© AVONACU 2013
Nepal
MAAK UW KEUZE
Mustang trekking 2013.
Vrijdag 4 oktober: Brussel - Abu Dhabi
Om de file te vermijden vertrekken we meer dan op tijd vanuit Tielt waardoor we rond 6 uur al op de luchthaven zijn. Op Romain na is iedereen al
aanwezig en om twintig na zes gaat de bagage op de band. Wat later nemen we afscheid en gaan we door de douanecontrole. Twintig na tien hangen
we in de lucht richting Abu Dhabi. Ook bij Ethiad is de service en het eten net zoals bij Qatar vrij lekker. We landen op tijd om een kleine drie uur later
terug de lucht in te gaan richting Kathmandu.
Zaterdag 5 oktober: Abu Dhabi – Kathmandu
Na het wachten voor de visum gaat alles vrij vlot vooruit. Bhai wacht ons al op in de aankomsthal en helpt de bagage te verzamelen. Een dik half uur
later zitten we in de lounge van hotel Vaishali, we betrekken onze kamers, betalen Bhai en maken een eerste tochtje door Thamel. Een en ander wordt
al aangekocht en nadien gaan we lekkere pizza eten in la dolce vita.
Zondag 6 oktober: Kathmandu
Na het ontbijt zetten we de aankopen voor de trek verder om vervolgens met de minibus naar Pashupatinath te gaan. ook al hebben we het al
meerdere keren gezien, het blijft een aandoenlijk showspel die lijkverbrandingen. Voor het middagmaal zijn we uitgenodigd bij Bhai thuis en na een
lekkere maaltijd bezoeken we Bodnath. We doen onze ronde en kijken rond in een paar tempels waar ik mijn rugzak vergeet. Gelukkig staat hij er nog
als ik er aan denk, een half uurtje later. Terug in Thamel eten we in ons favoriete restaurant Third Eye en dan gaan we slapen want morgen vertrekken
we naar Pokhara. Om 8 uur zal de minibus ons ophalen. Kumar de gids en Mingmar de kok zullen ons vergezellen. In Jomson wacht ook Bikas op
ons, hij zal steeds de groep voorgaan.
Maandag 7 oktober: Kathmandu – Pokhara
Om stipt 8 uur rijden we richting Pokhara door de buitenwijken van Ktm. Het eerste obstakel, de col om de Kathmandu vallei uit te rijden is meteen
raak. Over de eerste 25 km doen we zowat twee uur. Daarna gaat het vlotter en rond de middag eten we in dezelfde zaak als vorig jaar. Erg lekker is
het niet, wel vrij proper en dus zonder risico op besmetting. Uiteindelijk komen we rond 16 uur aan in hotel Kantipur waar Bhai ons opwacht. Hij nam
een binnenvlucht om alles te regelen voor morgen want het ziet er naar uit dat er geen binnenvluchten zullen zijn vanwege de lage bewolking en
wind. We genieten volop van een frisse Everest bier in de tuin, doen nog een tochtje langs het meer en gaan dan een hapje eten. Daarna genieten we
van de rust van het hotel om uitgeslapen te zijn voor morgen.
Dinsdag 8 oktober: Pokhara – Jomson
Dikke pakken wolken hangen in de vallei richting Jomson en na een check-up op de luchthaven besluiten Bhai en ikzelf om de tocht te doen per 4x4.
Nog voor 8 uur rijden we richting Beni waar we een eerste keer zullen stoppen en ook lunchen. van daaruit begint een helse tocht over totaal
onaangepaste wegen die meer op tanktracks lijken. Na 6 uur hotsen en botsen over wat ooit een der mooiste trekkings ter wereld was staan we voor
ons hotel in Jomson, de Tilicho lodge. Er waren uiteindelijk 3 vluchten vandaag dus zouden we er met yeti airlines niet geraakt zijn. Na een lekkere
maaltijd kruipen we onder de lakens want de vermoeidheid heeft genadeloos toegeslagen tijdens deze helse rit.
Woensdag 9 oktober: Jomson – Chusang
Na een vroeg ontbijt gaat het vandaag richting Chusang zodat we al de helft van ons in te halen schade zullen wegwerken. We gaan voornamelijk tot
in Kagbeni door de rivierbedding als we er aankomen bestellen we eerst ons eten in hotel Nilgiri en brengen dan een bezoek aan het klooster. Het
oude gebouw van in 1997 is volledig omringd door bijgebouwen en ook het dorpje zelf herkennen we bijna niet meer. Na de lunch volgt een steile klim
gevolgd door nog een en nog een. Bovenaan de laatste staan we bij de ingang van een immense appelgaard omringd door een 2 meter hoge muur. Na
een korte pauze duiken we naar beneden naar Chusang. De Bhrikuti lodge is vrij basic maar het is er rustig en het eten is lekker. Na deze eerste tocht
van 26 km kruipt iedereen vermoeid in de slaapzak.
Donderdag 10 oktober: Chusang – Syangboche
Eens uit het dorp stappen we door de rivierbedding gedurende een dik half uur om dan met een imposant klimmetje in Chele te belanden. Vanuit
Chele gaat het gestaag omhoog over een 4x4 pad tot we veranderen van richting, We slaan dan rechtsaf en klimmen om een pad dat als het ware
uitgehouwen is uit de rotsen. We houden steeds de bergzijde want als er ezels komen van de andere richting is er helemaal niet zo veel plaats,
hooguit een kleine 2 meter voor beide richtingen. Eens we hierboven zijn is het niet ver meer naar Samar waar we lunchen in de Himali lodge, we
vervolgen het 4x4 pad en komen na een dikke 7 uur aan in Syangboche waar we terug zullen overnachten in een basic lodge Nilgiri maar het eten is
er goed te doen. 's Nachts geven de honden geweldig van katoen. Als er dan toch geofferd moet worden met de feesten, waarom dan deze totaal
nutteloze keffers niet? Dan kunnen die geiten gewoon wol en melk blijven geven...
Vrijdag 11 oktober: Syangboche - Ghami
Na een korte klim blijven we ongeveer op dezelfde hoogte, lopen verder over het 4x4-pad langs een kleine pas en terug langzaam naar beneden. We
passeren een paar kleine vestigingen zoals Chhung Kha en Chaite waar we een pauze nemen en hot lemon drinken. Vervolgens beginnen we aan een
redelijk klimmetje naar de 4000 meter hoge Nyi La waar we gebedsvlaggetjes ophangen. Mingmar help wat graag en prevelt constant mantra’s bij het
ritueel. Een lange afdaling brengt ons 500 meter lager in het dorp Ghami waar we midden in de namiddag arriveren in hotel Royal Mustang. We zijn er
maar pas of Jeannique en ikzelf hebben al een huisdier. Een jonge poes, een echte, nestelt zich tussen ons op de bank in de eetkamer. Daar het nog
vroeg is nemen enkele van ons een douche en wassen wat kleren uit. Voor de rest van de namiddag is het rusten geblazen en genieten van pringels
en een biertje. ’s Avonds staat er voor de eerste keer pizza op het programma, en of het smaakt.
Zaterdag 12 oktober: Ghami – Charang
“Jeannique”: Vanuit het dorp begint het weer met een klim om dan de ganse tijd op een plateau te lopen. Even voorbij het wondermooie dorpje
Dhakmar krijgen we de steilste klim van de tocht tussen de kiezen. Na het nuttigen van ons lunchpakket brengen we een bezoek aan de eeuwenoude
Ghar gompa. Doordat het de laatste dag van Dassain is, is er veel beweging rond de gompa daar de bewoners van de omliggende dorpen hun puja
komen houden. Nu volgt er nog een lange afdaling naar Charang waar we in de minst gezellige lodge tot op heden verblijven. Later in de namiddag
maken we nog een rondje door het dorp met bezoek aan de gompa. tijdens de afdaling komen we in een klein winkeltje terecht waar onder andere
ammonieten liggen, er ligt 1 kleine maar wel volledige. Mick en de jongens zijn mij voor en kopen het om het mij cadeau te doen. hier ben ik echt
gelukkig mee! Na het avondeten dat ook al niet te bijzonder is koopt lieve nog een thanka in de souvenirshop en duiken we ons bed in.
