AVONACU
© AVONACU 2013
Nepal
MAAK UW KEUZE
Nepal 97 Nepal 99 Nepal 01 Nepal 02 Nepal 04 Nepal 09 Nepal 11 Nepal 11 bis Nepal 12 Nepal 13
Around Annapurna 1997 Zoals elk gepassioneerd klimmer en trekker er wel eens van droomt zich eens uit te gaan leven op het dak van de wereld, zo waren ook wij gebeten door deze microbe. Na verleden jaar onze gading gevonden te hebben in het Monte Rosa gebied,Italie wilden we het ook wel eens hoger proberen. Daar Nepal toch wel een paradijs voor trekkers is en de trekkingpeaks boven de 6000m voor 300 dollar mogen beklommen worden, viel onze keuze op het Annapurna gebied en als peak werd de chulu west (6420m) overwogen en goedgekeurd. In maart werd reeds gezocht naar vliegtickets en onze keuze viel op Biman Bangladesh daar hun prijs toch de bovenhand haalt op de sterke verhalen die over deze maatschappij de ronde doen.Eenmaal we zeker waren van onze tickets kon het over en weer faxen beginnen naar diverse trekking bureau’s in Kathmandu. Na lang wikken en wegen werd gekozen woor "Monte rosa trekking & expedition", want deze maatschappij kwam er qua prijs kwaliteit met kop en schouders bovenuit. We moesten ook in Kathmandu nog een verblijf voor een tiental dagen vinden en hiervoor viel onze keuze op hotel"Garuda" in hartje Thamel. Op zondag 12 oktober waren we er dan eindelijk mee weg en na een compleet probleemloze vlucht waarbij we zelfs 2 uur te vroeg aankwamen, landden we in Kathmandu. Van de verwachte files voor de nodige controles en stempels is er helemaal geen sprake en na 20 minuten staan we buiten voor het luchthavengebouw. De persoon van het hotel die ons zou komen afhalen is nergens te bespeuren en zodoende mochten we daar zelf een taxi betalen, trouwens aan een wisselkoers die zowat een vierde hoger lag dan normaal. Dit was wel een alleenstaand feit want voor de rest van onze vijf weken zijn we steeds eerlijk behandeld. Noch nooit in Azie geweest zijnde was de cultuurschok toch groot. Kathmandu is gewoon een vuile en overdrukke stad waar veel te veel totaal versleten en als een schouw rokende geblutste wagens zich al toeterend een weg banen over slecht verharde en vooral naam- en nummerloze wegen. Deze straatannonimiteit zal menig toerist wel parten spelen want in Thamel, waar elke straathoek en elke trekkingshop op mekaar lijkt, loop je zelfs met een kaart algauw een tijdje verloren. Het hotel valt qua accomodatie en vooral hygiene best mee maar dit mag dan ook wel voor 27,5 dollar per nacht zonder ontbijt. Later zou blijken dat we voor dit bedrag in een paar andere hotels waaronder "Nirvana" als het ware in een paleis konden vertoeven.In de namiddag vervullen we alle formaliteiten om de trekking en beklimming te kunnen aanvatten. Na een dagje in Ktm vertoefd te hebben waarbij we oa het zeer overroepen "fire & ice" pizzarestaurant bezocht hadden, vertrokken we op woensdag naar Besisahar. Onze minibus overleefde voor een deel deze helse tocht niet zodat we een paar uur in panne hebben gestaan wat me gezien de staat van het wegdek helemaal niet verbaasde. De volgende ochtend zijn we reeds om 7.25h op pad en na die helse busrit van de dag ervoor kan stappen echt deugd doen, wetende dat we de komende 20 dagen geen enkel gemotoriseerd voertuig tegen zullen komen. Gemakshalve verdelen we het verslag van de trekking in 3 delen: Besisahar- Manang, Manang-Muktinath en Muktinath-Pokhara. Besisahar-Manang: Het pad naar Ngadi waar we de eerste nacht door zullen brengen begint steil naar beneden tot aan de oever van de Marsyandi en slingert zich dan geleidelijk omhoog langs pittoreske dorpjes en rijstvelden.De natuur is hier nog extreem groen en voor de liefhebbers staan de marihuanabomen hier gewoon langs het pad.Dag 2 naar Jagat is een beetje van hetzelfde.Toch is het dorpje Bahundanda zeker het vernoemen waard; na een steile klim kom je eraan en het zicht op de vallei en de rijstvelden in terrasvorm is gewoon adembenemend.Jagat waar we sliepen was de meest vuile bedoening van de ganse tocht. De volgende dag gaat het richting Dharapani en vanaf hier begin je de hoogte toch te voelen, niet qua fysiek maar als je niet in de zon loopt is het bar koud en de nachten zijn nog erger. Investeren in een degelijke slaapzak was dus wel degelijk noodzakelijk. Toch blijft het ook de dag later naar Chame mooi weer en ook in de dorpen merk je dat je meer hoogte wint: de Hindoe religie wordt steeds meer geruild voor het Boedhisme wat te zien is aan de meterslange gebedsmuren en de vele chorten. De tocht richting Pisang is een winderige bedoening. Van de brug over de Marsyandi waai je bijna af maar het zicht op de rotsformatie met op de top een klooster vergeet je niet gauw. Dan volgt nog een steile klim die je best niet te snel afmaalt want het gevaar op AMS is hier boven de 3000m zeer reeel. Van Pisang gaat het dan naar Manang via de airstrip van Hongde.3 keer per week landt hier een twinotter om de gegoede manangi naar de bewoonde wereld te brengen. In Manang wordt er veel gebouwd en de trekkers die in lodges overnachten hebben hier meer dan keuze genoeg. Ook warme douches met solar systeem zijn hier schering en inslag. Wie nog iets te kort kwam om de torung pas te overbruggen, zal het hier zeker vinden al is het toch aan te raden alles in Ktm aan te schaffen, want de prijzen zijn niet van de poes. Op de rustdag in Manang is er keuze te over om te bezoeken. De onze viel op het bezoek van een boedhistische lama die op een bergflak leeft op zowat 3800m hoogte. Zeer de moeite waard, maar een dure vogel. Voor de rest van de dag houden we ons kalm want het is eigenlijk rustdag. Manang-Muktinath: Als je Manang verlaat weet je dat het gemakkelijke achter de boeg is en dat nu het echte werk begint. Je zit nu constant boven de 3500m en de zon heeft hier niet veel vat meer op je lichaam. Als je hier geen degelijke kledij meehebt is het bibberen geblazen. Toen we aankwamen in Lethar was de lucht zo grijs dat we besloten om onze tent om te ruilen voor een kamer in de chulu west lodge. Dat dit de juiste keuze was geweest bleek toen het om 22.00h begon te sneeuwen. Die nacht ging het dus goed fout en toen het ook de volgende dag bleef sneeuwstormen bleek al gauw dat we de chulu west konden vergeten. Alvorens de sneeuw terug een homogene laag zou zijn om zonder lawinegevaar te kunnen klimmen zouden we al gauw een week later zijn en zoveel reservedagen hadden we niet. Die dag passeert ook geen mens en we kunnen alleen nog maar hopen dat de torung pas niet gesloten wordt want ook al is het in onze lodge best gezellig, er zijn toch betere plaatsen op aarde om vast te zitten. De volgende dag is het weer stralend en we wagen het er op om naar Pedi te gaan, hopende dat deze die er gisteren vast zaten deze morgen vertrokken zijn over de pas. Het pad is moeilijk begaanbaar vanwege de overvloedige sneeuw maar doordat enkele van onze dragers reeds vertrokken waren vinden we toch gemakkelijk onze weg. Eens aangekomen in Pedi gaan we eerst wat uitblazen op het dak van de lodge alvorens te vertrekken naar onze kampeerplaats welke nog een honderdtal meter hoger gelegen is. We zetten onze tent op in de sneeuw op 4600m en dit is ook voor mij een nieuwe ervaring. De nacht is bitter koud(-12 °C in de tent) en om 3.00h zijn we reeds uit de veren voor een groot en overvloedig van vloeistof voorzien ontbijt zodat we om 4.00h op pad zijn richting Muktinath. Deze tocht is ronduit zwaar want elk spoor is dichtgewaaid en op verschillende plaatsen zitten we tot over onze knieen in de sneeuw. Na een viertal uur ploeteren staan we bovenop de pas en deze ervaring is gewoon grandioos. Op 5418m zit je toch al een stukje hoger dan in de alpen en dat voel je ook. De ijle lucht doet velen naar adem happen en na de gebruikelijke foto’s genomen en eens goed gedronken te hebben storten we ons naar beneden richting Muktinath. Dit wordt een 3 uur durende helse tocht welke niet zonder enig gevaar is want door de zon is het pad spekglad geworden en als je niet oplet kan je algauw enkele tientallen meters lager belanden. Toch komen we er zonder kleerscheuren vanaf en na nog een rustpauze onderweg komen we rond de