te pikken richting Vesoul. Jozef rijdt tot in
Luxemburg en vandaar af neem ik over. In Metz hebben we een file van jewelste waardoor we zeker een uurtje vertraging oplopen. Toch staan we
even na negen uur voor de Formule 1 van Vesoul. We vieren Jeannique haar verjaardag met champagne en tappa’s.
Donderdag 13 mei: We zijn al vrij vroeg uit de veren want we willen eens afzakken naar Chamonix alvorens door te rijden naar Italië. Eerst een
wegenvignet aanschaffen bij de overvriendelijke Zwitsers, grapje, om dan in Martigny te gaan ontbijten. Na het ontbijt rijden we de col de la Forclaz
over en waar voor vreesden komt nog uit ook: het begint te regenen. Geen treintje naar Montenvers of de lift naar Aiguilles de Midi dus maar een
lekkere omelet nuttigen en doorrijden naar Italië en hopen op beter weer. Tijdelijk zijn de weergoden ons beter gezind want in Aosta zitten we op
terras onder een stralend zonnetje maar bij valavond begint het ook hier te regenen en als we aankomen in Bionaz gutst het water uit de lucht. In
La Batise zijn we nog nooit geweest maar het onthaal van Sylvie is zeer hartelijk, de kamers zijn prachtig en de keuken die je mag gebruiken bevat
alle comfort. Vandaag is Jozef jarig dus…terug champagne, dit wordt niet echt een doe-vakantie.
Vrijdag 14 mei: Na het lekker ontbijt, inbegrepen in de 17 Euro per persoon, rijden we naar het stuwmeer om van daaruit naar Rifugio Prarayer te
stappen. Dat valt echter tegen want na een kilometer is de weg afgesloten wegens werken en steenslag. We zijn blijkbaar een weekje te vroeg in
deze desolate vallei. Het weer is beter maar zeker nog niet goed. We shoppen en wandelen in Aosta (zelf ben ik een beetje wanhopig op zoek naar
een paar Quantum Tech) en na de middag rijden we door naar Cogne. Nieuw in Cogne is dat met de nieuwe eigenaar bar licone open is in deze
periode, we zijn er niet kwaad om. We rijden nog door naar Valnontey waar we gemzen en steenbokken kunnen fotograferen, een beetje het
hoofddoel van deze reis. Rond 16 uur nemen we onze intrek bij Darma en we zijn amper op onze kamers als het begint te sneeuwen, eerst wat
gedwarrel maar al gauw stort de witte massa zich in een danig tempo naar beneden dat je amper Cogne nog kan zien vanuit Gimillan. Jozef en
Lena zijn er duidelijk niet gerust in maar dit is duidelijk natte voorjaarssneeuw welke na een paar uur verdwenen is. Darma toont het nieuwe
welness center en daar zal Jeannique in de toekomst zeker gebruik van maken. Na het verrukkelijke avondmaal houdt het terug op en maken we
nog een ommetje om het overvloedige eten een beetje te helpen zakken.
Zaterdag 15 mei: Het weer ziet er al een stuk beter uit en we besluiten om terug naar Valnontey te rijden om van hieruit met onze oudjes te
proberen stijgen tot de alpage van Thoule op 2130 meter. We nemen er onze tijd voor en in het begin is het vooral voor Lena afzien maar ondanks
een nieuwe korrel sneeuwbui bereiken we ons doel. Hier houden we rust en lunchen we en vooral: genieten we van het uitzicht en de stilte. Dan
terug naar beneden en halverwege de afdaling treffen we een kudde steenbokken, dit kan enkel met de paartijd want normaal leven deze dieren
solitair. Het volgende half uur aanschouwen we het machtsvertoon van deze gehoornde macho’s waarbij geregeld de koppen tegen elkaar
kletteren. Ons fototoestel staat dan ook roodgloeiend. Beneden nuttigen we een latte machiato in de locale bar en dan zakken we met de wagen
terug af naar Cogne. Ook al is het weer niet superwarm, een lekker biertje in de licone hebben we meer dan verdiend. Terug in Gimillan keuren we
de genomen foto’s op de pc en na het avondmaal wordt er vandaag niet meer gewandeld wegens te koud en winderig.