Zondag 13 oktober: Charang - Lo Mantang
Vandaag zijn we terug wat later vertrokken want er staan maar 4 uur op de teller. Na een korte maar hevige klim gaat het gestaag omhoog via het 4x4
pad, noodzakelijk voor de ontwikkeling van het gebied maar niet bepaald leuk om op te wandelen. Onderweg passeren we de prachtige sungda
chorten waar we even halt houden. Aan de kleine col net boven Lo Mantang hangen we terug windhorses, iets wat Mingmar ten zeerste kan
appreciëren. We logeren in het Lotus holliday inn van de stad, een groot woord maar we hebben toch kamers met badkamer en het decor is
schitterend. De warme douche doet iedereen duidelijk deugd. We kuieren in de namiddag wat door de stad en houden een kleine souvenirjacht. Na
het avondeten bespreken we de ponyrit van morgen, een ritje dat eigenlijk 7 uur gaat duren. Romain en ikzelf gaan al zeker niet vanwege geen
interesse maar ook voor Jeannique zal het geen sinecure zijn met haar toch wel zwakke rug.
Maandag 14 oktober: Lo Mantang
Vandaag nemen Romain en ikzelf een rust dag terwijl de anderen dus gaan paardrijden. Eerst wassen we wat kleren en daarna hou ik mij wat bezig
met dit verslag. Tegen kwart na 10 is Jeannique al terug van haar kortere rit en we delen met zijn 3-en onze kleurpotloden uit aan de lokale jeugd. Als
we rond de middag terug zijn in het hotel valt daar ook Abele Blanc binnen, de Italiaanse topklimmer die alle 8000-ers beklom. Hij doet dus Mustang
aan en doet er Upper Dolpo bovenop. Terugtocht voorzien op 20 november, een tochtje dat kan tellen. Even na 14 uur is de groep terug van de
ponytocht en ze zijn dolenthousiast. De tocht liep ten noorden van Lo Mantang richting Tibetaanse grens, ze hebben er een puja bijgewoond in een
klooster en zijn een van de vele rotsgraven gaan bezoeken. Rond 15 uur gaan we op audiëntie bij de koning van Mustang, een zeer aardige mens die
de vragen bijna allemaal beantwoord bij een kopje muntthee. Enkel over politiek en de geschiedenis ontwijkt hij nogal vrij vlug de vragen. Na ons
bezoek wordt er nog wat gejaagd op souvenirs alvorens we gaan dineren in ons hotel. Om kwart voor 8 zitten we al in onze slaapzak want morgen
staat een zware dag op de agenda.
Dinsdag 15 oktober: Lo Mantang – Ghami
Om 6 uur worden we met een kop thee gewekt en het weer stribbelt tegen want het motregent. Na het ontbijt nemen we afscheid van Abele en voor
het eerst vertrekken we in regenjas. Toch valt de neerslag reuze mee en hebben we er zeer weinig last van zodat we na een dikke 3 uur al zicht
hebben op Charang waar we ook lunchen. Het eten is er niet zo lekker en het duurt ook erg lang alvorens we onze frietjes krijgen. Om 13 uur
beginnen we aan een gestage maar ellenlange klim naar de col die ons zicht geeft op Ghami, onze bestemming voor vandaag. Er volgt nog een
afdaling langs de 350 meter lange manimuur en een korte klim naar het dorp maar om 15 uur stappen we de lodge binnen. Wat later is er thee,
popcorn en kroepoek en het smaakt, Ook het avondeten gaat vlotjes binnen in combinatie met een Lhasa biertje. Even na achten liggen we in bed
want morgen is er terug een zware dag in het verschiet.
Woensdag 16 oktober: Ghami – Samar
Terug om 6 uur uit de veren voor wellicht de zwaarste dag van de trek. Twintig na 7 zijn we al weg richting Syamboche in een natte mist. De weg er
naartoe is vrij gemakkelijk zodat we er nog voor half 12 zijn. Na de lunch duiken we een wondermooie kloof in die uiteindelijk uitmondt aan een
splitsing. We gaan rechts en klimmen op het einde meer dan 250 trappen naar de Chungsi grot waar volgens de overlevering de boeddhistische guru
padmasambava zou gemediteerd hebben. Terug op het begaanbare pad gaan we nu de andere kant op om meer dan 4oo m hoger uit de kloof te
raken. Van in het colletje zien we Samar liggen maar het is nog een eind naar beneden. We hangen vlaggetjes in de col en beginnen aan de afdaling
die toch wel anderhalf uur zal duren. Vooral het laatste stuk waar we tot 2 keer toe een kloof moeten dwarsen bijt zwaar in de kuiten en zowel Lieve en
Romain moeten echt diep gaan. Even voor half 6 zitten we in de lodge thee te drinken, moe maar voldaan. We bestellen direct eten want we hebben
reuzenhonger. In de eetkamer hebben we gezelschap van een aantal muizen, iets waar Mick niet mee kan lachen. Ook al is het morgen een kort
stapdagje, toch duiken we rond 8 uur in ons bed,
Donderdag 17 oktober: Samar – Chusang
Een uurtje later dan de dagen ervoor vertrekken we vanuit Samar richting Chuksang. Er valt wat motregen maar na een half uurtje schijnt de zon.
Langs het adembenemende pad dalen we af naar Chele en wat later lopen we in de rivierbedding van de Kali Gandaki richting eindbestemming voor
vandaag. Even na elven zijn we in de lodge en bestellen we onze spaghetti met tomatensaus en kaas. Na de middag gaan de meesten ammonieten
zoeken in de bedding van de rivier de Kali Gandaki. En vinden stukken , halve en zelfs hele ammonieten, de bodem heeft zijn duizenden jaren
bewaarde geheimen prijs. Ikzelf maak van de vrije tijd gebruik om mij eens degelijk te wassen en om dit verslag verder af te werken. Voor de rest van
de dag houden we ons kalm als voorbereiding voor de zware tocht naar Muktinath van morgen.
Vrijdag 18 oktober: Chusang – Muktinath
Om 20 na 7 zijn we reeds de deur uit richting Muktinath eerst gaat het vrij vlak richting Tetang, een prachtig authentiek dorpje in een zijvallei. Daarna
volgt een vrij steile helling die we samen met de lokale geiten beklimmen tot op een plateau. Voorbij het plateau klimmen we naar de Gyu-la, een
4077m hoge pas. Van daaruit gaat het enkel nog bergaf tot in Muktinath, al is de laatste km terug vrij hevig klimmen. In Muktinath hebben we een
verrassing voor Mick. Ze namelijk jarig en we hebben een taart laten bakken om op te peuzelen met de koffie van 4 uur. Deze geste wordt ten zeerste
geapprecieerd. Nadien bezoeken we met zijn allen de lokale kraampjes op zoek naar souvenirs. De lodge Shree Muktinath is niet de mooiste maar het
avondeten is overheerlijk.
Zaterdag 19 oktober: Muktinath – Jomson
Dit is echt een dag om snel te vergeten. s morgens lopen we richting Eklabati over de Annapurna trail dat Annapurna straat is geworden. Jeeps
motorfietsen en minibusjes hotsen ons voorbij, vaak een rook en roetpluim achterlatend. De Annapurna trail is definitief van de aardbol verdwenen,
enkel onze herinneringen van 1997 schieten over. Na de middag vatten we het laatste stuk van de trek aan. Terug over de grove keienweg waar je
constant moet wegspringen voor een of ander voertuig gaat het van kwaad naar erger. Het laatste uur van onze trek haspelen we af in de gutsende
regen en zijn wat blij als we terug in de hal van De Tilicho lodge staan. We kunnen enkel hopen dat de weergoden ons morgen beter gezind zijn want
we willen absoluut terug invliegen op Pokhara. Toch hebben wij nog een keuze want wij kunnen nog terug met een 4x4. In het everest gebied hebben
ze minder geluk want daar viel in Namche Bazar een dikke meter sneeuw en in Lukla gingen er 17 van de 43 vluchten door. 35 vluchten gingen er dus
weerom niet door en dat duurt nu al dagen en dagen met chaos tot gevolg. Na het avondeten gaat iedereen vlug naar bed want morgen om kwart voor
5 uur loopt de wekker af.