middag aan in Muktinath.Wat me het eerste opvalt is dat deze kant van de pas er veel beschaafder uitziet. Of dit een voor- of nadeel is moet iedereen voor zichzelf uitwijzen. Dit is ook een zeer bekend bedevaartsoord waar rijke hindoes zelfs per helicopter naar toe komen. We zullen ook hier een dag blijven om de tempel te bezooeken alsmede omdat we nu toch geen haast meer hebben. Ook hier is in de namiddag het weer onstabiel en zijn de nachten ijskoud. Muktinath-Pokhara: Na de rustdag zijn we dus terug op pad en vandaag gaat het via Kagbeni richting Marpha. Kagbeni is een mooi plaatsje met een prachtig boedhistisch klooster, maar 100 roepies ingang per persoon is toch wel te veel. In Jomson is het fameuze gurkha regiment gekazerneerd en hiervoor is zelfs een heus vliegveld aangelegd. In Marpha staat terug een prachtig klooster maar het is al laat en we begeven ons naar onze kampeerplaats. Van Marpha gaat het naar Lete. Tussen de appelgaarden door gaat het steeds verder bergaf. Via Tukuche, waar Maurice Herzog ooit zijn basiskamp had toen hij als eerste op de top van een achtduizender, in dit geval de annapurna stond; komen we aan in Larjung waar we lunchpauze houden. We zitten hier nu in het gebied waar de Kaligandaki samen met de daulaghiri en de annapurna deel uitmaakt van de diepste vallei ter wereld. Rond de daulaghiri hangen constant helicopters en we vernemen dat het slechte weer in het hooggebergte wel degelijk zijn tol geeist heeft: rond de daulagiri en op torung la sterven in totaal 14 mensen in een paar dagen. Zoals gepland wordt in Lete overnacht en het regent tot vroeg in de morgen. Toch schijnt ‘s morgens de zon zodat we zonder regenkledij naar Tatopani kunnen vertrekken. Tatopani betekent warm water en heeft deze naam gekregen naar de warme zwavelbronnen die er langs de oever van de rivier zijn en waarin men van overal een heilzaam bad komt nemen. Onderweg passeer je ook het plaatsje Dana wat waterval betekent en als je er ooit langs komt zal je meteen begrijpen waarom. De dagtocht van tatopani naar Ghorepani is volgens mij de zwaarste van de ganse trekking want meer dan 1800 hoogtemeters winnen is toch niet niks en als je het op en afgaan meerekent kom je al gauw aan 2300 meter. Ghorepani is een groot dorp waar veel toeristen komen en dit waarschijnlijk voor poon hill. Dit is de laatste keer dat we op deze hoogte slapen (3000m) en de volgende morgen zijn we al om 4.30h uit onze slaapzak gerold om voor zonsopgang op die 3200m hoge poon hill te staan. Als de zon dan haar eerste stralen op de machapuchare en de annapurna keten loslaat aanschouw je als natuurliefhebber een der spectaculairste en adembenemendste dingen die je kan meemaken. Als we er uiteindelijk genoeg van hebben en ons fototoestel begint te roken is het tijd om na een stevig ontbijt onze afdaling aan te vatten naar Tikedungha, wat terug zo’n slordige 2200m naar beneden is en toch een aanslag op de knieen genoemd mag worden. De camping is een van de betere op de trekking en de hindoe festiviteiten die al een paar dagen bezig zijn komen er tot een hoogtepunt zodat er tot een stuk in de nacht gevierd wordt. De volgende ochtend zijn we reeds om 10.00h in Birethanti waar we een minibusje nemen om rond het middaguur in Pokhara aan te komen. Deze rit voelde best raar aan als je 20 dagen geen enkel voertuig op wielen gezien hebt. In de namiddag kuieren we wat door de winkelstraten en laten we ons gestel eens lekker door de zon verwennen. 40°C is een groot verschil met de -20 van een week ervoor. De volgende dag wagen we ons aan een tochtje op het meer wat ook een bezoek aan de tempel op het eiland inhoudt. Rond het middaguur vernamen we dat de volgende dag de bussen gingen staken zodat het nog kunst en vliegwerk werd om tickets voor de nachtbus te bemachtigen. Ook dit is een ervaring op haar eigen maar laten we beknopt zeggen dat na zeven uur schudden en beven en na een veel te korte slaap, we om 5.30h op de drempel van hotel garuda staan waar we direct een kamer toegewezen krijgen en onze roes verder kunnen uitslapen. Daar we nog negen dagen over hebben in Ktm kan ook het culturele hoofdstuk volledig uitgespit worden. Toch wordt de eerste dag besteed aan het in orde maken van visa, het confirmeren van onze terugvlucht en verslag uitbrengen bij Ganesh, de baas van "Monte rosa". We kruipen ook vroeg onder de wol want die nachtelijke busrit eiste toch wel een beetje zijn tol op ons lichaam. We besluiten om elke dag iets van cultuur op te snuiven gecombineerd met lekker rondkuieren in de vele straatjes en de hierbij onvermijdelijke shopping. Daar onze gewezen kitchen boy ook "riksja driver" is, wordt met hem de eerste uitstap geregeld naar Swayambunath. Als je denkt dat al het fysieke werk nu voorbij is, kan je dit al gauw vergeten. Om bij de stupa te geraken mag je eerst 365 reuzetrappen afhaspelen. Toch is het zeer de moeite waard want niet alleen de stupa, maar ook het zicht over de stad is prachtig.In de namiddag slaat de koopwoede toe en van alles en nog wat moet er aan geloven. We hebben een film laten ontwikkelen en de foto’s zouden in Belgie,waar men 3x zoveel betaalt, zeker niet beter zijn. Je loopt ook niet het risico dat op de luchthaven je films onklaar raken.We laten ze dus allemaal ontwikkelen zodat we er zo’n dikke 500 bij aankomst in Belgie direct kunnen tonen. De volgende dag wordt volledig opgeslorpt voor het zoeken naar een tapijt en het uitkiezen van t-shirts. Vooral dat tapijt is een zware bevalling en niet alleen qua prijs; hoe we 19 Kg mee gaan nemen zonder een zware tax te betalen is mij een raadsel. Toch stelt Dawa, de ondertussen goede vriend geworden klimsherpa,ons gerust en zegt dat dit op de luchthaven wel te "arrangeren" valt.Voor enkele dollars kan alles... Een dag later besluiten we om naar Bhaktapur te gaan, maar dan wel met de bus. Een uurtje later en 10, ja tien roepies armer staan we voor de grote ingang welke je best niet neemt tenzij je graag 5 $ per persoon betaalt. Als je een van de vele zijstraatjes neemt, kan je er gratis in. Bhaktapur is gewoon prachtig en het is waarschijnlijk maar een fractie meer van wat het vroeger was. Hier zijn ook de opnames gemaakt voor Bertolucci’s "Little budha". Terug in Ktm ontdekken we de "rum doodle"bar, gezelligheid troef en gesigneerde bierviltjes van‘s werelds beste klimmers, Edmund Hillary incluis, hangen er overal rond. Na een rustdag staan Budhanath en pashupatinath op het programma. We doen alles te voet en dit wordt een ganse boterham, maar het zou zonde zijn als na 21 dagen trekking nu opeens alles met een taxi zou moeten gebeuren. In Budhanath geraken we met veel moeite binnen want Koller, de president van Zwitserland is er op bezoek. Dit is een der grootste stupa’s ter wereld en mag zeker niet overgeslagen worden bij een bezoek aan Nepal. Ook pashupatinath is echt overdonderend doch enkel binnenin te bezichtigen door hindoes. Toch is de buitenkant overweldigend genoeg voor een bezoekje al was het maar voor de vele apen of het aanschouwen van een lijkverbranding. We trekken nog een dag uit voor Patan waar oa de tempel met de 9000 boedha’s staat. Deze is qua architectuur en afwerking de mooiste die ik hier in Nepal gezien heb. Voor Durbar square in Ktm heb je zeker een volle dag nodig want als je alle kraampjes met allerhande curiosa afdweilt, ben je al 2 uur kwijt. Hier is het te doen voor het kopen van souvenirs, als je maar lang genoeg afbiedt. Na een lange zoektocht vonden we er eveneens het erotisch houtsnijwerk verwerkt in het dak van een tempel. Toch zijn negen dagen vlug voorbij in deze adembenemende stad en zo kwam ook aan dit sprookje een einde. Dus doen we onze ultimate shopping om tegen de middag op tribuvan airport zeer tegen ons goesting in te checken richting Belgie waar het nu wel kil en vochtig zal zijn.De reis is voorgoed voorbij, de herinnering zal altijd blijven. De herinnering aan de immense bergen, toeterende auto’s en een ongelooflijk vriendelijk en gastvrij volk. Als enige goede raad kan ik enkel de slogan nog citeren die je er op elke straathoek vindt:"VISIT NEPAL 98". Iets wat wij alvast van plan zijn.
