© AVONACU 2013
Thailand
Thailand 2000.
Dit jaar niet naar de Bergen maar een vleugje cultuur opsnuiven in Thailand, het land van de glimlach, van temples en pagodas en een parchtige
nature in het noorden. We hebben gekozen voor China airlines en beklagen het ons zeker niet, je moet dan wel vertrekken vanop Schiphol. We
vertrekken op 12 juni en met het ochtendgloren komen we aan in Bangkok, stad van tegenstellingen, waar we drie dagen zullen blijven.In
Bangkok wordt de reiziger onmiddellijk geconfronteerd met de moderne tijd. Een stad als Bangkok is het zenuwcentrum van een van de snelst
groeiende economieën ter wereld. De sprookjesachtige romantiek van het oosten bestaat nog wel,maar is in die hectische drukte heel wat
moeilijker te vinden dan in de tijd dat Anna Leonowens uit “The King and I” nog rustig met haar zeilschip over de rivier der koningen voer.Alle
tegenstellingen die Thailand zo bijzonder maken zijn hier in versterkte mate aanwezig. Er is geen enkele andere plaats waar oude tradities zo
duidelijk samengaan met een krachtig streven naar vooruitgang.a De eerste dag verkennen we de oude stad.We bezoeken Wat Saket (Wat
betekent tempel) en de gouden berg en Wat Suthat met zijn alomgekende schommel. Daarna gaat het naar Dusit waar we Wat Indravigan met zijn
32M hoge staande Boeddha gaan bewonderen en Wat Benchamabophit, de marmeren tempel. ’s Avonds doen we nog een khantoke dinner met
zijn typische thaise dansen. Op dag twee gaan we in de oude stad Wat Po nog bezoeken, de oudste en grootste tempel van Bangkok alsmede het
voornaamste centrum voor openbaar onderwijs en traditionele geneeskunst. Daarna gaat het naar Chinatown en steken we de Chao Phraya over
om in Thon-buri aan te meren. Hier bezoeken we Wat Arun, de tempel van de dageraad. Op dag 3 gaan we in de oude stad nog naar Wat Mahatat,
Wat Phra Kaeo welke de heiligste tempel is van Thailand en het grote paleis waar nog steeds belangrijke plechtigheden plaatsvinden in de dusit-
troonzaal.
’s Avonds verlaten we Bangkok vanuit Hua Lamphong Station en nemen we de trein naar Chang Mai. De nachttrein valt zeer goed mee en bij het
krieken van de dag rijden we binnen in de roos van het noorden welke ook de op één na belangrijkste stad is van Thailand. We verblijven in het
orchid hotel mede omdat de eigenares ons een gratis trip naar de stad aanbied. Een goede keuze want het valt reuze mee en haar man
organiseert ook uitstappen en jungle tochten welke hoog aangeschreven staan in de “lonely planet”. Wij reserveren een daguitstap naar de
gouden driehoek en een driedaagse trekking. In Chang Mai kuieren we nog wat rond en bezoeken de voornaamste tempels. Er zijn bijna evenveel
tempels als in Bangkok, ook al is de stad 45 keer kleiner. We hebben een dagtocht naar de gouden driehoek geboekt. Deze is het grensgebied
tussen Thailand, Laos en Birma. Het roept beelden op van oa een ongetemde wildernis, prachtige vergezichten, afgelegen dorpen van
bergstammen en voortvluchtige opiumbaronnen. De eerste stop maken we bij warmwaterbronnen op weg naar Chang Rai. Daarna gaat het naar
Chiang Saen, een dorp gelegen aan de Mekong waar we de tempel van Chedi Luang bezoeken, in de gutsende regen. Na de lunch maken we een
tocht op de Mekong en begeven we ons een uurtje in Laos. Mae Sai, de meest noordelijke stad van Thailand wordt door een brug gescheiden van
Birma. Toeristen mogen echter niet meer zonder visum de brug over. Op de terugreis bezoeken we nog enkele bergstammen, oa de Akha
afkomstig uit Tibet en de Mien afkomstig uit China. Een boeiende maar ook vermoeiende dag. De dag erna beginnen we aan een driedaagse
jungle tocht. Orchid staat bekend om zijn “off the beaten” trekkings en geeft echt waar voor zijn geld. Een kort schema van de driedaagse:
Vertrek Chang Mai
Inkopen doen op de markt
Bezoek aan Meo-stam
Jungle walk
Overnachting bij Karen-stam
Jungle walk
Olifantenrit
Lunch bij Karen-stam
Douchen onder waterval
Overnachting bij Karen-stam
Jungle walk
Bamboe-rafting
Bezoek tempel in Doi Inthanon National Park
Stop bij Vachirathan waterval
Na al dit fraais ging terug naar Chang Mai. We verblijven er nog een paar dagen want we moeten nog naar de “nightbazar” en de tempel van Doi
Suthep, welke we bezoeken met een gehuurde motor.