"Jeannique":Ik werd gefascineerd door het uitzonderlijk prachtige landschap bij het binnenkomen van Kagbeni, "de poort tot Mustang" tijdens onze
eerst nepalreis in 1997, trek rond de Annapurna. Ik wist toen reeds hier kom ik terug... en 16 jaar later is het zover! Het is een apart stukje Nepal met
afwisselend grillige zandsteenformaties, diepe kloven, woestijnachtige vergezichten in alle tinten en kleuren van bruin, van beige tot geel over oker
naar donkerbruin, met op de flanken het showspel van licht en schaduw van de voorbijschuivende witte wolken. Op de passen wapperen de kleurrijke
gebedsvlaggen, her en der liggen in het landschap prachtige stoepa's en chortens verspreid en in de groene oases langs de Kali Gandaki kunnen we
terecht in de kleine dorpjes bij de vriendelijke en gastvrije bewoners. Het is een stap terug in de middeleeuwen maar een die ik met plezier heb gezet
om ook dit stukje Nepal te kunnen ontdekken!
Zondag 20 oktober: Jomson – Pokhara
Het is D-day en ja, het is top weer om te vliegen. Er zijn nog wolken maar zeker niet in de mate dat we aan de grond moeten blijven. Rond 20 voor 7
duikt de twinotter van Tara air het tarmac op en een paar minuten later hangen we in de lucht. Het opstijgen is spectaculair maar bijlange niet zoals in
Lukla. De vlucht verloopt zacht als boter en na een kleine 20 minuten zijn we in Pokhara waar het ronduit stralend weer is. 3 stuks bagage moeten met
de volgende vlucht meekomen dus moeten we een klein uurtje wachten op de luchthaven. Aangekomen in temple tree hotel boeken een aantal onder
ons direct een massage maar eerst wandelen we een eindje door de hoofdstraat want de kamers zijn nog niet klaar. Na de middag betrekken we deze
en ze zijn ronduit prachtig, alleen hebben wij verschillende kakkerlakken in onze badkamer, leuk is anders. In de late namiddag krijgen we een onweer
van jewelste over ons hoofd, wateroverlast inclusief. We besluiten dan maar om in het hotel te eten, je weet maar nooit dat de zondvloed herbegint.
Maandag 21 oktober: Pokhara – Kathmandu
Na het ontbijt trekken we naar de "city" en doen een tochtje langs de oever van het meer. We slaan ook wat mondvoorraad in voor de lange
terugtocht met de van. De chauffeur is nogal aan de trage kant maar anderzijds ben je toch beter af met een veilige rit dan met een korte. Stoppen
doen we na een dikke 3 uur op dezelfde plek van de heenrit waar we wat fruit en een ijsje eten. Dan gaat onze rit voort richting hoofdstad. Het nemen
van de col gaat tot onze verbazing meer dan vlot, niet een keer staan we stil al gaat het achter de overladen vrachtwagens vaak minder dan 10 km per
uur. Eens boven draait de avondspits hopeloos in de soep, we doen meer dan een uur over de laatste 7-8 km. 20 na 7 staan we op de parking van
Vaishali hotel waar Bhai ons opwacht. Hij is wat blij dat onze trek rimpelloos verlopen is want voor de rest van Nepal stapelen de problemen zich op .
Zo ligt er een meter sneeuw in Namche, 3 meter in Pheriche en alle passen zijn gesloten in het Everest gebied. Ook in Langtang is er geen doorkomen
aan over de Laurabina pas en vlak tegenover onze trek is ook de Thorung pas voorlopig dicht voor wie het Annapurna circuit wil doen. Dit wordt een
rampseizoen voor de trekking business. Hij weet ook dat Kumar, onze gids tijdens zijn rit naar Besisahar een ongeluk had waarbij een voetganger
omkwam. Kumar was ongedeerd maar woedende buurtbewoners staken de taxi in brand. Na deze korte uiteenzetting worden de kamers verdeeld en
gaan we nog wat eten in de fire and ice. De ambiance is er meer dan ok en het is al een tijdje geleden dat we zo een lekkere pizza en lasagne aten, ook
niet in Europa. Moe maar meer dan voldaan kruipen we in ons bed na een kattenwasje met de emmer warm water want de douche doet het niet.
Dinsdag 22 oktober: Kathmandu
Eerlijk gezegd, hotel Vaishali valt me toch een beetje tegen. De hall is prachtig maar de kamers zijn toch wel verouderd, de douche werkte niet in 2
van de 5 kamers en het ontbijt is maar een fractie van hotel Annapurna. Hotel Manang, wat een stuk minder kost heeft ons inziens evenveel te bieden
en volgende keer, want die komt er, zal het terug hotel Annapurna zijn. De douches worden wel direct gerepareerd, dit moet ook gezegd worden. Na
het ontbijt trekken we naar Swayambunath of de apentempel. We slenteren door de straatjes en beklimmen de 365 trappen naar de tempel waar we
toch een uurtje verblijven. Op de terugweg koopt Olivier bij een lokale handelaar wat stof voor zijn vriendin. Als we terug zijn eten we een broodje
boven op een terras in Thamel, zo een lekkere grote piccolo met kaas en groenten, zowat het enige wat ik miste tijdens de trek. Na de middag is het
shoppen geblazen, we begeven ons naar Tridevi Marg waar de outdoorwinkels met de echte merken zich bevinden en allemaal moeten ze er aan
geloven: the North Face, Millet, Salewa, Black Diamond, Mountain Hardwear, Black Yack, Marmot en als toetje de Sherpa shop. Beladen met zakken
trekken we terug naar het hotel maar eerst nog even om een donzen jasje in Thamel waar we Lieve tegenkomen die we kwijtgespeeld raakten tijdens
het winkelen. Zij had het meer op zijden sjaaltjes gemunt dan op outdoor kledij. Met pak en zak gaan we eten in Third Eye restaurant en de diversiteit
is er zo groot dat we maar meteen boeken voor morgen ook, veel beter vind je toch niet in Thamel en nooit werden we er ziek na een maaltijd, wat
minstens even belangrijk is.
Woensdag 23 oktober: Kathmandu
Bhai is er al als we 's morgens gaan ontbijten, hij zal ons trouwens vandaag vergezellen op onze culturele trip. We beginnen niet de klagen maar
leggen hem toch uit dat we Vaishali hotel in de toekomst niet meer zullen nemen. Hij is eigenlijk niet verrast, heeft nog al klachten gekregen van
andere klanten dit en vorig jaar en stelt ons voor om deze week nog een paar andere hotels te gaan bezoeken. Om half 9 zijn we op weg richting
Changu Narayan, een hindu tempelcomplex op 28 km van Kathmandu waar ook Jeannique en ikzelf nog nooit geweest zijn. We staan er versteld van
hoe mooi deze site bewaard is gebleven. Na dit bezoek dalen we af naar Baktaphur, het levende museum, werelderfgoed en 1 van de 3 koningssteden
van Kathmandu. Er is al een stuk meer bebouwing rond de oude site dan 16 jaar geleden maar binnenin waan je je nog steeds in de middeleeuwen.
Dit is toch wel de culturele hoogvlieger van de Kathmandu vallei. Na het middageten op een prachtig terras met zicht over een historisch plein
bezoeken we nog het beroemde pauwenvenster en de najatapola tempel, gaan met onze stadsgids enkele obligate souvenirwinkeltjes bezoeken en
rijden dan terug naar het hotel. Jeannique, Romain en Lieve vinden dan hun gading bij Amrita, waar je toch wel zeker bent van de authenticiteit van
de producten. Zilver is daar zilver en niet zilverkleurig. Uiteindelijk en eindelijk gaan we met zijn allen sjaaltjes kopen want er is op zijn minst een
ongeduldige stemming voor dit item. Vooral de mannen zijn wat blij dat dit euvel van de baan is. 's Avonds gaan we dus terug eten in Third Eye
restaurant en het smaakt ons verrukkelijk, op Mick na die last heeft van maag en darmen. Hopelijk doet de kippensoep haar werk en is ze er morgen
terug bovenop. De groepsleden hebben voor een leuke verrassing gezorgd; we krijgen elk een écht North Face en geen North fake T -shirt waar op de
achterzijde de ganse trek is geborduurd. Deze blijk van appreciatie doet echt deugd! Nogmaals bedankt iedereen! Na het eten zetten de broers nog
een stapje in de wereld, de "oudjes" daarentegen genieten van hun nachtrust.