Zondag 16 mei: Al vaak hebben we op het net gelezen van de vos die om en rond Valmiana zou vertoeven en dat willen we vandaag nu eens zelf
onderzoeken. We rijden naar Cogne waar we eerst onze lunch aanschaffen en dan de rugzak om en te voet naar Valmiana. Als we de tennisvelden
passeren zien we van dichtbij de impact van de lawines die vorig jaar duizenden bomen deden sneuvelen. Wat kan een op hol gelagen
sneeuwmassa toch een ravage aanrichten,…en hebben ze daar geluk gehad in die boerderij op minder dan 10 meter van die corridor. In Valnontey
drinken we koffie in het volledig gerenoveerde hotel de l’herbetet: zeer prachtig etablissement maar o zo slechte poederkoffie, een kaakslag voor
de echte Italiaanse zwarte godendrank. Toch vragen we een brochure en wie prijkt er op de cover? Ja, de vos. De bazin zegt ons er nog bij dat hij
minder dan 10 minuten geleden nog in de tuin zat, dus kunnen we niet snel genoeg terug op pad zijn. Als volwaardige speurders spitten we de tuin
uit maar geen vos te bespeuren. Dus trekken we maar tegen beter weten in door naar Valmiana als plots, uit het niets onze pluimstaart recht op
ons af komt. Het lijkt wel een droom als hij op minder dan een paar meter blijft staan en ons vragend naar iets lekkers aanstaart. Ook al hebben we
onze picknick bij, toch slaan we de vraag van de alpini om wilde dieren niet te voeren niet in de wind en laten Reinaard rustig doorwandelen. Het
weer is nu super en even voorbij Valmiana nuttigen we onze picknick in het gras, genietend van de voorjaarszon. Wanneer we terugkeren zijn we
nog geen 500 meter gevorderd of we komen Reinaard terug tegen, een vrouw achterna hollend die, een papieren zak met voedsel luid door elkaar
schuddend, duidelijk van plan is de vos eten te geven. We begrijpen enigszins haar ingesteldheid maar slim is het niet. Zo associëren deze
roofdieren mensen met voedsel en dat is voor beide partijen geen goede zaak. We nuttigen nog een drankje in de kleine bar op de parking van
Valnontey en keren terug naar Cogne. Een uurtje later staan we terug aan de wagen maar alvorens terug naar boven te rijden doen we nog een
paar inkopen voor morgen.
Maandag 17 mei: Rond half acht steken we pak en zak in de wagen want vanavond rijden we door tot in Pontarlier waar we zullen overnachten.
Dan gaan we ontbijten en met veel spijt in het hart nemen we afscheid van Darma en co, wetende dat het weerzien waarschijnlijk maar volgende
winter zal zijn met het ijsklimseizoen. Hopelijk kunnen we ooit onze droom waarmaken en hier een permanente optrek versieren, toch wel de
hoofdzaak die ik nog wil realiseren. Vooraleer we afzakken richting Frankrijk gaan we nog een voettocht maken in Val di Rhemes, een vallei waar
Lena en Jozef nog nooit geweest zijn en waar het zicht op de Granta Parei zo fenomenaal is dat we het hen zeken moeten tonen. In deze vallei
boven Thumel zijn de bergen veel dichter en mooier dan in de streek van Cogne en het zicht op de rifugio Benevolo mag er ook meer dan wezen.
Onderweg fluiten de marmotten ons vrolijk toe en aan een grote boulder zitten ze zowaar naar ons te kijken en blijven ook vrij dicht zitten wat
weerom prachtige foto’s oplevert. Wanneer we genoeg hebben van al dit moois keren we terug en picknicken we aan een leegstaande alpage. Dan
gaat het onverbiddelijk terug naar de auto en Aosta waar we, zoals gewoonlijk proviand inslaan om van al deze Italiaanse lekkernijen ook in Aalst
nog te kunnen genieten. We bezoeken in Brissogne aan de luchthaven nog een nieuwe bergsportzaak: alpstation genaamd en een prachtige
winkel met enorm assortiment maar prijzen om van te kapseizen, totaal oninteressant dus want even duur als in België. We rijden de weg omhoog
naar de St-Bernardtunnel en nemen afscheid van mijn tweede thuis: Val d’Aosta. In Martigny is de tunnel naar de autoweg afgesloten waardoor we
een klein uur verliezen maar we laten het niet aan ons hartje komen want we hebben alle voedsel voor vanavond al ingeslagen om de F1 te
nuttigen. Toch gemakkelijk deze hotelletjes en als we er aankomen giet het water, dit in schril contrast met Italië waar het stralend weer was. Na het
avondmaal pikken we nog een filmpje mee en gaan we slapen.
Dinsdag 18 mei: We zijn al redelijk vroeg op de baan maar toch niet vroeg genoeg om de ochtendspits in Besançon te vermijden. Eens we hier
doorgeworsteld hebben gaat het redelijk vlotjes en even na negen uur rijden we de parking van de carrefour op in Epinal waar een degelijke
broodjeszaak is om te ontbijten. Daarna gaat het verder richting belgenland en omdat we rond de middag in Arlon zijn gaan we lunchen in ikea.
Dan malen we de laatste kilometers af zodat we in de vroege namiddag terug in Aalst zijn zodat ook Lena en Jozef, die nog een uurtje verder
moeten naar Tielt ook op een ordentelijk uur thuiskomen.