De khumbu region met island peak 1999. Het lijkt wel of dit land ons nooit meer los zal laten. Na in 1997 de annapurna trek gedaan te hebben met een poging om de chulu west te beklimmen waren we zo onder de indruk dat we zeker wilden terugkomen. Dit keer was de khumbu region aan de beurt met de mooiste berg ter wereld: de ama dablam en de moeder der bergen: de everest.Ook de beklimming van de 6160 meter hoge island peak of imja tse staat op het programma.Na een paar dagen Kathmandu vliegen we dus naar Lukla, een onverharde airstrip die langs een bergflank geplakt is.Onze sirdar zit in het vliegtuig na ons en na onze adembenemende landing in de mist is het echt niet meer te doen zodat hij kan terugkeren naar Ktm. De volgende ochtend is ook hij paraat en kan de trektocht beginnen Na twee dagen bereiken we Namche Bazar, zowat de hoofdstad van sherpaland en mij valt het eigenlijk een beetje tegen. De rust van bijvoorbeeld Manang in de annapurna region is hier totaal onbestaande, gierende muziek en internetcafé’s zijn hier schering en inslag.De dag erna gaan we op acclimatisatie tocht naar Thame, een dorpje met prachtig klooster. Hier heeft ooit de wieg gestaan van Tenzing Norgay en veel van de beste sherpa’s komen hier vandaan. Terug op weg houden we halt bij het onvermijdelijke Tyangboche-klooster, op 3860 meter.In 1989 brandde het gedeeltelijk af maar met de steun van oa Sir Edmund Hillary is het volledig gerenoveerd. Vanop deze plaats is ook het zicht op de ama dablam het mooist, je wordt er gewoon stil van. Via Dingboche gaat het naar Chukung(4750M), het laatste dorpje voor de tocht naar het basiskamp.Daar blijven we terug een dag om te acclimatiseren. Ik probeer om Chukung ri te beklimmen in één rush maar strand op 100 meter van de 5800 meter hoge bult, mijn hoofd is dan nog net niet ontploft.Terug naar beneden gaan, een diamox nemen, veel drinken en de rest van de namiddag slapen is de boodschap zodat je er de dag erna terug kan tegenaan gaan. Dat doen we ook en we begeven ons naar het basiskamp.Dit is een desolate plaats waar veel te veel volk loopt en waar bijna nooit zon schijnt, aangenaam is anders. Ook al door het feit dat ik hier niet te lang wil vertoeven besluiten we de dag erna naar het hoogtekamp te gaan. Dit ligt op 5600 meter en is een verzameling van enkele platformpjes waar je je tent kan plaatsen. De aanloop naar omhoog nog even verkennen en dan platte rust want de dag erna gaan we ervoor. Om 4 uur beginnen we te koken en een uur later zijn we al onderweg.We (Pemba en mezelf) zijn de eersten die voor de 60 meter hoge en 55 à 60° steile ijswand staan en maken gebruik van het vaste touw aangebracht door een Engelse expeditie bestaande uit vrouwelijke militairen. Eenmaal hierboven gaat het snel naar de top, het is zwaar bewolkt en het begint licht te sneeuwen wat het uizicht volledig belemmert. Na het nemen van enkele obigate foto’s beginnen we aan de afdaling. Gelukkig zijn we vroeg vertrokken want aan de ijswand is het nu gewoon aanschuiven geblazen. Nu pas besef je hoe populair deze berg is. Tegen de middag zijn we terug in het basiskamp waar onze kok ons overlaadt met soep en spaghetti, gewoon heerlijk. Die nacht slaat het noodlot toe: een hevige sneeuwstorm maakt van onze tent een bivakzak waardoor we vluchten in de tent van onze sherpa en sirdar. Ik mag me niet voorstellen dat we nu nog in dat hoogtekamp zaten met mijn tunneltentje. De ochtend erna onstaat er een ware exodus naar beneden. Ook wij begeven ons naar Chukung maar blijven toch daar nog een nacht.Die nacht heerst er terug een zware sneeuwstorm en midden in de nacht krijgen we gezelschap van totaal uitgeputte Koreanen die de Lhotse shar aan het beklimmen waren.Ze hebben alles achtergelaten en zijn blij nog in leven te zijn. Later blijkt dat er in deze twee helse dagen 5 of 6 mensen omgekomen zijn. De dag erna schijnt wonderbaarlijk de zon e beginnen we aan de terugtocht. Door de overvloedige sneeuwval kunnen we de tocht naar Gokyo over de Cho La vergeten en nemen we dus de hoofdweg naar Namche Bazar.Daar blijven we nog een paar dagen en daardat Jeannique haar rug niet ok is gaat het richting Lukla. Onderweg worden we geholpen door 2 Canadese fysiotherapeuten die Jeannique terug oplappen. Doordat we een paar dagen vroeger in Ktm terug zijn kunnen we zowat alles wat er in de Kathmandu vallei te bezichtigen valt ook doen. Al met al een onvergetelijke reis waar succes en ramp heel dicht met elkaar verbonden waren. Nepal is gewoon het nirvana voor Jeannique en mezelf. We zijn gewoon in de ban van het land van de Yeti en kunnen niet anders dan hier nog terug te komen, hopelijk duurt het niet te lang.
Kang Guru expeditie 2001. Na een geslaagde poging om de Island Peak (6160M) te beklimmen wou ik het eens wat hogerop proberen. Op de belclimb site zag ik een advertentie voor de beklimming van de Kang Guru in Nepal.Deze berg ligt in een zijvallei van de annapurna trek boven Koto. In 2001 was de Kang Guru nog maar weinig beklommen en nog nooit door een Belg.Ik nam contact op met Christian Thierry die de expeditie organiseerde en vroeg of ik nog meekon.Na enig over en weer gemail en een persoonlijke voorsteling waren er geen bezwaren meer om mee te gaan. Dit  werd dus mijn eerste echte expeditie.Als toetje kon Jeannique mee tot aan het basiskamp dus de pret kon niet op.Het team bestond uit 6 leden:Christian Thierry, Jean Marc Monteresi, Didier Van Dierendonck, Olivier Rohart, Vincent Van Coillie en mezelf. Een week voor we vertrekken slaat het noodlot toe: Jeannique verdraait haar rug bij het fitnessen en kan zich niet meer bewegen. Gevolg is dat zij asap geopereerd moet worden voor een zware rugblessure.Even denk ik er aan om mijn reis ook te cancellen maar op haar aandringen vertrek ik toch. Op 26 september stap ik dus voor de derde keer en met zwaar gemengde gevoelens op het vliegtuig van Biman richting Kathmandu.De reis verloopt vlot en in Ktm aangekomen staat Mr Lama van Sailung treks & expedition mij op te wachten.De eerste twee dagen haspelen we alle formaliteiten af en op vrijdag zijn we op weg naar Besisahar.De dag dat wij dus aan het echte avontuur beginnen gaat Jeannique onder het mes.'s Avonds kan ik haar vader telefonisch bereiken om te horen dat de operatie geslaagd is, eindelijk eens goed nieuws.De eerste dagen van de trek zijn dus dezelfde als de annapurna trek welke we in 1997 al gedaan hebben. In Koto begeven we ons op nieuw terrein en deze tot op heden verlaten vallei is ronduit schitterend. In Daramsala slapen we uit de volgende dag gaat het naar het BC. Het BC ligt er nogal kil bij op een morenerug en volledig in de schaduw. We zullen de komende dagen maar 2 uur zon hebben per dag. Het BC ligt op 4200M en na een paar dagen doen we een drop op 4900M.Nog 2 dagen later installeren we allemaal Kamp1 op 5300M welk eigenlijk veel beter gelegen is dan het BC. Het ligt volledig in de zon en er is een meertje waar je water kan halen. We brengen onze eerste nacht door op 5300M en Didier is zo ziek als een hond. Hij is ongetwijfeld de sterkste onder ons: paracommando en meer in de bergen dan gelijk wie van ons. Blijkt dus nog maar eens dat sterkte en hoogteziekte niets met mekaar te maken hebben. Ikzelf zit moreel totaal aan de grond. De onwetendheid over de toestand van Jeannique laat me niet toe een klare kijk op de zaak te hebben. Didier en ik besluiten de expeditie vroeg-tijdig af te blazen. De dag dat wij terug naar Ktm vertrekken gaat Jean Marc naar Kamp2. De dag erna staat hij als eerste Belg op de 6981 meter hoge Kang Guru. Op zijn terugweg komt hij de anderen tegen die ook een poging gaan wagen. Boven Kamp2 slaat het noodlot toe voor Vincent. Samen met onze sherpa Phu Dorje maakt hij een zware val. Vincent heeft een zware verwonding aan het been en hij bloedt als een rund uit zijn hoofd. Phu Dorje heeft beide polsen gebroken. Uiteindelijk geraken ze in het basiskamp waar er voor beiden een zware nacht aankomt. Met de helicopter worden ze de dag erna naar een ziekenhuis in Ktm gevlogen. De expeditie zit er dus voor iedereen vroegtijdig op en enkel shulz(Christian) vindt nog de moed om het wondermooie Nar te bezoeken. Uireindelijk komt alles goed en raakt iedereen tijdig terug in België. Dit smaakt zeker naar meer...