Donderdag 24 oktober: Kathmandu
Terug rond half negen zijn we te voet onderweg, nu richting Patan. Via Tahiti en Asan Tole snijden we een stukje af maar dan nog is het een kleine 2
uur stappen langs zeer drukke wegen. Via Patan gate slenteren we door steegjes naar durbar square, het centrum van deze oude koningsstad. De
nodige foto's worden genomen en we kuieren van tempel naar tempel. Op het terras van het Patan museum is een restaurant waar je lekker kan eten
en daar maken we graag gebruik van. We stappen terug naar de grote baan en daar nemen we een lokaal busje, met 15 op 7 plaatsen, tot aan de
Kathmandu mall, waar we ook even rondlopen maar dit is een opeenstapeling van winkels waar de mooiere namaakproducten te verkrijgen zijn.
Terug naar Thamel maar onderweg kopen we thee en een paar bedspreien. Jeannique gaat met Mick terug naar het hotel want deze heeft echt wat
rust nodig. De rest gaat een frietje steken in de Belgische frituur. Daarna shoppen we gezwind verder en voor we een laatste pizza gaan eten in de fire
& ice ga ik naar de kapper want we moeten proper zijn om terug naar het land der Belgen te keren hé. Haircut & massage voor 300 Roepies, meer
moet dat niet zijn.
Vrijdag 25 oktober: Kathmandu - Abu Dhabi
Na het ontbijt, eigenlijk niet veel soeps in hotel Vaishali, gaan Jeannique en ikzelf mee met Romain want hij moet nog één en ander hebben alvorens
hij teruggaat en zoals vorige keer was het nu toch wel de laatste keer van deze kranige 70-er, we zien wel. Iedereen is trouwens in de weer om de
laatste Roepies te spenderen. Op het middaguur hebben we afgesproken bij Pumpernickel backery en wijzelf moeten ons haasten want we moeten
voor 13 uur onze kamer verlaten en Bhai wacht ons op om een paar hotels te bezoeken want voor ons is Vaishali een eenmalige passage. Eerst
bezoeken we hotel Manaslu, afgelegen op 20 minuten van Thamel, dat wel, maar zeer degelijk met mooie kamers en leuke tuin met zwembad. Lijkt
ons een aanrader. Dan rijden we naar Royal Singhi hotel waar onder andere Exodus zijn gasten huisvest. Toffe koffiebar met illy, ook mooie kamers
en een klein tuintje. We waren door Manaslu hotel meer gecharmeerd maar dit lijkt ook nog stukken beter dan Vaishali. In de namiddag gaan we terug
naar Pumpernickel want Bhai heeft nog niet gegeten. Dan kopen we nog een paar wandelkaarten zodat we al kunnen dromen en volgende projecten
plannen. Stilaan is het uur van afscheid gekomen en zitten we een laatste keer in het minibusje richting luchthaven. Wat is het toch druk in de
avondspits maar we geraken er door en zeggen Bhai tot weerziens want terugkomen doen we zeker en we hebben zo een vermoeden dat er nog in het
busje zitten met deze gedachte. Op de luchthaven gaat alles vlot en volledig “on time” hangen we in de lucht. Tegen middernacht landen we op de
luchthaven van Abu Dhabi.
Zaterdag 26 oktober: Abu Dhabi - Brussel - Aalst
Na en kleine 3 uur wachten en met 3 kwartier vertraging beginnen we aan onze laatste tocht van deze reis: de vlucht naar Brussel Nationaal. Drie
kleine snotapen vinden het nodig gans de nacht kot te houden terwijl papa er lekker doorheen slaapt. Bedankt om een half vliegtuig wakker te
houden, jullie opvoeding is tot op heden super verlopen, respect! Zowel de snack ’s nachts als het ontbijt is meer dan behoorlijk, Etihad is dus vrijwel
op hetzelfde niveau als Qatar en Turkish. Als we rond half negen landen staat er een rij van jewelste aan de grenscontrole. Toch zijn we net op tijd in
de aankomsthal om al de bagage op te pikken. We nemen hartelijk afscheid van iedereen en stappen door de douane bij Jozef en Lena die ons trouw
staan op te wachten. Na een ommetje via Tielt om de wagen op te halen zijn we na de middag terug in Aalst. De cirkel is rond, we kunnen beginnen
plannen voor volgend jaar…maar eerst een paar keer Italië voor enkele ijswatervallen.
Tot slot nog een woordje van dank voor onze staf;
Den "Jimmy':onze ponyman die onze bagage zonder kleerscheuren dag na dag op bestemming bracht met een vriendelijke glimlach, die ons na lange
stapdagen tegemoetkwam om een van de rugzakken over te nemen van de meest vermoeiden. Maar die dan vrij emotioneel was bij het krijgen van
zijn tip en een zak kledij.
Bikas: stil en ingetogen maar toch vriendelijk en behulpzaam, het was hij die een grote omweg moest lopen om onze permits via Kagbeni terug uit te
schrijven maar die toch voor ons in Muktinath was en de taart voor Mick bestelde.
Mingmar: eveneens stil en ingetogen maar zeer devoot, ieder gebedswiel hield hij draaiende onder het prevelen; "om mani ped me hum" en op de
passen was hij er als de kippen bij om te helpen bij het ophangen van onze gebedsvlaggen.
Kumar: onze sirdar en zonnetje in huis, iedereen werd er vrolijk van, iedere morgen begroette hij ons met een brede glimlach en zijn stralend witte
tanden. Lachen en plezier maken zit hem in het bloed maar ook professioneel bezig zijn als het moet, kortom we hadden een Top- team met dank aan
Adventure Zambuling.
Nepal 2012 Trekking naar Annapurna Base Campvan 4 mei tot 21 mei 2012:
Dag 1: Brussel – Doha
We zijn beiden nog deze voormiddag gaan werken om een half dagje verlof te “sparen” maar om twaalf uur zijn we op weg naar de luchthaven met
onze vaste chauffeurs Lena en Jozef. Richtin Zaventem is het vlot rijden in tegenstelling tot de buitenring waardoor we twintig voor één al voor de
incheckbalie van Qatar airlines staan welke uiteraard nog niet bezig zijn aangezien de vlucht maar om 16 uur is. Toch zijn we een half uurtje later van
onze bagage verlost en kunnen we nog iets gaan drinken. Ons vliegtuig arriveert pas om 15 uur zodat we wat vertraging oplopen maar om twintig na
vier hangen we in de lucht. Dit was trouwens het enige mankement om te vernoemen want Qatar airlines is gewoon TOP!
Dag 2:Doha – Kathmandu
Als we in Doha aankomen hebben we juist de tijd om eens rond te neuzen in de taks free zone en daarmee is de kous af want twintig minuten later
zitten we terug in onze ijzeren vogel richting Kathmandu waar we om tien na acht en dus een klein half uur vroeger dan gepland landen. Als ons
visum gekocht is draait onze bagage al rond op de overjarige transportband. Een weinig later zitten we in de taxi richting hotel Manang na een meer
dan hartelijke ontvangst door Bhai van Adventure Zambuling. Deze man is echt een schoolvoorbeeld voor de honderden trekkingbureau’s in
Kathmandu, Beter is moeilijk te vinden, daar zijn we zeker van en met mijn 10 keer Nepal heb ik toch wel enige praktijkervaring. Na een milkshake en
lassi kruipen we tot twee uur in ons bed en na een verkwikkende douche duiken we Thamel in waar we enkele oud bekenden gaan groeten. We doen
ook nog de nodige aankopen zoals water en wc-papier want morgen zijn we terug al weg voor een busreis van 7 uur naar Pokhara. Het weer is vrij
goed in KTM: 25-26 graden maar toch wel een beetje bewolkt, of is het de smog die de zon van de stad ontsluit. In La dolce Vita gaan we pizza eten en
na nog wat rondgekeken te hebben in allerhande boeken- en trekkingshops gaan we terug naar het hotel. Na een tweede douche kruipen we om half
negen in ons bed want morgen komt Bhai ons om half zeven ophalen.