Valsavarenche juni 2011
Na ons avontuur in deze vallei vorige winter willen we er nog eens heen in de late lente om er van de voorjaarszon te profiteren. Daar we helemaal
niet van plan zijn om te gaan klimmen gaan ook de ouders mee: Lena, Jozef en Urbain. De bedoeling was om eerst een nachtje te gaan slapen in
rifugio Benevolo zodat ik alsnog gauw punta Basey zou meepikken alvorens het wildlife te beginnen schieten, met de camera dan. De dinsdag voor
ons vertrek loopt het echter fout met het weer in de Alpen zodat er vanaf 1500 meter een flink pak sneeuw ligt (in juni!!!) waardoor Maria (benevolo)
me opbelt dat we beter niet naar de hut trekken wegens lawinegevaar want daar ligt er zeker 80-90 cm verse papsneeuw. We opteren dan maar
voor een extra dag in Valsavarenche.
Donderdag 2 juni: Aalst - Pontarlier: Eigenlijk een dagje om snel te vergeten dat begint met meer dan 2 uur file op de Belgische wegen om daarna
een kleine panne te hebben in Luxemburg. Met bijna 3 uur vertraging en na meer dan 9 uur bereiken we Pontarlier even na 19 uur. In de
McDonalds eten we nog een snelle hap na het inchecken in de Formule 1 en daarna kraken we nog een flesje op de kamer om al het leed te
vergeten.
Vrijdag 3 juni: Pontarlier - Valsavarenche We zijn op tijd weg om eventuele files rond Lausanne te vermijden zodat we even na 8 uur gaan ontbijten
in een cafetaria in Martigny. Daar krijg ik nog eens telefoon van Luca (benevolo) dat de weg naar de hut te gevaarlijk is. Het verkeer valt nogal mee
wat goed uitkomt voor Jozef die zijn eerste kilometers rijdt in het echte hooggebergte maar het gaat echt vlot een een dik uur later zijn we in Aosta
waar we een eerste keer de nodige inkopen doen die we nodig hebben de komende dagen in onze B&B. We nuttigen nog een panino in de gros
cidac om vervolgens de laatste 25 steile kilometers te klimmen naar onze bestemming. Het weer is nog steeds voor verbetering vatbaar en als we
kort na de middag in Degioz aankomen regent het zachtjes. Na installatie op de kamer rijden we nog eens door naar Pont waar steeds wel een
aantal steenbokken te vinden zijn. Ze zijn er inderdaad en de shoots vliegen er door, leve de digitale fotografie. Na nog een korte wandeling, hier en
daar nog door de sneeuw, en een lekkere koffie in hotel paradisio keren we terug naar Degioz. s'Avonds gaan we eten in l'abro de la leuna, de
gezelligste keet van de vallei.
Zaterdag 4 juni: wandeling naar casa reale di caccia di Orvieille (2168M) Rond half negen zijn we op weg. Het voordeel van deze wandeling is dat
ze direct vertrekt aan de B&B. Het weer is niet super maar bij het vertrek regent het niet. We wandelen eigenlijk op het pad langs waar koning
Emmanuele II met een paardenkoets naar zijn jachthuis in Orveille gebracht werd, helemaal niet smal en luchtig dus. Nu en dan krijgen we een
vlaag regen in onze nek en in vrij apocalyptische toestanden bereiken we het jachthuis na zelfs een directissima te moeten maken vanwege late
voorjaarssneeuw. Gelukkig schijnt tien minuten later terug de zon zodat we "droog" kunnen lunchen. Na een korte pauze gaat het, nu via een veel
smaller, steiler maar goed begaanbaar wandelpad recht naar hotel paradisio waar we gaan genieten van een frisse pint. Het laatste stukje haspelen
we af via de weg naar Degioz. Het weer kon (veel) beter maar we hebben een prachtige wandeling achter de rug. s'Avonds gaan we de innerlijke
mens versterken in l'abro de la leuna waar het toch wel goed vertoeven is: lekker eten en gezellige sfeer.
Zondag 5 juni: Shopping gros cidac en korte wandeling naar Degioz en "Trip in the night" Deze morgen gewoon rotweer. De regen valt met bakken
uit de lucht en dit is geen weer om te wandelen. Gelukkig is de megastore gros cidac op zondag open zodat we afzakken naar Aosta om daar wat
rond te kuieren. De benen van Lena en Jozef zijn toch net echt in staat om een degelijke tocht aan te vatten. 's Middags is de zondvloed voorbij en
na een snelle hap rijden we terug omhoog naar Degioz. Na de middag maak ik met mijn vader nog een tochtje naar "trip in the night", de immense
waterval die je kan zien van op het terras van de B&B. In de late namiddag begint het terug te regenen, het weer valt toch wel tegen, als het morgen
niet beter is keren we een dagje vroeger terug naar huis.