International Gyajikang expedition 2002. Nepal, Nepal en nog eens Nepal… eens je in dit land geweest bent laat het je nooit meer los.Nog maar pas terug van de Kang Guru en ik kreeg van Jeannique te horen dat zij van zodra ze van haar rugoperatie hersteld was naar Nepal wou. Op die mannier wou ze voor haarzelf bewijzen dat ze het terug aankon zware trekkings te doen. Mij niet gelaten, mij mag je er op elk moment naartoe sturen. Ik informeerde eens bij mijn teamgenoten van de laatste expeditie en Shulz (Christian Thierry) zag het wel zitten om terug in die prachtige vallei van vorig jaar iets te doen. Ons oog viel op de Gyajikang, een 7038M hoge berg waarvan zo goed als niets geweten was. Er was ooit al een gemengde nepalees-japanse exoeditie naartoe getrokken en enkelen zouden de top gehaald hebben maar voor de rest tastten we volledig in het duister. Om er geen financiele aderlating aan over te houden zochten we naar enkele personen die mee wilden voor de beklimming of de trek. Niet zo evident om aan iets te beginnen waar je eigenlijk niets van weet maar toch vonden we nog één klimmer (Buddy) en twee trekkers (Griet en Bert) die met een aangepast programma mee wilden. Na maanden de markt af te tasten en offertes te evalueren viel de keuze op Monterosa treks en expeditions, waarmee ik toch al een paar keer in Nepal was en nooit problemen mee gehad heb. We besloten ook van niet naar Besisahar te reizen met de bus en van daar vier dagen de annapurna-trek te volgen maar direct naar Humde te vliegen vlak boven Pisang. De annapurna-trek was niet nieuw voor ons en je spaart er tijd mee terwijl je niet dieper in je geldbeugel hoeft te tasten want 4 dagen meer trekking kosten meer dan een ticket van Ktm naar Humde. Toen wij: Jeannique, Buddy en Peter vertrokken waren Shulz, Griet en Bert reeds een week ter plaatse om een tocht te maken naar tilicho lake, een prachtig bergmeer boven Manang. We kwamen samen op de airstrip van Humde en begonnen aan de tocht richting Koto. Van in Koto ging het naar Daramsala, Kayang en Phu terwijl de trekkers met Shulz naar Nar trokken. Vanuit Nar trokken Griet en Bert naar Pokhara om er van de zon ter genieten terwijl Shulz zich bij ons voegde in Phu. Phu is zowat het mooiste en meest authentieke dorp wat ik ooit gezien heb. Je belandt er zowaar in de middeleeuwen. Vanuit Phu(4200M) is het 4 uur stijgen naar het basiskamp op 5000M. Onderweg vinden we een thar die pas gedood was van een sneeuwluipaard, het dier was nog warm. Groot feest voor de dragers en onszelf want dit dier zou een welgekomen variatie in onze maaltijden vormen. Na het opzetten van het basiskamp ging ik terug naar Phu waar Jeannique gebleven was. Het was nog maar mijn derde dag boven de 3000M en dan op 5000M al slapen was een beetje van het goede te veel. Ook de dragers waren in het dorp en Tashi, onze huisbazin, had een zeer lekkere goulash gemaakt van de thar. Jeannique bedankt wijselijk maar ikzelf kon het niet laten om mijn buikje rond te smullen van dit pas gestorven dier met als gevolg dat ik de volgende 5 dagen niet van de wc te krijgen was. Hierbij was mijn turista in Egypte maar een fractie van wat ik nu meemaakte, het zou een stempel drukken op wat nog komen moest. Aangekomen in het basiskamp besloten Buddy en Shulz om een weg te zoeken die ons over de morene naar de berg zou leiden. De speurneus van Shulz zorgde ervoor dat we binnen de kortste keren aan de klus konden beginnen, tenminste zij toch want ik was van al dat vochtverlies serieus verzwakt en tolde maar wat rond in het basiskamp. Daar onze sherpa nog niet aanwezig was in het BC, besloot Buddy om alleen de berg op te trekken en er op 5800M te gaan slapen.We hielden contact met de (verboden) walkie-talkies. Toen Buddy de dag erna terug in het BC was leek het al duidelijk dat het geen sinecure zou worden om boven te geraken. Over gans de berg en zeker vanop de col lag er zowat een meter sneeuw, geen verse maar zeer oude poedersneeuw met een pelletje ijs er bovenop. Op die dag arriveerde ook onze sherpa, Kami Rita, een kerel die reeds 6 keer op de everest gestaan had. Daaraan ging het zeker niet liegen. Toen onze mateloos ambitieuze Buddy met Kami Rita vertrok bleef de rest in BC achter. Het was normaal dat het sterkste team het privilege kreeg om een poging te wagen.Als zij er niet doorgeraakten zou het voor ons zeker onmogelik worden...Met de verrekijker volgden we hen op de voet en zagen hoe de ijzersterke Kami Rita het voortouw nam en zeer snel naar de col vorderde waar Buddy reeds geslapen had. De dag erna, we waren nu 9 dagen op 5000 meter en hoger, had ik contact met Buddy die ons het slechte nieuws meldde dat ze de poging zouden opgeven vanwege de overvloedige sneeuw. In 5 uur sporen waren ze amper 150 meter gestegen zodat ze op 6150 meter geraakt waren. Dit betekende dus nog 900meter in steeds slechter wordende condities (lees diepere sneeuw). We zagen het nutteloze ervan in omdat we maar 4-5 dagen meer hadden om de top te bereiken, wat onmogelijk bleek, daarvoor waren we met te weinig. Als je je bij deze situaties niet neer kan leggen blijf je beter weg van geïsoleerde bergen en doe je beter een normaalroute op een populaire reus. De tocht terug liep over de annapurna trail naar Besisahar. Onderweg kwamen we in Ngadi in contact met meer de honderd maoisten die van shuilplaats aan het wisselen waren. Bleek dat die gevreesde terroristen enkel mensen waren die de uitbuiting niet langer pikken en vechten voor een beter bestaan. Aangekomen in Ktm laten we ons eens goed gaan in de Kanahar, ons favoriete restaurant.De dag erna moeten we alle formaliteiten afhandelen op het ministerie van toerisme en krijgen we terug bezoek van Miss Elisabeth Hawley, die verslagen bijhoudt van elke expeditie in Nepal. Ook stuitBuddy heel toevallig op een sherpa die in 1996 mee was met de eerst en enige expeditie voor ons. Zij waren met 12 japanners en 12 sherpa’s en deden er 40 dagen over om met zijn zessen op de top te geraken. Ik verlies ook nog een halve dag met de terugvordering van mijn garbage-deposit, het is blijkbaar veel simpeler te betalen dan terug te krijgen. Uiteindelijk komt alles in de plooi en resten er nog enkele dagen om te vertoeven in de stad van tempels en stupa’s, van claxons en benzinegeur maar bovenal van vriendelijke en steeds lachende mensen die een veel beter bestaan verdienen dan wat ze nu hebben. We bezoeken oa pashupatinath, de plaats waar de doden verast worden en waarlangs hun as langs de Baghmati naar de ganges wordt meegevoerd.We sluiten af met een bezoek aan Patan met zijn prachtige durbar square en zijn fascinerende museum.Helaas komt aan alles een eind en na een afscheidsdiner met Ganesh van het trekking en expeditiebureau wordt het inpakken en wegwezen. Hopelijk verandert de situatie in Nepal niet in die zin dat we dit prachtige land voor een aantal jaar moeten laten links liggen, zoniet staan we hier binnen de twee jaar terug voor weer eens een ander avontuur.
Najaar 2004:Chulu East(6250M) en Chulu Far East(6059M).   Deel 1: Kathmandu-Humde-Tilicho lake-Humde Het is 18 oktober en om 4.00 H zijn we reeds uit de veren om naar de luchthaven Aftellen met ons beetje bagage.te vertrekken. De vlucht met Austrian Airlines verloopt rimpelloos en volledig op tijd arriveren we in Kathmandu. Even aanschuiven voor het visum en we kunnen onze bagage oppikken. Het weerzien met Mr Lama van Sailung is zeer hartelijk en het hotel Harati is zeker de moeite waard, een aanrader als je een kamer hebt langs de kant van de prachtige tuin. De volgend dag is het in de voormiddag wachten geblazen want An en Dirk hebben anderhalf uur vertraging met Qatar Airlines. Daarna kan de verkenning van Thamel beginnen en in de vooravond moeten we weer paraat zijn in het hotel want Jean-Louis komt er aan. Blijkt dat het bureau en J-L mekaar gemist hebben want ik krijg telefoon dat ze hem niet gezien hebben. Even later komt hij aan met een taxi, geen probleem dus. Op woensdag moet niemand toekomen dus gaan we op dagtocht naar Bodnath en Pashupathi. s'Avonds gaan we een eerste keer eten in ons favoriet restaurant"khana ghaar". Op donderdag gaan we in de voormiddag naar de "monkey temple" om daarna de laatsten: Pieter, Maarten en Daniel te begroeten na hun lange Biman vlucht. Deze laatste laat hun klanten nu op hotel slapen tijdens de tussenstop; van service gesproken voor deze low-budget vlucht. Shulz is dan al vertrokken naar Pokhara omdat hij al op vrijdag naar Humde wil vliegen, wel met een omweg maar goedkoper dan rechtstreeks. Op vrijdag 22 oktober treffen we de laatste regelingen om te vertrekken. Voor mij is dat bijvoorbeeld nieuwe mini-disks laten copiëren oa Janis Joplin en The Doors, voor anderen is dat nog wat extra kleren kopen en materiaal huren bij Holyland. Het avondmaal wordt ons aangeboden door Sailung Adventure Trekking in een chique restaurant met lokale schonen die volksdansen bij een heerlijke dal bhaat. De grote dag is aangebroken: we vliegen met de helicopter naar Humde, normaal was een twinotter voorzien en dus is dit een aangename verrassing. De verrassing Onze gecharterde helico.is nog groter als blijkt dat in Humde de rugzak van Romain niet bij de bagage zit. We blijven nog tot na de middag in Humde en er komen nog twee vliegtuigjes aansnorren maar geen rugzak te vinden. Met een wrang gevoel verlaten we Humde om naar Braga te gaan logeren. Ik kijk de ogen uit mijn kop als ik de "lodge"in Braga zien: dit is gewoon een hotel met wc op de kamer, helemaal geen stulpje van vroeger waar je aan het vuur in de keuken ging zitten. Er is zelfs verwarming in de eetruimte: comfort heeft de plaats ingenomen van authenticiteit. Not my piece of cake.Op zondag gaat het naar Manang: deze stad herken ik in zeven jaar bijna niet meer: hotels met wc en warme douche en 3 cinemazalen!!! De manangi hebben duidelijk geld om te investeren. We verwittigen de verzekering voor de rugzak van Romain en hij kan beginnen spullen kopen die hij op de tocht zal nodig hebben zoals een degelijke slaapzak en een water- en winddichte broek. Internetten doen we niet: 1500 roepies per uur tegenover 10 in Ktm156.JPG (15345 bytes) is net een beetje van het goede te veel. De volgende ochtend staat er een korte tocht naar Khangsar op het programma: we stijgen van 3500 naar 3700 meter en na een bezoek aan het plaatselijk klooster stijgen we ook nog naar hoog Khangsar op een dikke 4000 meter. "Climb high, sleep low " is het motto. Al bij al een rustig dagje zonder al te veel inspanningen. De dag erna is al andere koek: in 