We verlaten Chang Mai per bus richtng Sukhothai. Daar aangekomen komen we in contact met een belg die er woont en getrouwd is met een
thaise. Hij heeft er een lodge en met plezier verblijven we bij hem. J & J guesthouse is werkelijk een oase van rust. Vanuit Sukhothai doen we een
dagtocht naar Si Satchanalai historical park. Si Satchanalai was in de dertiende eeuw één van dé belangrijkste satelietsteden toen Sukhothai nog
de hoofdstad van centraal Thailand was. De stad is opgebouwd volgens een cosmologisch patroon. Centraal liggen de tempelcomplexen, met
daarom heen de stadsmuren, rivieren en bossen. We trekken ook een dag uit om naar Sukhothai historical place te gaan welke op de
werelderfgoedlijst van de UNESCO staat. De oude stad herbergt ongeveer 40 tempelcomplexen verspreid over een opppervlakte van 70 Km². Een
dagje Kamphaeng Phet is ook zeker de moeite waard. Het complex ligt op de oostoever van de Ping en was ook in de 15de eeuw een satelietstad
van het machtige Sukhothai.
Met een vervelende busreis ruilen we Sukhothai om voor Ayutthaya. De ruïnes van de oude stad staan tussen de gebouwen van het huidige
Ayutthaya. Behalve de vele Wat’s maakt vooral het boeddhahoofd welke verstrengeld is tussen de wortels van een boom een sterke indruk op
ons.
Genoeg over Ayutthaya en de trein op naar Khorat, naar het oosten dus. Khorat is een redelijk moderne stad waar weinig te zien is, maar is wel
het vertrekpunt naar 2 enig mooie sites: Phanom Rung en Prasat Hin Phimai. Phanom Rung is een Khmer tempelcomplex gebouwd op een
uitgewerkte vulkaan. Het ligt op de route naar Angkor Wat in Cambodja. Ook Phimai ligt op de doorgaande route naar de Khmer hoofdstad
Angkor. Het was oorspronkelijk een bragmaans heiligdom maar werd aan het eind van de 12de eeuw een mahayana boeddhistische tempel. Deze
twee complexen mogen niet in het programma ontbreken, ook al liggen ze eerder afgelegen.
Een laatste keer begeven we ons op de trein en dit voor de terugtocht naar Bangkok. De treinreizen zijn onvergetelijk want je rijdt er door
prachtige landschappen waar bussen of taxis niet komen. We bereiken Bangkok in de avond. We hebben onze tocht goed ingedeeld want er
resten ons nog 2 dagen om het één en ander te bezichtigen. We beginnen met het Vimanmek paleis. Dit is het grootste teakhouten gebouw ter
wereld, telt drie verdiepingen en lijkt meer op een engels landhuis dan op een Thais paleis. Bij de bouw zijn ipv spijkers houten pinnen gebruikt.
Ook trekken we voldoende tijd uit voor het nationaal museum. Het herbergt één van de grootste en compleetste collecties van zuid-oost Azië en
biedt een schitterende kennismaking met de kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van Thailand. De laatste dag besteden we volledig aan
souvenirjagen.
Spijtig genoeg zijn ook deze drie weken voorbij gevlogen en zit er niets anders op dan ons op een volgend avontuur te focussen. Wat is Azië toch
prachtig!