Maandag 6 juni: wandeling vaar croce di arolley (2310M) Lena en Jozef zijn eigenlijk nog niet volledig bekomen van de hoogtemeters van
eergisteren en blijven dan ook in de vallei om daar een ommetje te maken. Jeannique, mijn vader en ikzelf trekken naar croce di arolley, een pittige
wandeling maar met een o zo mooi vergezicht. Even voorbij half weg moeten we nu en dan door hardnekkige sneeuw die maar weigert de smelten
maar we kunnen het overal veilig houden. Onderweg kunnen we ook nog een kleine kudde steenbokken fotograferen die van het wandelpad hun
privéweg gemaakt hebben. Zonder problemen bereiken we het kruis met magistraal uitzicht. Alle bergen aan de overzijde van de vallei alsook beide
rifugi: emmanuele en chabot kun je spotten. Op de terugweg zoeken we een leuk plekje om onze broodjes te verorberen en daarna keren we terug
naar Degioz waar we Lena en Jozef terug ontmoeten. Na een pauze met een uurtje platte rust doen we nog een wandeling langs het oude dorp en
kopen nog wat souvenirs in het bureau voor toerisme. We kopen een laatste keer eten in de enige locale kruidenierszaak want vandaag blijven we
"thuis" voor het avondeten.
Dinsdag 7 juni: Aosta en terugrit tot Epinal Na het ontbijt rijden we naar Aosta om er nog wat rond te kuieren door het centrum en om de
dinsdagmarkt te bezoeken. Die markt is niets speciaals maar het is altijd fijn om de locale mensen eens bezig te zien. Bij Meinardi haal ik mij nog de
PIU II, het recentste afdaal- en zekerapparaat van cassin en daarna gaan we pizza eten op een gezellig terras. Na de middag vatten we de
terugweg aan. Geen enkel probleem onderweg en na vijf uurtjes staan we op de parking van de carrefour in Epinal. In het nagelnieuw restaurant
gaan we voortreffelijk eten en daarna gaat het richting hotel Formule 1. De terugreis zit er al meer dan half op in tijd en verliep zeer vlot.
Woensdag 8 juni: Epinal - Aalst Na een superlekker ontbijt in het hotel rijden we huiswaarts. In Luxemburg wordt er getankt en op een drafje rijden
we tot "Pierson", de warme bakker in Assese langs de N4. Tegen de middag staan we terug in Aalst. Voor het eerst heeft het weer in Aosta ons een
beetje in de steek gelaten, jammer.
Cogne december 2011
Donderdag 22/12: Aalst – Cogne Op de nationale stakingsdag vertrekken we richting Italië. We nemen het zekere voor het onzekere en vertrekken
om kwart na 5 zodat we België uit zijn voor er piketten kunnen opdoemen op de snelwegen, je weet maar nooit. We verliezen een half uurtje in
Luxemburg, een combinatie van ochtendspits en een wagen over de kop in Berchem net voor het tankstation. We laten het niet aan ons hart
komen want we hebben de ganse dag om in Cogne te geraken. Voor de rest verloopt alles trouwens vrij vlot zodat we om 12 uur al de Formule 1
van Pontarlier passeren en ook in Zwitserland zijn er geen problemen op de regen na. Het regent namelijk al de ganse dag, soms zeer weinig, op
andere plaatsen wat meer maar hier valt het hemelwater met bakken uit de lucht. Gelukkig mindert het wat als we in Martigny richting tunnel
opdraaien en hogerop wordt er gewisseld voor motsneeuw en sneeuw. Eens door de tunnel is er nog steeds een weinig motsneeuw maar als we
500 meter gezakt zijn zitten we keurig in het zonnetje, zoals het hoort in Italië, maar dit hadden we toch niet verwacht na 9 uur in dit somber weer.
Heel veel volk op de been in Aosta want iedereen wil het beste van zichzelf geven en lekker koken met kerstavond zodat één en ander aangekocht
moet worden. Ook wij doen al een aantal aankopen in de gros-cidac want die zal gesloten zijn als we terugkeren maar eerst kuieren we wat door
de straten van onze favoriete bergbestemming, het is namelijk nog maar kwart voor 3 in de namiddag als we onze wagen parkeren. Rond zeven
uur rijden we naar Gimillan en ook hier, net zoals in Aosta waar het 10° was in de late namiddag, vriest het niet zodat mijn ijsklimdagje serieus in
het gedrang komt. Morgen contacteer ik Albino Savin, een lokale berggids, om te vragen wat hij er van denkt. Darma is zeer blij om ons terug te
zien, wij ook trouwens, en na een lekkere espresso begeven we ons naar onze vaste kamer 303, het was namelijk een vermoeiende dag al zaten
we bijna de ganse tijd in de auto.