4.30 H zal het van Khangsar naar Tilicho base camp gaan. Een spectaculair pad slingert zich langs steile flanken een weg naar de enige en laatste lodge in de vallei. Jeannique sleurt er haar op de meer scary momenten door en verdient hierbij toch een pluim. Door Bij de chorten van hoog Khangsarhaar rugproblemen was haar training en voorbereiding toch wel miniem maar op karakter kan je ook veel aan. Tilicho base camp is een desolate plaats waar je binnen constant in de rook zit en waar het eten minder goed is en de porties klein zijn. We slapen met 8 op de lager, de twee "baje's" doen dat in een kamer. Op 27 oktober staat ons eerste hoogtepunt op het programma: de tocht naar Tilicho lake. De eerste 500 meter gaat het langzaam omhoog langs de flank van het"meer". Daarna is het klimmen geblazen in serpentines tot op 4950 meter. De laatste hoogtemeters zijn een beetje saai en lang maar de moeite wordt zeker beloond. Het zicht op het meer en Tilicho peak zijn ronduit adembenemend. Zelf was ik in een 2,5 H aan de rand van het meer wat helemaal niet slecht is. Iedereen denkt dat Jean-Louis en Jeannique gekeerd zijn als Jeannique uiteindelijk toch nog komt opdagen: van een inspanning gesproken! Jean-lou is de enige die het dus niet haalt, jammer want als amateurfotograaf had hij hier zijn hartje kunnen ophalen. Toch nam hij de juiste beslissing, waarvoor respect. Moe maar voldaan keren we terug naar Tilicho base camp. Op de terugweg naar Khangsar, de dag erna, beslissen Jean-Lou en Romain om niet mee te gaan naar het basiskamp van de Chulu's. Deze hoogte eist toch wel een beetje zijn tol en Tilicho Lakeze kunnen al hun krachten gebruiken om de Thorung-la op 5416M over te steken. Het is ook bitter koud, veel kouder dan de vorige jaren. Als we vertrekken in Khangsar schijnt de zon volop. Het is koud maar de gouden gloed maakt het aangenaam wandelen. Bij het doorkruisen Tussen TBC en Khangsar.van Manang doen we onze laatste inkopen en in Braga halen we nog enkele spullen op welke we laten liggen hadden om gewicht te besparen. In Humde aangekomen ontmoeten we kok en vriend Donna met zijn crew. Op onze laatste dag in de bewoonde wereld slapen we nog eens in een echte lodge: lekker eten en de voeten op de houtstoof. Deel 2: Humde-Chulu-Humde Rond 9.00H zijn we op weg naar naar Waterfall-camp, eigenlijk is dit een vrij korte tocht van een paar uur  maar wel met een gestage stijging. We moeten sowieso 700 meter omhoog. De tenten die we gebruiken voor BC zijn niet van de kwaliteit die we verwacht hadden maar we roeien met de riemen die we hebben. Hierover ga ik toch nog eens een woordje over placeren met Mr Lama. Waterfall-camp is zowat het paradijs op aarde: lekker veel zon en altijd stromend water bij een uitzicht.....ach ja...Als de zon echter weg is voel je wel dat je hier op 4000M zit, een reuze kampvuur brengt echter soelaas. De dag erna voelt An zich echt niet goed en we besluiten nog een dagje op waterfall-camp te blijven. Dit is nu het voordeel van zelf te organiseren: alles kan en niets moet en we hebben dagen genoeg voorzien. Een gedeelte van de groep gaat al eens op verkenning naar het basiskamp, een ander gedeelte geniet van de pracht in waterfall-camp en doet een kortere dagtrip naar één van de watervallen. Bij valavond stoken we terug een reuze kampvuur waar we ook het avondmaal nuttigen. Toch is het bitter koud en rond 20.00H zitten we al in ons slaapzakske. Op allerheiligen gaan we dan uiteindelijk naar het basiskamp op 4850M. Dit is een zware tocht met vrij steile passages en Jeannique ziet af als een beest. Ze voelt zich alles behalve tiptop en haar afzien doet mij toch wel een beetje nadenken over het hoe en waarom. Vindt zij dit echt nog leuk? Moet het echt altijd zo hoog en ver? Is het voor haar niet veel beter bij Darma in Cogne? Best niet te veel op doorbomen...Later, als we terug in België zijn zal uitgerekend zij zeggen dat ze zo gauw mogelijk terug naar de Himalaya wil. We installeren ons basiskamp en na nog wat geleuter over de tenten heeft iedereen zijn stek gevonden. Na zonsondergang is het hier toch wel echt koud, mijns inziens verschillende graden kouder dan de jaren ervoor. Bij nacht vriest het in de tenten tussen -11 en -16, of je nu een tent hebt van decathlon of een VE-25 van TNF, bij helder weer zonder sneeuwval hebben die dure tenten geen enkele meerwaarde. Op 2 november zit de sherpa al vroeg in de route op verkenning om de weg uit te stippelen en eventueel vast touw te plaatsen. Wij doen een dropping naar het high camp. Iedereen neemt zowel persoonlijke spullen mee als gemeenschappelijk materiaal. Tenten, eten, vuren, touw, snowbars, schroeven...alles moet naar boven. We zetten de VE-25 op van het bureau en deponeren er alles in. Genoeg gewerkt voor vandaag. Als we terug beneden zijn is er nog een grote tent bijgezet en hebben de keukenpieten stenen banken en een tafel ineengebricoleerd, dit wordt onze refter en living voor de komende avonden. Dat de techniek je soms ook in de steek laat blijkt bij het aansteken van de lamp voor de eettent: wij hebben een lamp mee op zonnecellen en niet zo een aftands ding op kerosine. Alleen...ze laadt niet op en we zullen het moeten stellen met kaarsen. Die dampende kerosinelichten stinken wel wat boven je eten, maar ze laten je wel nooit in de steek. Later zal Dirk zijn gaslamp ter beschikking stellen voor de groep waarvoor dank. Vandaag had ik toch wel redelijk pijn in mijn hoofd maar ik eet wel nog goed, dit gaat wel over. 0p 3 november is de dag aangebroken dat we met 5 naar high camp zullen gaan slapen: An, Dirk,Pieter,Maarten en ikzelf. De dag erna zal de sherpa dan vanuit basiskamp vertrekken en ons oppikken voor de tocht naar de Chulu Far East. Shultz en Daniël blijven nog een paar dagen beneden om te acclimateren. Bij het maken van zijn rugzak krijgt Dirk iets voor met zijn middenvinger: gebroken, overgewrongen, gekneusd? Het ziet er in ieder geval niet goed uit. Toch besluit hij mee omhoog te gaan. Deze dag smaakt niets van het eten me en dat voel je direct. Als we omhoog gaan naar high camp sleur ik mij echt omhoog, gisteren ging dat nog als een fluitje van een cent. Toen vorderde ik zelfs boven de 5000M aan 450-460 hoogtemeters per uur maar vandaag lukt dat bijlange niet. Dit is duidelijk een off day. Ik heb er echt geen zin in en ook boven krijg ik geen hap door mijn keel. Dirk heeft duidelijk last van zijn vinger en nu al blijkt dat hij en An morgen niet omhoog zullen gaan, een zeer pijnlijke zaak. Zelf besluit ik voor mijn eigen dat als ik mij morgenvroeg voel zoals nu ik niet in de weg wil lopen voor de twee vastberaden youngsters en dan afzie van een toppoging. Dit is nu eenmaal een expeditie: je moet al eens een zelfopoffering doen. De tijd sloft voorbij en ik doe van gans de nacht geen oog dicht. Mijn marmot, die afsluit als een huis, bezorgt mij regelmatig zuurstoftekortwaarbij ik dan overeind spring om aan lucht te geraken. Later zetten we de binnentent wat open wat een duidelijke verbetering is maar ook Pieter had hier toch last van. Niet ik alleen ben blijkbaar een beetje claustrofobisch op grotere hoogte. Enfin om 5.00H vertrekken Pieter en Maarten voor hun toppoging, Dirk, An en ikzelf keren na opgeruimd te hebben en thee gemaakt te hebben voor de terugkomers van de eventuele top terug naar het basiskamp. Rond 8.00H zijn we klaar en neem ik via de pmr's contact op met BC om onze voortijdige terugkomst te melden. Eten gaat nog altijd vrij moeizaam en dit kost echt kracht. Om 11.35H staan onze vrienden op de top. Wat op internet een uitstapje leek is een tocht van 6,5H geworden. Dit is helemaal geen PD- die je in een paar uurtjes afhaspeld, mijn bewondering gaat zeker uit naar Maarten die zonder echte alpiene ervaring toch maar eventjes de top haalt. Op sommige stukken spreek je hier toch van 55-60° helling en dat is niet evident voor een beginneling: chapeau. An is ook vandaag verjaard, het had mooi kunnen zijn om de top te bereiken maar die berg loopt heus niet weg. Donna, onze kok, probeert haar wat te sussen met een heerlijke taart. Daarna is het nog tot 16.00H wachten tot ze terug zijn van de top; bier, salami, taart een waar festijn voor en met de summiteers. Dirk heeft het vrij moeilijk. De dag erna hebben we een rustig dagje in BC, Shulz en Daniël hebben in high camp geslapen en komen ons ook terug vergezellen. Eigenlijk een vrij rustig dagje . Op 6 november leert Daniël onze sherpa filmen want hij gaat morgen een poging wagen. Zelf heb ik de top al afgeschreven: gebrek aan motivatie om mij nog eens op te laden en het gevoel dat Daniël meer intresse heeft in echt filmen dan in de top. Enfin, ik laat het geslaagd zijn van mijn reis niet bepalen door het resultaat van één dag. In de plaats trek ik er met Maarten, Pieter en Donna op uit om een tocht te maken langs de andere zijde van BC, constant boven de 5100M en met een drietal toppen tussen 5300 en 5400M. Een prachtige dag. Bij valavond gaat Daniël naar het hoogtekamp en Shultz vergezelt hem zodat hij er niet alleen moet gaan slapen. De zevende doet Daniël zijn toppoging maar door het vele filmen is deze tocht veel zwaarder dan wanneer je je alleen moet fixeren op klimmen. Op 5850M geeft hij er dan ook de brui aan, jammer. De achtste keren we terug naar beneden. We zullen eerst nog een nachtje slapen op een prachtige plaats, yak karka genaamd. Eigenlijk een ommuurde weide waar men de