Dag 3: Kathmandu – Pokhara
Half zes en we staan op, een wekker hadden we zelfs niet nodig want we zijn alle twee al wakker. Het tijdsverschil met België is waarschijnlijk de
oorzaak. Als we om zes uur beneden komen zit. Bhai al op ons te wachten met onze drager-gids Pasang. Na het ontbijt verdwijnt Pasang met onze
bagage in een riksja naar het busstation, wij sloffen op ons gemakje er achteraan want de bussen staan niet ver van Thamel, aan de andere zijde van
het Annapurna hotel. Bhai vertelt ons dat er een dijk van een meer gebroken is gisteren en dat de daaropvolgende modderlawine tientallen doden
geëist heeft. Dit onheil gebeurde in de Mardi Himal, de vallei vlak naast deze waar wij gaan in trekken. Om stipt zeven uur start de bus en zijn we op
weg, een klein half uur later staan we terug stil om nog een paar mensen op te laden, hopelijk gaat dit niet de ganse tijd zo zijn. Dat is het niet en in
een gezapig tempo vorderen we gestaag tot de chauffeur honger krijgt en om 10 uur stopt voor ontbijt. Borden vol worden er verorberd en we staan
er van te kijken wat die Nepalezen en Indiërs naar binnen werken. 40 minuten later zijn we terug op weg tot even voorbij Mugling want dan stopt de
bus opnieuw, nu voor de lunch. Ganse borden momo’s, thali, noedels en dees meer gaan over de toonbank richting gulzige magen, waar ze het
steken is een meer dan goed bewaard geheim. Uiteindelijk rijden we rond 14 uur Pokhara binnen maar alvorens de toeristen af te zetten neemt onze
chauffeur ons mee bij de locale texaco om te tanken. Kantipur hotel is een schot in de roos, een zeer goede keuze van Bhai: mooi, proper en rustig
gelegen, meer moet dat niet zijn. Als we in de stad gaan wandelen herkennen we niets meer na 15 jaar. De camping heeft plaats gemaakt voor een
kazerne met voetbalveld en de zeildoeken winkeltjes zijn vervangen door honderden betonnen gebouwen met op het gelijkvloers ruimte voor
koopwaar: schilderijen, singing bowls, eten, eten, eten, trekkinggerei en nog veel meer. Er zijn hier meer toeristen dan in Thamel, het is hier ook
enkele graden warmer, een kleine 30 in de namiddag. We kuieren wat langs het meer en genieten van een lekkere ginger tea in het zonnetje. Daarna is
het tijd om te douchen en te internetten om vervolgens een hapje te gaan eten niet ver van het hotel. Hier heeft de tijd zeker niet stil gestaan.
Dag 4: Pokhara – Phedi -Dhampus
Twintig voor acht en we zitten in de taxi op weg naar Phedi waar we vernemen dat een modderstroom na het openbarsten van een meer zeker 60
doden geëist heeft in de Mardi Himal, op minder dan 10 Km van onze trekkingroute. Alsof dit paradijs nog niet genoeg te lijden heeft onder van alles
en nog wat. Twintig voor negen beginnen we aan de trekking en we zullen het geweten hebben want de eerste 40 minuten bestaan enkel uit het
bestijgen van trappen: lage, hoge, korte, lange en diepe,trappen in alle vormen, geuren en kleuren. Neem hierbij nog een brandende zon en een 25
graden als opwarmertje en je weet wat afzien is. Daarna blijft het gestaag omhoog met hier en daar een trappenpartij maar het is zeker minder
afmattend. Na twee uur en twintig minuten arriveren we in Dhampus, onze eindbestemming voor vandaag. Pasang kiest voor ons een leuke lodge uit
en voor 200 NPR hebben we douche en wc op de kamer, goed onderhandeld van ons want ze vroegen eerst 600 NPR. Die douche doet meer dan
deugd en het eten erna, rösti met kaas en ei mag er best wezen. We zitten hier goed op onze eerste dag en tot een stuk in de namiddag zitten we met
Pasang op het terras voor de lodge. Hij werkte ervoor met monterosa trekking en kent Ganesh, Abele Blanc, Adriano Favre en Corrado. Hij werkte
ook twee keer voor enkele maanden in de rifugio Quintino Sella en kent net als wij de Aosta vallei van binnen en van buiten. Wat is de wereld toch
klein. Rond half vier doet Jeannique een laat middagdutje en kruipt uw dienaar achter zijn netbook. In de verte rommelt het en kwart voor zes is de
pret buiten er af vanwege een opkomend onweer. De soep kunnen we nog op terras eten, onze spaghetti met tomaat, ui en kaas moeten we binnen
opeten. Toch hebben we geluk met het onweer want binnen onze vallei blijft alles binnen de perken, boven Pokhara is het klank- en lichtspel net iets
spectaculairder. Tegen acht uur gaan we naar de kamer want het is tijd om eens een beetje slaap in te halen. Het blijft zowat de hele nacht regenen,
misschien maar goed ook want als het even ophoudt laat de lokale hond zijn luide keel horen. Ach ja, de enige honden die ik redelijk verdraag zijn de
hete.
Dag 5: Dhampus – Landruk
Geen wekker nodig hier in Dhampus want even na zes uur scheren de eerste twee Dornier vliegtuigen boven onze lodge richting Johmson. Toch wel
even verschieten als die ijzeren vogels zo rakelings boven je dak passeren. Om zeven uur zijn we op weg richting Landruk. Als we een klein half
uurtje aan het stappen zijn komt er iemand luidkeels achter ons aan gehold. Blijkt het de lokale controleur van de TIM’s card te zijn die deze morgen
nog niet op post was en nu alsnog onze naam en nummer van onze ID-kaart nodig heeft. Na een uur en een kwartier bereiken we de checkpost van
de permit in Pothana, een leuke plaats om er eens te verblijven. Een half uurtje later zijn we op het hoogste punt, 2100M in Deurali en van hieruit gaat
het enkel nog bergaf vandaag. Om te beginnen krijgen we 35 minuten trappen dalen onder de kiezen, daarna een mix van trappen en gewoon pad.
Mijn enkel krijgt het hard te verduren en ook Jeannique haar rechterknie gaat liever omhoog dan omlaag. Na een paar uur op de tanden bijten
bereiken we het dorpje Tolka waar we lunchen. Het eten, frietjes en tomatensoep smaakt heerlijk, we zijn dan ook al meer dan 4 uur aan het stappen
op een kommetje chocoladepudding. Rond half twee stappen we Landruk binnen, onze eindbestemming en terug kunnen we een kamer met wc en
douche versieren voor 200 NPR. Van de douche maken we meteen gebruik want de hitte is weer verzengend hier op 1500M hoogte, als daar maar
terug geen onweer van komt. Jeannique vervolgt haar dag met een schoonheidsslaapje en ik geniet van het uitzicht op het terras voor onze kamer.
Om 16 uur begin het te regenen, geen wonder met deze onweersdreiging. Dikke druppels pletsen op het dakterras en iedereen vlucht naar binnen.
Het zal blijven regenen tot we gaan slapen, voor ons geen probleem zolang het maar na de wandeluren is. Het avondeten, puree met ei voor
Jeannique en tomatensoep met loempia’s voor mezelf, gaat meer dan goed naar binnen na een vermoeiende tocht als deze. Even na achten duiken
we in onze slaapzak.