Vrijdag 23/12: Cogne – Lillaz – Cogne We blijven lekker tot half negen in ons bed en onder een stralende zon gaan we ontbijten. Het heeft deze
nacht niet eens gevroren hier op 1785m en ik voel de bui al hangen als ik Albino bel. Hij zegt dat deze die nu in dit weer gaan ijsklimmen complete
zotten zijn. Hij is een 60-jarige berggids met tal van eerstbeklimmingen hier op het ijs. Wie ben ik om dat in twijfel te trekken. Voor morgen wordt er
trouwens foehn verwacht zodat mijn laatste sprankeltje hoop met dit ochtendzonnetje wegsmelt. Geen probleem, het is nog altijd beter dat het te
warm is met een stralende zon dan wanneer je niet buiten kan van het gure weer. Om 10 uur vertrekken we naar Lillaz met de auto en beginnen
met een verkenning naar de cascata Lillaz om te zien dat er in deze waterval nog een gat is van zeker 10 vierkante meter waar het water uit gutst.
Hier is nog aardig wat werk voor de vriezeman. We vervolgen met een wandeling naar Valeille maar er is praktisch nog nergens gespoord in de
diepsneeuw zodat we de zijkant nemen van de loipen en zo tot aan de eerst brug in de vallei geraken. We worden stil van al deze winterpracht en
besluiten om hier onze picknick te nuttigen onder de helblauwe hemel. Daarna trekken we verder over een verlaten loipe richting wagen en nadat
we nog wat foto’s genomen hebben rijden we naar Cogne. In bar licone, die nu een veredelde pizzeria geworden is en 90% van zijn charme is
kwijtgespeeld, zien we albino en hij bevestigt mij nogmaals dat dit een uitzonderlijke winter is en dat er de komende dagen van ijsklimmen in
normale omstandigheden geen sprake is. Het moet eerst enkele dagen echt doorvriezen en dat zal voor kerstmis al niet gebeuren. Dit geeft mij een
reden te meer om het weer de komende weken in de gaten te houden en in januari nog eens terug te komen met Erik. Bij valavond spoelen we
deze kleine ontgoocheling door met een fles prosecco en het verrukkelijke avondmaal in Albergo Belvedere doet de rest. Dit was een zalige eerste
dag hier in het grote paradijs.
Zaterdag 24/12: Cogne ’s Nachts word ik wakker van de wind die rondom het hotel loeit, de foehn is duidelijk gearriveerd en als Jeannique in de
ochtend de luiken opent kijken we met verstomming naar buiten. Alles zit potdicht, het sneeuwt en de wind blaast je bijna van het terras. Er was
een korte storing voorspeld maar we hadden niet verwacht dat ze van deze orde zou zijn. Dit is een goede reden voor Jeannique om zich een
uurtje te laten verwennen in het relaxatiecentrum van het hotel. In de late voormiddag komt ze als een herborene terug op de kamer. Wat later
vertrekken we te voet naar Cogne want ook al is er nog een sterke wind, de zon is terug van de partij en we kunnen niet blijven stilzitten. We eten
wat, kuieren wat rond en drinken een kop lekkere chocomelk, eigenlijk meer chocoladecrème. Iets na vieren trekken we terug naar boven want we
willen voor donker terug aan het hotel zijn. De wind is nog steeds zeer strak en het is berenkoud in het aangezicht. Alvorens we gaan eten drinken
we in de bar een aperitiefje en daarna schuiven we aan voor het kerstdiner. We beginnen met carpaccio, gevolgd door risotto met blauwe
schimmelkaas van Aosta met peer en als hoofdgerecht escalope belvedere met verse tomaat. Als nagerecht worden we taart gevuld met appels en
vanille geserveerd. Met een voldaan gevoel en een overvolle maag kruipen we in ons bed…
Zondag 25/12: Cogne – Valnontey – Besançon We slapen terug lekker tot half negen. Na het ontbijt nemen we afscheid van Darma en co en hopen
beiden dat we elkaar in januari terug zien, hopelijk vriest het nu enkele dagen, weken want voor de watervallen is er nog werk aan de winkel.
Vandaag zijn de weergoden alvast goed begonnen want het is in Gimillan -7° en in Valnontey -12. Het pad is goed begaanbaar en gespoord met
een mini-tractor. Het eerste wat opvalt is hoe weinig ijs er nog maar is aan Thoule, welke ik al 2 keer beklom. Nu zou het zeker geen sinecure zijn
om door het gordijn te raken want bijna overal is het nog open op een paar smalle stroken na. Ook verder in de vallei zie je watervallen die nog
zeer “magertjes” uitvallen in vergelijking met vroeger en wat ook opvalt: er zijn geen ijsklimmers of toch wel, welgeteld 4 zien we er op de ganse
dag en dit op een bar koude zondag. We stappen door tot aan de Patry die blijkbaar toch goed gevormd is alsook Valmiana en sentiero die troll. Op
de terugtocht eten we een broodje aan het gehucht Vermiana en hopen dat de vos onze restjes snel vindt. Na nog een lekkere choco in bar Lauson
vertrekken we richting Besançon. In eerste instantie is het niet zo makkelijk om een benzinestation te vinden dat open is. Uiteindelijk tanken we
vlak tegen Martigny in het tankstation van het warenhuis COOP waar we bediend worden door twee supervriendelijke jonge dames die hun
kerstmis opofferen aan tankende toeristen. In Zwitserland is het trouwens vrij druk op de weg maar alles verloopt vlot en om zeven uur rijden we de
parking op ven de F1 in Besançon. Deze valt een beetje tegen want toch wel ouder en “vuiler” dan de altijd kraaknette van Pontarlier en Vesoul.