yaks bijeen brengt om te overwinteren. De laatste dag van onze terugkeer gaat het niet direct naar Humde maar maken we een omweg via een zeer recent pad naar Ngawal. Dit is een nog zeer authentiek dorp op een steenworp van het hoofdpad van de Annapurna-trail maar O zo veel mooier. Bij het bezoek aan de plaatselijke Lamaschool en tempel vernemen we dat er een groot feest op til is binnen twee dagen met een vermaarde "lama-dance". Dit moeten we zien...s'Avonds in de lodge in Humde zijn bier en raksi onze favoriete dranken en menig expeditielid zingt zijn/haar repertoire voor een beperkt publiek. Hier kan Idool 2004 een puntje aan zuigen. Deel 2: Humde-Ngawal-Humde-Kathmandu Op 10 november weten Ann en Dirk een ticket te versieren om met een helicopter terug naar Kathmandu te reizen en aldaar een hospitaal te bezoeken. Dirk maakt zich zorgen over zijn vinger en wil geen risico nemen. Daniël, die nog verschillende zaken moet regelen en een paar grote aankopen wil doen  maakt van de gelegenheid gebruik om ook een paar dagen vroeger in Kathmandu te zijn. Jeannique maakt van de vrije dag in de "beschaving" gebruik om te douchen en kleren te wassen. De rest: Shultz, Pieter, Maarten en ikzelf trekken er op uit in een dwarse vallei op de In de zijvallei ter hoogte van HumdeAnnapurna-trail maar langs de andere zijde. Het is de vallei gelegen achter de school waar de gidsenopleiding gegeven wordt, volledig desolaat en wondermooi. Ook hier heeft jaren geleden een bosbrand gewoed maar de tekenen zijn nog steeds zichtbaar. Op onze terugweg zien we sporen van mountainbikes op het hoofdpad, niet zo evident op 3500 meter hoogte. De laatste meters hossen we naar de lodge waar Donna ons nog maar een vergast op allerlei lekkers waaronder pizza. Daar het vliegtuig maar op 12 november komt hebben we de elfde nog tijd zat om naar de Lama-dance te gaan in Ngawal. 's Morgens blijkt er eerst een ceremonie plaats te vinden in Humde wegens een overlijden. De persoon, een oudere vrouw wordt met een ganse stoot naar een heuvel gebracht waar men haar voor het laatst begroet en erna verast. In de late voormiddag vertrekken we dan naar Ngawal waar we ons al goed thuis voelen. Alvorens de Lama-dance begint wordt er een soort feest gehouden waarbij alle bezoekers snoep, tsampa en thee krijgen en dit allemaal gratis. We lopen Ngawal.de bikers tegen het lijf, het zijn Duitsers en ook hier zijn ze omhooggereden met de fiets, mooi zo. De Lama-festiviteiten beginnen in de tempel met een ritueel van uitbeeldingen op chaotische muziek. Daarna gaat gans het zootje nog wat verder stoeien op de binnenplaats onder de tempel. Dit alles is toch wel vrij indrukwekkend. Moe maar voldaan keren we terug de flanken af richting Humde. De dag erna zijn we al vroeg uit de veren want we weten niet wanneer we zullen vertrekken. Uiteindelijk valt het allemaal nog mee: rond 11.00H vliegen we richting hoofdstad. Ervoor heeft Shultz nog hemel en aarde verzet om een bewijs te bekomen in Humde dat de rugzakMet Yeti terug naar Ktm. van Romain wel degelijk nooit aangekomen is. Uiteindelijk zal het hem net op tijd en met een paar fooien lukken. In de namiddag kuieren we terug door Thamel maar doen we niets speciaals meer. De dertiende wordt volledig in beslag genomen met het bezoeken van het trekking bureau en het terugbrengen van het gehuurde materiaal, de nieuwelingen brengen een bezoek aan Durbar square. Op veertien november worden de dollars, verkregen door het verkopen van overtollig materiaal terug besteed aan andere zaken, hoofdzakelijk een tapijt. Jeannique krijgt het voor mekaar om iedere keer zij naar Kathmandu komt, het is nu voor haar de vierde keer, een tapijt te kopen en steeds is het gelukt door de douane te geraken. Verder is souvenirshopping onze hoofdbezigheid en zelfs mijn "mobiele" douche vindt een nieuwe eigenaar.Bij het afscheids menu krijgt Pieter nog een appelflauwte, waarschijlijk een gevolg van een te kort aan vitaminen, of wil zijn lichaam liever in Ktm blijven... De vijftiende is eigenlijk één lange countdown waarbij ik met Pieter tevergeefs naar het bureau ga van de NMA om inlichtingen te vragen over die mounaineering school in Manang. Beiden hebben sterke intresse maar de man die we spreken kan ons niet helpen. We horen de gebruikelijke:"later sir..." maar later gaat niet want in de vroege namiddag vertrekken de Biman-reizigers al naar belgenland. Later zal ik alle informatie vinden op de site van de NMA. Na de bimanners is de tijd aangebroken voor de qatars en de gulfer zodat enkel de austrians en Maarten overblijven, Maarten die pas de volgende vrijdag naar huis gaat en eerst nog wat wil biken in de Kathmandu-vallei. 's Avonds worden we nog een feestelijke maaltijd aangeboden bij Lama thuis, wat is die mens toch genegen en vriendelijk. Dan is ook onze tijd van gaan gekomen waarbij we na 531 controles de lucht inzitten. Kort daarna krijg ik mijn persoonlijke appelflauwte waardoor ik met mijn poten omhhog achteraan in het vliegtuig verzeild geraak: de emoties, te lage bloeddruk, de whisky-cola??? Wie zal het zeggen maar het deed zeker geen deugd. Volledig op tijd landen we in de ochtendop Zaventem, dit is echt een prachtverbinding! Jeannique haar ouders en Laure-Anne wachten ons op, Romain gaat met de trein naar huis. Het afscheid is kort maar krachtig en het is nu wachten op de reünie voor het uitwisselen van de vele honderden foto's. We kunnen beginnen plannen voor een volgende "dream come true".
Nepal 2006 Trekking en klimmen in de Khumbu: Gokyo Ri, Cho-La, Lobuche East(6119M), Kala Pattar. Door het feit dat we het zekere voor het onzekere gekozen hadden ivm de gehavende rug ging het dit jaar dus naar een bestemming waar ze kon genieten van de relatieve luxe van een lodge trek. Ook het schema is zeer goed aangepast en niet te zwaar voor iedereen. We hadden er ook nog een serieus stuk "unfinished business" van 1999 toen we omwille van diezelfde rug onze tocht gedeeltelijk moesten afblazen. Dit jaar werden we ondersteund door NOMAD EXPEDITIONS, een topbureau uit Kathmandu dat we alleen maar kunnen aanbevelen wie naar Nepal gaat. Dit is echte topservice. Geen gezoek naar een degelijk hotel voor 11 personen dit jaar want Nomad had ons Hotel de l'Annapurna aangeboden voor een zeer interessante prijs. 14/10: Op 14 oktober was het dan zover en dus verzamelen geblazen op onze nationale luchthaven. De ene al wat nerveuzer dan de andere, soms met een heel klein beetje te veel aan bagage, allen geraakten we door de controle en alles kon mee. Ook in Londen zijn er quasi geen problemen en alle vliegtuigen vertrekken zo goed als stipt op tijd. 15/10: Ons eerste obstakel krijgen we te verwerken als op 1Km van onze eindbestemming de piloot het zicht te ontoereikend vindt om te landen. De A320 wordt terug opgetrokken en brengt ons op de luchthaven van Dhaka in Bangladesh tot hij het goede nieuws krijgt dat de mist opgetrokken is. Babu Sherpa, de eigenaar van Nomad staat netjes met "avonacu" pancarte te wachten aan de luchthaven en met een luxe busje worden we naar het hotel gebracht, en wat voor een hotel. De klasse druipt er gewoon af, sjieke kamers, prachtig zwembad, indrukwekkende lounge en een ontbijtbuffet om U tegen te zeggen. 's Avonds kunnen we ons tweede obstakel verwerken want Jef, die met een latere vlucht komt, is onvindbaar. Blijkt dat hij Babu gekruist heeft op de luchthaven en hij zit in het oorspronkelijk geboekte hotel ipv bij ons. Een telefoontje en een taxi later zijn we voorlopig voltallig. 16/10: Van de eerste volledige dag maken we gebruik om, indien nodig, materiaal te huren en om een eerste culturele tocht te maken naar Bodnath en Pashupatinath ten oosten van Thamel, de toeristenwijk. Bodnath is toch wel een bijzondere plaats voor Jeannique en mezelf, de rust en schoonheid die deze plaats uitstraalt is steeds weer een reden om deze Stupa te bezoeken. Hier kom je tot rust. In de namiddag bij het bezoek aan Pashupathi ervaar je dan net het omgekeerde. Het is er een drukte van jewelste en iedereen, zowel toeristen als locals, willen een blik werpen op de lijkverbrandingen. Terug in het hotel ontdekken we obstakel nummer 3: Jean-Louis, onze laatste reisgenoot is niet komen opdagen en nu brengt het ander hotel geen soelaas, hij is er gewoon niet. Snel check ik mijn mail nog eens en blijkt dat door een overboeking in Londen hijzelf en vijf anderen niet meekonden naar Doha. Hij zal proberen de volgende vlucht te nemen en anders gaat hij terug naar België. Ik mail terug dat hij zeker moet komen en dat we wel iets kunnen regelen de eerste dagen van de trek. Dit zou het laatste zijn wat we van Jean-Louis zouden horen, jammer. 