Dag 6: Landruk – Chomrong
Vandaag terug een stevige klim naar Chomrong maar eerst afdalen tot het laagste punt om via een meer dan gammele brug aan de andere kant van
de vallei te geraken. Met mijn 10 keer Nepal heb ik toch wel al een aantal bruggen overgestoken maar dit was toch wel de meest avontuurlijke. Ze
buigt niet alleen elke keer een meter door, ze kantelt ook steeds van links naar rechts zodat je constant het gevoel hebt dat je er gaat
afgekatapulteerd worden. Na de brug heb je nog even Nepalees plat om dan te beginnen aan de klim naar Jinhu waar we de intentie hadden om te
lunchen. Jeannique stapt echter vrij snel zodat we er al zijn om twintig voor elf en we besluiten om nog een uur verder te klimmen alvorens te
stoppen. Dat uur wordt anderhalf in onder deze loden zon heeft Jeannique het ongelofelijk zwaar. Ze moet echt tot het uiterste gaan maar het loont
zeker de moeite want de gegratineerde spaghetti met verse tomatensaus is de beste tot dusver. Liters vocht hebben we al naar binnengewerkt en als
we aan het eten zijn draaien ze ook de hemelsluizen open, iets wat blijkbaar bijna dagelijks gebeurt in de omgeving van Chomrong. Zonder het
eigenlijk te beseffen zijn we dus al zover gevorderd voor vandaag dat het amper nog een dik halfuurtje verder is tot onze volgende lodge. Als we om
tien na één onze weg verder zetten houdt het terug op en is het zalig stappen met dit beetje afkoeling. Honderden trappen hebben we terug afgewerkt
onze enkels en knieën hebben het geweten, gelukkig kunnen we bij aankomst direct onder de douche wat de pijn alvast verlicht. Tot half vier is het
terug broeiend heet, daarna verdwijnt de zon achter de bewolking. Het is dan ook nog geen half vijf als het begint te regenen en de eerste
bliksemschichten door de lucht schieten. De pre moesson is zeker al begonnen en op een klein uurtje na zal het blijven regenen tot na drie uur in de
nacht. Het eten is hier echt niet om over naar huis te schrijven. We betalen 450 NPR voor mijn groentenloempia welke je amper op het bord ziet liggen
en onze uiensoep is zo flets dat de kop er bijna van omvalt. Wetende dat we in Chomrong nog eens moeten logeren geeft ons nu al de zekerheid dat
het niet hier zal zijn.
Dag 7: Chomrong – Dovan
Net voor zeven uur, na een toch wel voortreffelijke kop warme chocoladepudding, zijn we alweer op weg en de tocht begint met 40 minuten trappen
dalen. Wie hier op trekking is geweest weet alles van trappen lopen en vooral hoe knieën en enkels hier op reageren. Kwart voor tien zitten we onder
een stralende zon te genieten van een koude sprite in Sinuwa, een klein gehuchtje in de col op weg naar Bamboo lodge. Tegen twaalf uur hebben we
terug honderden trappen afgedaald om in Bamboo lodge te arriveren waar we eten. We krijgen er twee reuzenspaghetti’s te verwerken waarvan
Jeannique er maar ¾ van opkrijgt. Ik vind hem te lekker om weg te gooien en werk de rest van haar bord ook naar binnen, even laten beslissen we om
verder te trekken tot Dovan wat nog anderhalf uur verder ligt en mijn maag zal het geweten hebben. Toch zijn we om kwart voor twee op bestemming
al is het in de gutsende regen. Op 200 meter van Dovan begint het te gieten en we trekken een spurtje tot onder het eerste afdak van het dorpje dat
we tegenkomen. Eigenlijk zijn het drie lodges bij elkaar waarschijnlijk van dezelfde families want over de prijs van een kamer valt er niet te
onderhandelen, nog nooit betaalden we zoveel en dit voor zowat de lelijkste stal in 15 jaar. We kunnen de mensen alleen maar aanraden om in
Bamboo te blijven en daar te overnachten, ook al ben je dan maar 5 uur onderweg. Om half vier is het nog steeds water aan het gieten en Jeannique
is zowaar in slaap gevallen van het tikken op de metalen golfplaten. Tegen vijf uur gaan we richting gelagzaal en maken er kennis met drie jonge
Koreanen die echt low-budget aan het trekken zijn. Ze hebben zelfs hun eigen noedels mee en kopen enkel heet water om te vermengen met hun
“lekkers”. De kok verrast ons met zijn overheerlijke rösti en Spaanse omelet. Rond half acht trekken we richting slaapzak want het was de
vermoeiendste dag tot dusver. 2100 trappen zijn er dus veel om te doen in één dag.
Dag 8: Dovan – Deurali
Vandaag is de eerste dag om echt hoogte te winnen en dus houden we het kort tot in Deurali wat toch een dikke 800 meter hoger ligt. Het heeft
minder geregend deze nacht, geen wonder want er viel al een flinke portie uit in de namiddag. Het weer ziet er stralend uit en even na zeven zijn we
op weg door de jungle en bamboewoud. Na anderhalf uur zijn we in Himamlaya hotel, een combinatie van twee degelijke lodges maar aangezien het
al vrij heet is verliezen we geen tijd en na een korte drinkpauze gaan we door. Nu begint het echte klimwerk en Jeannique heeft het toch wel lastig
met deze hitte. We hebben al besloten om niet meer zo laat in het voorseizoen te komen. Toch is er eigenlijk niets aan de hand want na anderhalf uur
steken we de ijsmassa over welke de overblijfselen zijn van een enorme lawine die blijkbaar jaarlijks een paar keer deze vallei traverseert. Een half
uurtje later, rond half elf staan we op het terras van de lodges in deurali, onze eindbestemming. Vanaf nu is het voor de rest van de dag enkel nog
genieten van het zonnetje en onszelf eens lekker te schrobben. De pizza en loempia zijn hemels evenals de liter fruitsap van bloedsinaasappels welke
ik al enkele dagen meesleur. Daarna luieren we nog wat in de zon en gaan dan wat op ons bed liggen want we zijn nu al vijf dagen onderweg zonder
een echte rustpauze. In de namiddag zet ik mij in een fauteuil onder het afdak van onze kamer en sla het komen en gaan van toeristen en Nepali gade.
Van deze laatste zijn sommige geladen met houten balken voor de constructie van nieuwe lodges en ze geraken amper vooruit. Respect voor deze
mensen! Minder respect hebben we voor één of andere Koreaanse maatschappij met de lovenswaardige naam Eco Travel maar die wel kinderen
gebruikt als drager. Je ziet het minder en minder maar sommigen vinden het blijkbaar toch nog nodig om op de kap van kinderen aan groot
geldgewin te doen. Het eten van deze middag is tegengevallen want we hebben beiden diarree, waarschijnlijk van de pizza want daar aten we allebei
van. Ook de frieten van Jeannique deze avond zijn vet en ondermaats en de tomatensoep is net verwarmde ketchup. Enterol en motylium moeten
soelaas brengen.
Dag 9: Deurali – Annapurna B.C.
We hebben alvast niet moeten opstaan om naar het toilet te gaan maar onze buik staat gespannen als een ballon. We drinken enkel onze kop koffie
en kruidenthee want de appelpannenkoek is ook niet te vreten. Met een bang hart vertrekken we richting Machupucchare base camp. Toch gaat het
beter dan verwacht en staan we na twee uur in M.B.C.. Ervoor moeten we verschillende keren over het riviertje dat de vallei vervolgt, al dan niet met
een bruggetje. Toch is dit een stuk leuker dan al de trappen die we ervoor gedaan hebben. Na een sanitaire stop, een mars en een cola besluiten we
om niet hier te overnachten maar door te stoten naar het Annapurna B.C. wat niet zonder risico is voor hoogteziekte. Toch voelen we ons goed
genoeg om door te gaan en we hebben al stukken hoger geslapen dan de 4100 M. Het pad gaat gestaag omhoog over gras en toch wel nog veel
sneeuw die hier vanaf 3800M de normale weg verspert. Toch is deze witte massa vrij hard en kan je er gemakkelijk over lopen. Om half elf staan we
op het terras van de eerste lodge, een tip die we gekregen hadden onderweg van een Duitse toeriste die we een paar dagen al ontmoet hadden. De
lunch houden we sober: champignonsoep met een bord rijst maar het smaakt als een vijf sterren maaltijd. Na de middag ga ik nog wat verkennen en
vind verschillende memorials van overleden klimmers waaronder Anatoly Boukrev, de kazak die in zijn eentje zes mensen redde bij de ramp op de
Everest in 1996. Zelf stierf hij een jaar later in een lawine hier op de zuidwand van Annapurna I. Eén van de beste klimmers aller tijden was niet meer.