We trekken er ons toch weinig van aan en een weinig later zitten we te eten in de ontbijtruimte van het hotel. Daarna gaat het al gauw richting bed
want het was een zware dag, deels met geploeter in de sneeuw en deels met een stuk terugtocht in het donker.
Maandag 26/12: Besançon – Aalst Om 6 uur loopt de wekker af en 40 minuten later zijn we op weg richting België. Het heeft lichtjes gevroren en er
hangt een vrij dichte mist, oppassen geblazen dus. De mist houdt aan tot we bijna in Epinal zijn, daarna is het vlotjes rijden onder een bewolkte
doch droge lucht. Zoals gewoonlijk begint het te miezeren als we bijna in België zijn en die gaat over in lichte regen hoe dichter we bij onze
thuisbasis komen. Na onderweg nog een hapje gegeten te hebben zijn we rond 13 uur terug thuis. Hopelijk verbeteren de condities van het ijs
zienderogen de komende dagen want er is nog werk aan de winkel als we met een gerust gemoed terug willen half januari. Hoop doet leven…
Valle d'Aosta Augustus 2012 Valle del Gran San Bernardo en Valpelline
Vrijdag 24/8: Rond de middag zijn we op weg naar Pontarlier waar we zullen overnachten. Gelukkig zijn we op tijd vertrokken want de eerste file
komen we al tegen op de Brusselse ring. Even verder onderweg horen we dat er in Achene 10 Km file staat dus verlaten we de E 411 en rijden we
verder via de N4, iets trager maar zo goed als zonder verkeer. Eens we luxemburg voorbij zijn gaat alles vlotjes en het weer zit ook mee tot voorbij
Vesoul. Dan begint het letterlijk water te gieten en rijden wordt echt gevaarlijk richting Pontarlier vanwege aquaplanning. Gelukkig bereiken we veilig
onze eindbestemming.
Zaterdag 25/08: Even voor zes uur zijn we uit de veren en wat later rijden we richting Saint-Oyen, het startpunt van onze eerste dagtocht. We
hebben er deze keer voor gekozen om de eerste dag te wandelen vlak voorbij de tunnel van Gran San-Bernardo en ons oog was gevallen op een
tocht naar een alp op 2300 meter, de alpe Flassin. Deze tocht loopt over een steil maar gemakkelijk pad al moet er toch wel 1000 meter gestegen
worden. Eerst passeren we de lage boerderij waar een 70-tal melkkoeien met loeiende bellen staan te grazen. Daarna loopt het pad steeds langs
de rand van een bos tot we boven de boomgrens komen en van daaruit trekken we door de weiden recht naar de alpe Flassin. Dit is een vrij recente
boerderij maar is nu verlaten omdat de koeien al op de lager gelegen weiden lopen. We zouden nog kunnen doorlopen naar col Flassin maar we
houden het voor bekeken en keren terug naar de wagen die geparkeerd staat recht tegenover camping Pineta. Daarna rijden we naar Aosta om wat
inkopen te doen voor de komende dagen want in Bionaz is er gewoon niets te verkrijgen. Als we aankomen aan La Batise is Sylvie, de uitbaatster er
als de kippen bij om ons te verwelkomen. We krijgen een kamer voor ons tweetjes maar de keuken mag enkel nog gebruikt worden vanaf 20
personen. We zijn er maar met drie in totaal dus kan er niet zelf gekookt worden, wel kunnen we onze kip aan het spit opeten in de refter. Wel kan
er in de bar van het dorp, welke Sylvie ook uitbaat een dagschotel verorberd worden voor €12, voorgerecht, hoofdschotel, nagerecht en wijn
inclusief. Daarvoor kan je geen honger lijden. Bij valavond krijgen we een onweer van jewelste over ons dak maar nadien klaart het terug uit. Even
na acht uur gaan we naar ons bed want het was een lange dag.
Zondag 26/08: Het is stralend weer maar er is een koud windje in de vallei. Na een zeer basic ontbijt van beschuiten en nutella rijden we naar het
gehucht Ruz waar we de wagen achterlaten. Vandaag gaat het richting rifugio Crete Seche, een berghut die ook ongeveer 1000 hoogtemeters
boven het gehucht Ruz ligt. De wind neemt gestaag toe en als we net onder de hut komen lijkt het wel te stormen, ook al is het stralend weer.