17/10: Met enige vertraging vatten we de spectaculaire vlucht aan naar Lukla. Het weer is stukken beter dan in 1999 en het zicht is dan ook navenant. Na de middag vatten we de tocht aan naar Phakding en dit terwijl Alex zowat omvalt van de buikkrampen. Met zeer veel moeite bereikt hij de lodge en al snel blijkt dat hij zo niet verder kan. Er wordt besloten dat Alex en Rita morgen hier een dag zullen rusten en ons de dag erna zullen vergezellen in Namche als wij dan een rustdag hebben op grotere hoogte. Eén ding is al opgevallen vandaag: wat is het hier druk zeg, hopelijk worden al die toeristen wat verspreid eens we boven Namche zijn. 18/10: Terwijl Alex en Rita rusten trekken wij door naar Namche maar eerst mogen we de toeslag gaan betalen voor de maoisten aan de brug van Pkakding. Aan een tafeltje zitten 2 jonge gasten met zeer mooie tickets, foto van Prachandra (hun leider) inclusief, en eisen van iedere toerist 100NR per dag dat hij/zij in de Khumbu verblijft. Wetende dat er zowel in Lukla als Namche een paar honderd soldaten vertoeven is dit een schande voor de Nepalese regering dat dit kan en mag gebeuren. Als dit dan toch in samenspraak is met de autoriteiten, dan kunnen ze beter hun tafeltje op de luchthaven van Kathmandu zetten om hun afpersingsgeld te innen. Op de lange klim naar Namche kom ik ongeveer halverwege Shulz met Mireille tegen. Tot mijn grote verbazing vertelt hij mij dat hij naar huis gaat, hij heeft nieuwe medicatie voor zijn bloeddruk en dit zou de reden zijn waardoor hij op hoogte constant met hoofdpijn rondloopt. Neem hierbij nog een tikkeltje heimwee naar Laure-Anne en je hebt de perfecte cocktail om direct rechtsomkeer te maken zeker als je weet dat hij nog maar op 3800M maximum geweest is. Exit Shulz dus en dat is een flinke opdoffer voor mezelf want hij is toch wel een echte steun en toeverlaat als het even minder gaat. Toen waren ze nog met 9... Aangekomen in Namche zoek en vind ik een oude houten piolet, een hebbeding wat ik al in 1999 wou kopen maar toen kon ik weerstaan aan het aanbod, nu duidelijk niet. Ook in Namche verblijven we in één van de mooiste lodges cfr hotels van het dorp, nl hotel Kangri. Als je er komt, vraag dan naar een kamer op de bovenverdieping. 19/10: Rustdag voor iedereen die mee is tot Namche. We gaan met zijn allen naar een hoger punt waar we zicht hebben op 's werelds mooiste, de Ama Dablam en op de Everest. Tot ieders verbazing arriveren in de namiddag ook Rita en Alex, gezien de staat waarin hij was gisteren, een puike prestatie. 20/10: Om 7.30 H zijn we op weg naar Thame en het doet deugt om eindelijk in een vallei te zitten waar weinig of geen toeristen zijn. We gunnen iedereen zijn pleziertje maar de vorige dagen waren echt te veel van het goede. In Thamo nemen we een lange theepauze en dan nog zijn we voor de middag in Thame. In de namiddag staat er voor de liefhebbers een bezoek gepland aan het wondermooie Thame-Gompa. In de namiddag begint het te sneeuwen, het weer kan echt beter. 21/10: We zijn nog niet ver weg op weg naar Khumjung als het weer terug dichttrekt. We zitten nog maar pas neer voor onze lunch in Shyangboche als de mist ons alle zicht ontneemt en enkele ogenblikken later is het terug aan het sneeuwen. Khumjung lijkt ons een wondermooi dorpje, jammer dat de mist roet in het eten gooit. Er is zelfs zoals in Namche een bakker waar je lekkere koffiekoeken kan kopen, meer moet dat niet zijn. 22/10: Deze morgen is het terug stralend weer en alvorens onze voeten het maagdelijk wit tapijt gaan vernielen brengen we een bezoek aan het klooster van Khumjung waar de wereldberoemde "YETI-SCULL" wordt bewaard. Mij imponeert het alvast niet al weet je maar nooit. De weg naar de 3980M Mong-La is lang en vrij stevig klimmen, het uitzicht van daarboven is dan ook navenant. Na de lunch volgt er dan een helse afdaling tot bij de rivier alwaar Phortse Tenga gelegen is. Zoals gewoonlijk sneeuwt het in de namiddag en brengen we onze tijd door al kaartend aan het houtvuur. Rond half vijf wordt het ook terug mistig en wanen we ons op de filmset van "Lord of the Rings". 23/10: De weg naar Dole begint met een vrij stevige klim om terug uit de vallei te geraken om daarna langs de helling te vorderen tot we een klein, adembenemend zijvalleitje bereiken waar de lodges langs beide zijden gelegen zijn. Wij nestelen ons in de Yeti-Inn, de mooiste lodge waar het ook gezelligheid troef is. In de namiddag verkennen we nog een paar uur de zijvallei maar daarna is het tijd voor een verkwikkende en bloedhete douche, in een cabine buiten is de sneeuw, zalig. 24/10: Van Dole naar Machermo loopt er een vrij gemakkelijk pad gestaag omhoog maar toch begint de hoogte mee te spelen want Machermo ligt bijna op 4500M. 25/10: De tocht begint langzaam door een prachtig valleitje tot we aan een aantal trappen komen die in de film ”Himalaya” niet zouden misstaan. Na deze vrij zware klim bereiken we het eerste meer van waar het terug vals plat is tot het tweede en derde meer aan wiens oevers de lodges gelegen zijn. We logeren in de hoogstgelegen, mooiste lodge van waaruit het turquoise meer schittert in de ijle lucht. 26/10: Om 6.00H zijn we aan de basis van de klim op Gokyo-Ri wat een vrij steile maar toch eenvoudige klim is. Volgens het boekje kan je de 600 hoogtemeters afhaspelen tussen 1.15 en 3 uur. Ik zie het als een eerste test als acclimatisatie en doe er 1.33 over zonder ook maar te forceren en ben dan ook tevreden. We zitten op schema en ik blijf een uurtje op de top vanwaar je een prachtig zicht hebt op de everest en de ganse regio. Met An en Dirk gaat het dan in sneltempo naar beneden om de rest van de dag te proberen Jeannique er van te overtuigen om het morgen ook te proberen met Nadine en Romain, wat me ook lukt. 27/10: Terwijl Jef, Alex, Rita en ikzelf naar het 5de meer gaan doen Jeannique, Nadine en Romain een geslaagde poging op Gokyo-Ri. Onze poging stopt bij een aardverschuiving die alle doorgang verspert waardoor we onverrichterzake terugkeren en we tegen de middag terug in de lodge zijn. 28/10: Vandaag moeten we naar Dragnag aan de voet van de Cho-La en deze tocht begint met een stukje rechtsommekeer tot aan het 2de meer. Dan gaat het plots linksaf naar de rand van de gletsjer waar we ons met horten en stoten 5 meter naar beneden storten om op het pad dat de grijze massa dwarst te vervoegen. Het pad loopt over stenen, rotsen, ijs stenen, ijs, zand???, stenen ijs en nog eens stenen om aan de andere kant van de gletsjer uit te komen op een boogscheut van de 2 lodges. In de namiddag verkennen we het pad welk we morgen moet nemen in het donker om de Cho-La te bereiken. We stappen nog een dik uur omhoog om te constateren dat er geen obstakels zullen zijn in het donker. Met een goed gevoel keren we terug en houden ons de rest van de dag bezig met kaarten, eten en rusten. 29/10: Om 4.00H hebben we ontbijt en een dik uur later zijn we op weg voor de zwaarste dag van de ganse trek. De eerste twee uur is een gestage klim tot op een eerste plateau met gebedsvlaggetjes op 5120M. Dan is het terug een halfuurtje bergaf tot 4900M om te beginnen aan de echte beklimming, ja dat is het, van de Cho-La. De flank is volledig ondergesneeuwd en is echt limiet als je, zoals wij, geen crampons aanhebt. Blijkbaar is ook de staf van Nomad verrast want iedereen had stijgijzers bij zich in de bagage maar zij vonden het niet nodig om ze ook effectief bij te hebben. Het pad slingert over de soms spekgladde helling en Gelbu sleurt Jeannique als eerste naar boven. Iedereen van Nomad doet er alles aan om de klim zo veilig mogelijk te laten verlopen. Zowel gidsen als dragers komen en gaan meermaals terug om te begeleiden, rugzakken te dragen, te duwen, te trekken....zonder deze gasten zouden enkelen het zeer moeilijk gehad hebben om op deze 5330M hoge col te geraken. De emoties zijn dan ook groot als we na zo een 4 uur klimmen in de stralende zon koekjes en drank delen. Van hier is het dan nog een dikke 2 uur afdalen, eerst in de sneeuw en daarna over een stijl afdalend rotspad om uiteindelijk rond half twaalf in Dzongla te belanden. De Cho-La is op geen enkele manier te vergelijken met Torung-La in het annapurna gebied, dit is eigenlijk, in deze condities een alpine klim niveau F tot PD-. De lodge in Dzongla is duidelijk de minst interessante tot nog toe maar wij waren ook verwittigd voor deze plaats, beter is er niet. 30/10: Jeannique is deze nacht ziek geworden: overgeven en diarree, net als Rita. Met de moed der wanhoop sleurt ze zich naar het BC waar Dawa voor iedereen gaat koken zodat we nog eens samen lunchen alvorens de wegen van de trekkers en de klimmers voor enkele dagen zullen scheiden. Vanaf 14.30H wordt het berenkoud en is het leuke er af in het basiskamp waardoor we in de keukentent gaan zitten. Al smaakt het eten van Dawa verrukkelijk, toch krijg ik na de soep geen hap meer binnen want mijn buik spant als een ballon. Om half 7 lig ik al in mijn slaapzak maar rond 21H breekt de hel los: ik schiet wakker met hevige koorts, heb diarree en moet overgeven. In paniek roep ik Jef wakker en hij wrijft mijn zweet af met een handdoek terwijl ik ril over gans mijn lichaam. Ook An heeft hetzelfde voor zelfs nog erger. Dit is een nachtje om nooit te vergeten. 31/10: Deze nacht heeft zijn tol geëist want zowel An als ik zijn volledig uitgeput zodat we met pijn in het hart besluiten de expe te verlaten. Zo hopen we in Lobuche de trekkers aan te treffen want Jeannique heeft zeer degelijke medicatie tegen voedselvergiftiging. Het lijkt wel of de duivel ermee gemoeid is want de trekkers hebben geen geplande rustdag gehouden maar zijn doorgetrokken naar Gorak Shep. Good old Dawa brengt de oplossing door een drager met boodschap direct door te sturen naar Gorak Shep. Rond 15H arriveert Ang Babu met de medicijnen en een berichtje van Jeannique: Zij gaan morgenvroeg naar Kala Patar en keren dan terug naar Lobuche. De combinatie van de peperdure maar zeer hygiënische Eco-lodge, een lekkere douche en vooral de Ercefuryl doen wonderen want we kunnen ons eten terug binnen houden. Om 19H liggen we beiden in ons zeer comfortabele bed. 01/11: Om 8H word ik wakker, 13 uur onafgebroken geslapen. Rond deze tijd moet Jeannique al bijna boven zijn op de 5545m hoge Kala Patar en zullen de klimmers ook al een stuk gevorderd zijn. We voelen ons beiden beter en de makers van ercefuryl krijgen voor mijn part de  nobelprijs voor geneeskunde. Nu komt het er op neer terug op krachten te komen want we zijn net twee schotelvodden. In de loop van de voormiddag zien we met de verrekijker duidelijk twee gele en een zwarte figuur op de flanken van Lobuche East. De tweede is zeker Jef en de eerste Gelbu, hopelijk is Dirk de derde figuur. Rond de middag komen de trekkers aan en Jeannique heeft haar opdracht op de Kala Patar met glans volbracht. Het steentje van Bart, samen met de foto liggen voor altijd in de schaduw van de Everest op 5545m.  