De tijd gaat maar traag vooruit en in tegenstelling tot de vorige dagen is het in deze lodge wel meer dan druk, voor aan paar Amerikaanse meiden
moeten zo nodig hun leven vertellen aan de ganse gelagzaal. Het is ook beginnen regen en uitgelezen nu beslissen een paar die met hun kinderen
van ongeveer 9 en 10 jaar terug naar M.B.C. te trekken. Ze zijn al maanden onderweg onder andere 4 maanden in China, een levenservaring die deze
meiden gans hun leven zullen meedragen. Rond 16 uur speel ik toch maar op zeker en neem me een aspirine want de ijle lucht en de 900 meter
stijgen hebben mijn hoofd toch een beetje dizzy gemaakt. Even later maken we kennis met twee Indische broers op leeftijd, die regelmatig op
trekking gaan maar nu voor het eerst in Nepal. Eigenlijk zijn ze half Indisch half Pakistani en van zeer goede komaf. We hangen dan ook aan hun
lippen als ze praten over het Indisch- Pakistaans conflict. Eigenlijk komt het op hetzelfde neer als bij ons, de separatisten zijn de enkelingen die het
verbrotten voor de ganse massa al geven ze grif toe dat Pakistan nog een langere weg af te leggen heeft dan India; één enkel voorbeeld: de inwoners
van Lahore en Amritsar zijn beiden Punjabi. In Amritsar rijden meisjes vrij rond op hun brommers in shalwar kameez, in Lahore is daar nu nog geen
sprake van maar ze zijn ervan overtuigd dat het zeker zal komen. Een grappig detail, ze zijn er ook van overtuigd dat er ooit een eerste minister komt
in Groot Brittanië van Indische origine. In de late namiddag sneeuwt het volop, gelukkig is het warm genoeg om de witte massa direct te laten
smelten. Na het avondeten kaarten we met een drietal jonge meiden, twee ervan zijn de draagster en gids van het agentschap ‘three sisters’ de derde
is een Zwitserse klant. Three sisters is een agentschap dat enkel werkt met vrouwen voor vrouwen. Om tien voor acht zitten we al in onze slaapzak
want om vijf uur loopt morgen de wekker af.
Dag 10: Annapurna B.C. – Bamboo
Tien voor vijf en we zitten al in onze kleren, als we buiten komen blijkt dat elke druppel van de liters zweet welke we gelaten hebben om hier te
geraken, het meer dan waard was. Zo’n panorama van 360° hebben we nog nooit gezien. Hiunchuli, Annapurna south, Annapurna I, Tent peak,
Machupucchare en meer van dat moois vertonen zich in al hun glorie. Het lijkt wel of deze lodges midden in een kuip van bergen geplaatst zijn en we
zijn er gewoon sprakeloos van. Na een dik half uur gaan we verkleumd ontbijten en om twintig voor zeven beginnen we aan de afdaling om zover
mogelijk te geraken, in het beste geval tot in Bamboo. De eerste twee etappes tot in M.B.C. en Deurali verlopen sneller dan verwacht maar we krijgen
het toch even moeilijk op het traject richting Himalaya waar we dan ook even rusten. Ook het stuk naar Dovan is lastig maar de tijd waarin we het
afhaspelen heeft ons moed zodat we alsnog na zeven uur zwoegen en afdalen aankomen in Bamboo. Na een verkwikkende spaghetti, het is dan half
drie barst een hels onweer los met alles op en aan, zelfs hagelstenen als knikkers. Velen staken dan ook hun verdere tocht naar Sinuwa zodat elk bed
in Bamboo volzet is. Tot we zullen gaan slapen volgen de onweren elkaar op.
Dag 11: Bamboo – Chomrong
Deze keer geen pudding als ontbijt maar we houden het op lekker appelsap, voor de rest zien we wel onderweg. De honderden trappen richting
Sinuwa verlopen vlotter dan verwacht, de frisse ochtendtemperatuur heeft daar veel mee te maken. Even voorbij de trappen kruist een muskushertje
ons pad maar we zijn te laat om het vast te leggen op onze SD kaart. Anderhalf uur na vertrek eten we in Sinuwa een eitje om daarna te beginnen aan
de afdaling naar de brug over het laagste punt. Om tien na tien beginnen we aan de ellenlange trappenpartij richting Chomrong dorp, onderweg laven
we onze dorst met Indische Redbull en twintig na elf staan we op het terras van de locale bakkerij om een welverdiend stuk chocoladecake naar
binnen te slaan. De trappen zijn eigenlijk best te doen, alleen de hitte maakt het bijna ondraaglijk en we zijn nog maar voormiddag. We kiezen voor
één der hoogst gelegen lodges zodat we morgen niet moeten beginnen met een paar honderd trappen. We hebben een prachtige kamer met terras
van waarop je zowat alle valleien kan aanschouwen, dat is wat wij “a room with a view” noemen. Door de cake en de hitte hebben we niet zoveel
honger maar een lekkere pizza valt toch best te pruimen. Tijdens de lunch brengt Pasang ons het vreselijke nieuws dat er een vliegruig van Agni-air
gecrasht is in Jomson. Acht dagen geleden zijn Nele en Koen nog van daaruit vertrokken. We hebben contact met Bhai en hij vertelt dat er vijf
overlevenden zouden zijn. Waarschijnlijk gaat het om een technisch defect want het zicht was perfect en er stond geen wind. Rond half vier word het
in de valleien voor ons, waaronder deze van waar wij komen gitzwart alsof alles nu in zwart-wit te zien is. Een kwartiertje later breekt er ook over onze
lodge een storm van jewelste los waarbij we alles moeten sluiten of we waaien uit onze kamer. De onweders worden blijkbaar steeds erger naarmate
de dagen vorderen. Gelukkig is het even snel over als het begon en na een spectaculaire regenboog schijnt om kwart na vier terug de zon. Het
avondeten in Excellent view top guesthouse is gewoon verrukkelijk: Jeannique heeft aardappel en eiersalade, ikzelf neem spinazie en
champignonlasagna. Met een goed gevoel kruipen we rond acht uur in ons bed om er een half uurtje terug uit te springen. Zo een noodweer hebben
we nog nooit meegemaakt: stortregens, hagel, donder en constant aanhoudende bliksem zorgen er voor dat we met een bang hartje meer dan een
half uur door het raam zitten te staren. Ik had het graag gefilmd maar zag het echt niet zitten om ook maar buiten onder het afdak te gaan staan. Toch
neemt de vermoeidheid de overhand en we vallen in slaap.
Dag 12: Chomrong – Ghandruk
Blijkbaar is er geen stormschade en het is terug mooi weer. Kwart voor zeven zijn we klaar voor vertrek maar een naderende helikopter doet ons nog
even wachten want we willen zien wat hij komt doen. Hij landt op een 20 tal meter onder onze kamer maar er wordt enkel een aantal kannen kerosine
gelost en dan is hij weer weg. Voorbij de eerste lodge van Chomrong slaan we links af naar beneden richting Kimrong, dat denken we alvast want
door een immense steenlawine van de voorbije jaren moeten we eerst terug een flink stuk klimmen om dan steil langs een slingerpad af te dalen. Dit
valt een beetje tegen want het pad is volledig geërodeerd door het veelvuldig gebruik van de ezelcaravans en we komen er dan ook een viertal tegen
met zeker elk 9 à 10 lastdieren. Eens beneden stoppen we voor een verfrissende cola want het is terug al bloedheet om 9 uur. Een dik kwartier later
beginnen we aan onze laatste echte klim van deze trek. Gelukkig zijn de meeste hoogtemeters van de 400 meter hoge klim in de jungle en hebben we
dus minder last van de zon. Eens boven duiken we het pad naar beneden richting Ghandruk al is het zeker nog een dik uur vooraleer we de eerste
huizen naderen. Deze hoofdstad van de Gurungs valt ons een beetje tegen en is volgens ons een stuk minder aantrekkelijk dan Chomrong. De
mensen zijn hier trouwens toch wel onvriendelijker dan in de andere dorpen maar dat geldt in het algemeen voor gans deze trek. We kiezen voor
Sherpa Hotel, eigenlijk het laatste van het dorp zodat we morgen direct aan de afdaling kunnen beginnen. We zitten er alleen want het aantal toeristen
is nu toch wel aan het slinken vanwege de pre-moesson. De douche is meer dan verkwikkend en de rest van de namiddag liggen we met de benen
omhoog om te rusten. We zijn om kwart na vijf amper beneden als het noodweer terug opkomt, dit keer met regen en hevige windvlagen. Toch zien
we om kwart na zes nog toeristen omhoog sukkelen in de plensbuien, vaak met totaal ontoereikende kledij. Het valt echt op dat er meer en meer
mensen de bergen intrekken zonder te willen investeren in degelijk materiaal, dit kan alleen maar slecht eindigen.