Jeannique heeft het zelfs een paar keerlastig om recht te blijven. In de hut eten we een hete soep en die komt zeker niet ongelegen want we
hebben het niet te warm. Op drie kwartier hogerop bevindt zich een bivakhut, bivacco Franco Spataro maar er is echt te veel wind om nog hoger te
trekken. Onderweg nuttigen we nog onze lunch en op ons dooie gemakje, met genoeg tijd om foto's te nemen, zakken we terug af naar Ruz. Terug
aan de wagen rijden we onder een blakende zon terug naar La Batise waar we op een bank een wijntje drinken. De rest van de dag kuieren we wat
rond de kerk (iets anders is er niet) en rond 19 uur gaan we bij Sylvie eten: Pasta, mixed gril, panna cotta en 1/4 liter wijn voor 12 Euro, een koopje.
Daarna maken we onze rugzakken klaar voor de tocht van morgen: lago Place Moulin met overnachting in Rifugio Prarayer.
Maandag 27/8: Half negen en we zijn aan het stappen op het wondermooie pad naast het stuwmeer van Place Moulin. Toen we de wagen
parkeerden en voor het eerst de immense dijk zagen konden we onze ogen niet geloven en het wordt er alleen maar beter op. Het azuurblauwe
water van het stuwmeer staat in schril contrast met de groene begroeiing er rond. Na een kwartiertje krijg je zicht op de rifugio Prarayer die als een
rots in de branding aan het eind van het meer staat. Na een dik uur staan we aan de toog van de bar. Een vriendelijke jongeman vraagt ons een
formulier in te vullen voor de toewijzing van onze kamer. We maken hem duidelijk dat we eerst nog enkele uurtjes willen gaan stappen en direct
toont hij ons de kamer met lockers waar we onze overtollige bagage veilig kunnen achterlaten. We trekken langs de achterzijde van de rifugio terug
omhoog om het meer van de andere kant te kunnen zien en fotograferen. Vandaag is het bloedheet en even na twaalven geven we er de brui aan
en stoppen we om te lunchen op een uitkijkpunt om U tegen te zeggen. Daarna luieren we wat in de zon en keren dan terug naar de rifugio. We
worden onze kamer toegewezen, een dortoir met zes bedden met zicht op het meer en met recht ertegenover op de gang twee douches. Van luxe
gesproken en de kwaliteit van het merendeel van de Italiaanse hutten komt nog meer tot zijn recht als we 's avonds zitten te dineren. Na de
minestrone, gevolgd door pasta is er kip met worteltjes en we sluiten af met chocomousse en panna cotta. Gezien de wandelmogelijkheden in deze
omgeving zijn ze in de komende jaren zeker nog niet van onze aanwezigheid verlost.
Dinsdag 28/8: Vandaag gaan we ons enkel nog bezig houden met shopping in de gros cidac van Aosta. Met goed gevulde zakken en frigobox
vertrekken we richting Aalst. Halverwege stoppen we in Epinal om te gaan eten in de flunch bij de carrefour.Daar er in België zowat overal file te
verwachten is rijden we terug via Longwy en Arlon langs de N4 tot Courriere. Dan is het al na achten zodat het meeste verkeer verdwenen is. Iets
na negen uur staan we voor onze deur en kan het uitladen beginnen, de meest onaangename job van een reis. Gelukkig kan het aftellen beginnen
voor Sri Lanka.
Valle d'Aosta september 2014
Dinsdag 23 september: Half twaalf en we zijn onderweg richting Pontarlier. We, dat zijn Jozef, Lena, Jeannique en ikzelf want voor een
keer voeren haar ouders ons niet weg maar gaan ze mee. Jozef rijdt het eerste gedeelte tot in Luxemburg en van daar neem ik het stuur
over. Hier en daar zijn er werken maar toch gaat het vrij vlot op een spitsuurfile na in Besançon. Voor we naar het F1 hotel rijden kopen
we onze picknick voor morgen en gaan we een hapje eten. Rond 21 uur liggen we in ons bed want morgen zijn we alweer om 6 uur op
weg.
Woensdag 24 september: Het is opvallend druk deze morgen en aan de grens staan we zowaar in file, nog nooit meegemaakt. Ook de
snelweg richting lausanne staat volledig vol en stapvoets rijden we naar de volgende wegenwerken maar eens hier voorbij kunnen we
toch vlotjes door naar Martigny waar we ontbijten. De weg naar de tunnel en terug naar beneden in Italie geeft ook al geen problemen
zodat we rond 11 uur de wagen parkeren op de diga de Place Moulin in Valpelline na een pittig bergritje. Over het grote pad stappen we
naar rifugio Prarayer en ook al is het mistig, het regent niet. Na een half uurtje trekt de mist zelfs grotendeels op en is het zicht op het
stuwmeer gewoon prachtig. In de rifugio drinken we iets en nuttigen we onze picknick, de waardin is zoals steeds overvriendelijk en
maakt er geen probleem van dat we binnen eten. Lena en Jozef keren langs dezelfde weg terug, wij nemen het hoge pad richting diga
waar de vergezichten nog indrukwekkender zijn. Terug aan de wagen zijn we ongeveer gelijk en dan gaat het richting Cogne en
vervolgens Gimillan naar albergo Belvedere. Darma en haar gevolg ontvangen ons nog maar eens met open armen, capuccino en taart.