Het weerzien is hartelijk en nu is het enkel nog bang afwachten tot morgen om te weten hoe het de klimmers vergaan is. 02/11: In de nacht moet ik er maar één keer uit voor het toilet al blijkt dat het voedsel van de Eco- lodge toch van betere kwaliteit was dan van deze. Jeannique heeft goed geslapen en ze heeft het uiteindelijk toch maar gedaan door de 5545m hoge Kala Patar te beklimmen, een nieuw hoogterecord voor haar. Op naar Mera Peak?? Wat staat dit in fel contrast met haar rugletsel minder dan een jaar terug en de spierscheur van mei. Als we terug afdalen passeren we boven Dughla de herdenkingsmonumenten van verongelukte personen op de Everest. Het zijn vooral sherpa's die hun leven gaven 'for the white mens dream'. Velen onder ons zouden hier toch wel even moeten nadenken over de ravage welke deze berg bij de lokale gezinnen reeds heeft aangericht. In Dughla zelf ontmoeten we de klimmers. Dirk is op 5600m gestopt, Jef daarentegen heeft de top gehaald waardoor onze kleine expe toch geslaagd is. Dubbel zelfs want hij hield zijn belofte en deponeerde mijn steentje met foto van Bart op de top van Lobuche. Dikke proficiat en bedankt Jef! We zakken verder af naar Dingboche waar we een prachtige kamer met wc betrekken. Voor de rest van de dag hou ik me kalm want ik voel me nog steeds zeer zwak. 03/11: Net zoals gisteren is het vandaag bewolkt van 's morgens zodat we niet naar Chukhung  gaan maar afzakken naar Deboche. In de lodge zijn ze gespecialiseerd in kipgerechten en dat smaakt na 14 dagen vegetarisme. In de namiddag bezoeken we het klooster van Thyangboche,  een werelderfgoed van de UNESCO en zeker een uitgebreid bezoek waard. Ernaast bevindt zich een zeer degelijke bakkerij waar we ons tegoed doen aan te veel zoetigheden. 04/11: De dag begint met een korte klim naar Thyangboche waar we nog een paar foto's nemen. Dirk heeft last van zijn longen en ziet af als een beest. Dan volgt de lange afdaling naar Phunki Tenga waar we halt houden voor thee en om even uit te blazen want al de meters die we gedaald zijn moeten we nu terug omhoog tot op onze lunchplaats Sanasa waar we ook op Dirk wachten die het rustig aan moet doen. Na de middag lopen we nog een dik uur door de mist tot Namche waar een evenement plaats heeft van de maoisten. Filmpjes, zang en dans à volonté u aangeboden met de centen van de toeristen. Toch zie ik er maar weinig enthousiasme en de meeste locals kijken met lede ogen toe naar wat er zich allemaal afspeelt op het plein naast de Tibetaanse markt. Vandaag is het An haar verjaardag en Prem, de sirdar, heeft een reuzentaart laten bakken bij Herman Hellmer. In combinatie met te veel wijn gaat die zeer vlotjes binnen. Als we nadien nog eens een cocktail gaan drinken in een lokale poolbar is het hek helemaal van de dam. Nadine, Rita en Alex houden het na een half uurtje voor bekeken maar de rest feest en danst er lekker op los. De cocktails in combinatie met zelf gekozen muziek laten ons lekker uit de bol gaan, de rekening en hoofdpijn achteraf zijn dan ook navenant. In het hotel geraken was een expeditie op zich! 05/11: De meeste staan een beetje 'later' op want we hebben een rustdag vandaag en deze komt zeker niet ongelegen. Voor de rest geen commentaar. Ik herinner me weinig van die dag. 06/11: Als we de afdaling in Namche aanvatten beseffen we maar al te goed dat het einde van de trek nabij is. Voor sommigen is het misschien genoeg geweest, 22 dagen trekking is lang, maar zowel Jeannique als ikzelf zouden gerust nog een paar weken, maanden willen blijven. Wat hebben we toch met dit land?? Na de afdaling volgen we min of meer de rivierbedding van de Dudh Koshi tot aan de stevige klim naar het bureau van de park rangers in Monjo. Daar lunchen we ook maar na de middag verslecht het weer zienderogen in die mate zelfs dat we het tot Phakding maar net droog houden. Onze dragers hebben minder geluk want op bepaalde momenten viel er echt stortregen. Toch nam Dawa terug de wijze beslissing om met de dragers te gaan schuilen zodat zowel zijzelf als onze bagage grotendeels droog zijn gebleven. 7/11: De korte tocht naar Lukla wordt in een ijltempo afgehaspeld zodat we in de late voormiddag al op bestemming zijn. Na de middag en in de avond regent het terug waardoor het aftellen voor onze binnenvlucht nog net iets langer duurt. Neem daarbij nog de overdreven uitbundigheid van een groep Nederlanders en Amerikanen en je staat verstomd hoelang een dag kan duren. 8/11: Vandaag begint de terugtocht definitief. We zitten in de derde load van Yeti-airlines, dit wil zeggen vliegtuig 7,8 of 9 maar het weer is prima dus geen enkel probleem. Rond de middag hebben we ons terug geïnstalleerd in hotel de l’annapurna. Onze terugkomst vieren Jeannique en ikzelf met een lunch in “la dolce vita”. Na demiddag wordt het gehuurde materiaal teruggebracht naar Holyland Trekking Shop om daarna met de groep te gaan shoppen naar Asan, de wijk waar de Nepalezen zelf gaan shoppen voor wierook, kruiden, sjaals, koperwerk, inox, enz… ’s Avonds gaan we eten in de wereldberoemde “ Rum doodle bar” maar sinds deze verhuisd is naar de nieuwe locatie is de sfeer zeker niet meer wat hij geweest is. Het eten is er wel prima maar blijkbaar nogal aan de dure kant voor sommigen. 9/11: Een rustige dag die wordt gespendeerd voor een bezoek aan Durbar Square en souvernirshopping met de groep. In de avond ga ik voor het eerst sinds vertrek eens alleen dineren met Jeannique in het “Third eye restaurant”, voor mij het beste van gans Thamel. 10/11: Onderweg naar Patan zien we dat de maoïsten overal aan het verzamelen zijn. Blijkt dat dit in Kathmandu vooral zeer jong mensen zijn , vaak schoolkinderen al dan niet geïndoctrineerd door de grootspraak van Prachandra en zijn kompanen. Na een bezoek op Durbar Square van Patan nuttigen we iets in de tuin van het museum. Dit is echt één van de rustigste plekjes van Kathmandu en het museum is gekend als het mooiste van zuid-oost Azië. Jammer genoeg heeft niemand interesse en Jeannique en ikzelf bezochten het al 2 keer. Na een bezoek aan Pilgrims book house nemen we de taxi terug naar het hotel want Nadine en ikzelf willen nog gaan zwemmen. Dit is echter buiten de waard gerekend, of beter gezegd buiten de maoïsten want door hun demonstraties is alle verkeer lamgelegd. Zelfs met de fiets of motor geraak je er niet door dus zetten we onze tocht naar het hotel te voet verder. Het zwemwater is toch al een aantal graden kouder dan een maand geleden maar om te zwemmen is het nog prima. Als je in beweging blijft is het zelfs zalig, buiten zwemmen half november. Babu van Nomad heeft Jeannique en mij uitgenodigd voor een etentje en hij heeft voor Chinees gekozen in het “yak & yeti” hotel, HET tophotel van Nepal en eigenlijk een gewezen paleis van een vroegere koning. Het eten en de wijn zijn exquis en we hebben een echt goede babbel met Babu. We evalueren en maken nieuwe plannen die we samen kunnen uitvoeren. Zo ben ik er vrij zeker van om in 2008 een expeditie naar de Ama Dablam te organiseren als ik aan 5 medeklimmers geraak. Na het diner trekken we nog eens naar Thamel want het is onze laatste, voorlopig laatste, avond in dit wonderbaarlijke land. 11/11: De countdown is begonnen. Om 16.00h moeten we op de luchthaven zijn, 3 uur vooraf om zeker te zijn, en de tijd ervoor wordt gebruikt om onze laatste roepies op te doen. Wij doen dit oa door met Gelbu, de klimsherpa en zijn vrouwtje Dolma, ook een voortreffelijk alpiniste en gids, te gaan eten in de “fire & ice” waar je de beste pizza van Nepal kan eten. Wat is dit toch een tof stel, hopelijk kunnen we ze deze winter ontmoeten in Samoëns en kan ik met hen eens gaan ijsklimmen. Het afscheid is dan ook zeer hartelijk en zelfs een beetje pijnlijk. Op de luchthaven verloopt alles vlotjes en de vlucht is perfect op tijd. In Doha duurt het wachten, 4 uur, toch wel lang maar wij hebben zeker geen reden tot klagen want Jef zal de dag erna 11 uur moeten wachten in London. 12/11: Ook in Doha vertrekt het vliegtuig quasi op tijd zodat we zeker nog genoeg tijd hebben in Zurich om over te stappen. In Zurich verwittig ik Shulz om Nadine op te halen en de ouders van Jeannique om te zeggen dat alles vlotjes verloopt en we om 11.00H in Brussel zijn. Dat klopt volledig want om kwart na 11 zijn we al afscheid van mekaar aan het nemen en gaat iedereen terug zijn/haar eigen weg. Het is nu al uitkijken naar de reünie om mekaars foto’s te bekijken en misschien plannen te smeden voor de toekomst. Een mens moet een beetje vooruit kijken nietwaar…eerst wel de ijsbijlen vijlen want de winter komt er aan.
Nepal 06 Nepal 14 Nepal HULP Nepal 15