Dag 13: Ghandruk – Nayapul – Pokhara
Even voor zeven verlaten we sherpa hotel en beginnen aan de afdaling uiteraard via een serie trappen. Na een half uurtje zijn we aan de plaats waar je
met de jeep naar Pokhara kan rijden. Omdat het vandaag algemene staking is stelt Pasang ons voor om hier de jeep te nemen en zo zeker te zijn dat
we vandaag in Pokhara geraken. We hebben het er eigenlijk moeilijk mee omdat we zo toch wel een stapdag overslaan maar kiezen toch eieren voor
ons geld en dalen af met de terreinwagen. Vreemd genoeg is het ook goedkoper dan een taxi te nemen vanuit Nayapul: Deze rit kost voor 3 personen
1350 NRP tegenover 1500 NRP vanuit Nayapul. Kort voor de middag zijn we in hotel Kantipur en tot onze verbazing wordt er niet gestaakt vandaag
maar zeker morgen. We hebben kontakt met Bhai en deze verzekert ons dat we morgen zeker in kathmandu geraken, hetzij met de bus of anders met
het vliegtuig. Na deze geruststellende telefoon trekken we de stad in. Het valt ons op hoeveel mooie eetgelegenheden er zijn in Pokhara, eigenlijk
meer dan in Kathmandu. Het is snikheet in Pokhara, zeker meer dan 30° en dat maakt dat we om 8u al op ons bed liggen te genieten van de airco.
Dag 14: Pokhara – Kathmandu
Om half zes uit de veren want we weten eigenlijk niet wat er vandaag gaat gebeuren. Blijkt dat er van de 17 toeristenbussen die normaal het traject
naar Ktm afleggen er vandaag maar 4 zullen rijden. Toch heeft Bhai het voor mekaar gekregen om ons tickets te bemachtigen zodat we even na acht
uur op weg zijn richting hoofdstad onder politiebegeleiding. Pasang kan helaas niet mee want het transport van Nepali is helaas verboden. Na een
paar km moeten we stoppen voor een eerste wegblokkade. Actievoerders inclusief wapenstok controleren of we wel allemaal toeristen zijn, daarna
kunnen we verder, tot de volgende wegblokkade want zo zullen er nog een twintigtal volgen. Op de col om Ktm binnen te rijden staat een km lange
file van vrachtwagens op de weg zodat we maar zeer moeizaam rond half drie Ktm binnengeraken. Bhai staat ons op te wachten met een riksja want
taxi’s rijden uiteraard niet. Te voet bereiken we hotel Manang en na een drankje en een verkwikkende douche zijn we 16u al gepasseerd, het tijdstip
om de staking op te heffen. We kuieren nog wat door Thamel en gaan lekkere Belgische frietjes eten met een biertje. We checken onze e-mail maar
dan is het vat echt wel af en gaan we slapen want het was een lange dag. Naar verluid is er een akkoord in de maak zodat de staking voorbij zal zijn
vanaf morgen, wait and see.
Dag 15: Kathmandu
We blijven eens lekker lang liggen en gaan pas rond negen uur ontbijten. Dat ontbijt is niet meer echt wat het geweest is en nu vooral gericht op de
vele Indiërs die er nu verblijven. Voor noedels met gebakken groenten en curry is het toch nog een beetje te vroeg. Gelukkig willen ze ons een
lekkere omelet met champignons bakken en met verse toast gaat die er zeker in. Voor de rest van de dag
spenderen we onze tijd aan souvenirjacht en in de namiddag brengen we een paar uur door op de kamer want een forse plensbui maakt de
hoofdstad kletsnat. 's Avonds gaan we eten in onze favoriete Third Eye restaurant waar Jeannique met volle teugen geniet van chicken stroganoff, ik
hou het bij een vegetarische Palak Paneer.
Dag 16: Kathmandu
Vandaag blijkbaar andere koek: in Thamel blijkt alles open te gaan maar de wijk Asan Thole ligt er verlaten bij. Geen enkele shop is open en enkel in
de buurt van Durbar Square kan je een paar souvenirs op de kop tikken. Dan maar terug naar Thamel waar we enkele oude bekenden bezoeken. In de
Holy Mountain Shop vernemen we dat er dit jaar zeer veel steenslag is op de Everest vanwege zeer weinig sneeuw. Hun voorraad helmen en met
name de half dome van BD is volledig uitverkocht en ze hadden er 45 in stock. Zelf had ik er ook zo eentje gewild dus zal ik elders moeten zoeken en
wie zoekt die vindt. In de namiddag regent het terug pijpenstelen en moeten we ons gepland bezoek naar Bodhnat een dik uur uitstellen. Na de kleine
zondvloed rijden we er toch naartoe maar wel met een flinke omweg want vandaag wordt er op weg naar de stupa flink gedemonstreerd. In bodhnat
ontmoeten we Bhai en gaan we een stukje eten op een prachtig dakterras. Op deze plek kunnen we ons steeds een paar uur bezig houden. Het is al
donker als een donkere versie van Patrick Snijers ons naar Thamel brengt.
Dag 17: Kathmandu – Doha
Over vandaag kunnen we kort zijn: alles is vanaf nu voor drie dagen dicht en dit wordt voor 100% opgevolgd. Zelfs de toeristen worden vandaag niet
gespaard want ook de taxi’s van en naar de luchthaven rijden niet. Wel is er door de trekkingbureau’s een soort navette georganiseerd zodat er
regelmatig onder politiebegeleiding een bus rijdt maar een enkeling die het waagt om met zijn riksja iemand te vervoeren kan resoluut rekenen op
een paar platte banden en motorfietsen zijn al helemaal uit den boze. Als we rond de middag Bhai ontmoeten zegt hij ons dat ook hij te voet gekomen
is want hij heeft zelfs een paar motorfietsen in brand zien steken omdat de eigenaar het verbod negeerde. Toch zijn er in Thamel een paar restaurants
waar je iets kan nuttigen zoals op het dakterras van la dolce vita waar we tot 16 uur blijven. Ook hierna zijn er nog geen taxi’s te bespeuren dus
nemen ook wij de navette en na een hartelijk afscheid van Bhai voor de ingang van de luchthaven kan de tocht naar huis beginnen. Alles verloopt
zeer vlot in Ktm en ook de vlucht naar Doha is snel voorbij o.a. door het kijken naar de prachtfilm The Iron Lady. We vliegen trouwens met een
fonkelnieuwe A320 met alles op en aan. Rond 23 uur plaatselijke tijd kan het aftellen voor de finale vlucht naar Zaventem beginnen, het zullen
ongetwijfeld negen lange uren worden.
Dag 18: Doha – Brussel
We instaleren ons in de rustzone van de vertrekhal maar dan wel op de grond want geen plaats in de ligzetels. Toch kunnen we daar een deken op en
onder ons leggen en met op hoofd op onze rugzak kunnen we toch wat rusten en slapen. Rond zes uur gaan we een koffie drinken met croissant om
de tijd te doden en dan is het tijd om aan onze laatste vlucht te beginnen huiswaarts. We zitten meer dan op tijd in het vliegtuig maar ’s morgens is
het zeer druk in Doha zodat we 40 minuten moeten aanschuiven voor we in de lucht hangen. Toch landen we stipt op tijd in Zaventem en na een klein
uurtje te wachten op onze bagage staan we in de aankomsthal bij Lena en Jozef, onze trouwe taximaatschappij.