We kaarten nog wat bij om nadien op de kamer een welverdiende douche te nemen. Om half 8 is het etenstijd en hier is het steeds
hetzelfde liedje: veel te lekker en veel te veel. Met een goed gevoel maar met een te volle maag rollen we ons bed in.
Donderdag 25 september: Vandaag trekken we er met zijn tweetjes op uit: we willen de monte Creyaz beklimmen welke toch 3015 meter
is en dus meer dan 1200 meter positief hoogteverschil. Om half 9 zijn we weg richting Grauson vallei welke we volgen tot aan Croset
waar een groot kruis de omgeving domineert. Daar slaan we rechts af richting lago Money op 2550 meter gebruik makende van een
small maar degelijk pad. Tussen het meer en de 470 meter hoger gelegen monte Creyaz is er geen pad maar de weg er naartoe is
gemarkeerd met witte pijlen en bollen. Jeannique ziet het nog zitten en anderhalf uur later staan we in het colletje van waar je nog een
20-tal meter traverseert naar de top. Een puike prestatie als je het aan mij vraagt maar nu rest er ons nog een ellenlange afdaling via
Colonna naar Gimillan. Het is bloedheet en dat maakt de tocht er niet makkelijker op, in Colonna, de oude mijnsite boven Cogne is onze
drank op en vanaf hier is het nog ruim anderhalf uur dalen. Met een leren tong duiken we het plaatselijk winkeltje van Gimillan binnen en
kopen een grote fles spuma die geen lang leven beschoren is. Het is al rond 17 uur als we bij Darma op de kamer terug zijn maar eerst
nog een frisse pint om onze top te zegenen. Toch raar dat je op zo een tocht bijna niet eet, dit in schil contrast als je zit te niksen. ‘s
Avonds daarentegen worden we flink verwend van Darma en of het smaakt…
Vrijdag 26 september: Jeannique heeft een verwenningskuur geboekt deze morgen en wij laden terwijl de auto in want vandaag
verhuizen we naar Pompiod bij Corrado. Maar eerst doen we nog een eenvoudige wandeling in Valnontey naar Vermiana waar we hopen
de vermaarde vos te zien. Dit tochtje is ideaal voor Lena en Jozef en wijzelf kunnen er onze stramme spieren mee losstappen. We
picknicken in Vermiana maar de vos is niet te bespeuren, jammer. In La clicca drinken we onder een loden zon nog een biertje en rijden
dan naar Aosta om er wat sightseeing te doen in de stad. Na een obligaat bezoek aan de gros cidac rijden we naar B&B Gran Paradiso
waar we meer dan hartelijk ontvangen worden door Karen, de partner van Corrado. Zelfs rond half 6 is het nog dik 27 graden in de
valley, hot, hot, hot. Deze avond geen overdosis voedsel zoals in albergo Belvedere maar we koken ons potje zelf. Italiaanse kost:
gnocchi met tomatensaus, sla en salsicci, meer moet dat niet zijn.
Zaterdag 27 september: Na het ontbijt gaan Jozef en Lena wandelen langs het riviertje in Valsavarenche, wij doen terug flink wat
hoogtemeters want onze bestemming is rifugio Chabot. Het begin is één opeenvolging van korte slingers recht de wand op tussen de
bomen, daarna wordt het landschap meer open en worden de slingers langer. Volledig op schema staan we boven en genieten bij onze
broodjes van het adembenemende landschap met pal voor ons de noordwanden van de Piccolo en Gran Paradiso. Rond 15 uur staan
we terug aan de parking waar Lena en Jozef ons opwachten. In Degioz gaan we in de abro de la leunna nog een pint drinken en zakken
dan terug af naar Pompiod. Na een korte rustpauze gaan we in Aymavilles pizza eten en het moet gezegd: dit kan wel de beste zijn die
we ooit aten, super.
Zondag 28 september: We beginnen onze dag met een uurtje winkelen in de gros cidac alvorens we onze terugweg aanvangen. Het is
zondag en de wegen zijn vrachtwagenvrij in Zwitserland en Frankrijk zodat we zeer goed opschieten mede door het stralende weer. In
België is het mooie liedje uit en rijden we van de ene file naar de andere, vermoeiend. Toch geraken we zonder kleerscheuren thuis en
kunnen we ons vanaf nu volledig focussen op onze grote trip naar Myanmar. Laat maar komen.